zaterdag 16 november 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 56-57

logo
Marine gewoonten en gebruiken
Hoofdstuk VII
Op 6 Mei 1666 werd Michiel Adrz. de Ruyter, bij resolutie van de Staten Generaal aangesteld als „eerste persoon en opperhoofd over 's lands vloot". Op de ree van Texel verzamelde zich de scheepsmacht der Vereenigde Nederlanden met 72 oorlogsschepen, 12 fregatten en een aanzienlijk aantal branders en kleine vaartuigen.
De benoeming van De Ruyter tot opperhoofd van 's lands vloot zou met den noodigen luister gevierd worden. Daartoe was temeer aanleiding, omdat de vloot binnenkort naar zee zou vertrekken om den strijd tegen de Engelschen voort te zetten.
Daarom zou de vloot „door eenige vorstelijke persoonaadjen en edelen met eenen grooten stoet" bezocht worden, onder welke de jeugdige Prins van Oranje. De Ruyter, die, zooals reeds meermalen gebleken was, als zich de gelegenheid daartoe voordeed, „grooten waardiglijk wist te onthalen, liet het bootsvolk aan zijn boord — hij bevond zich op het vlaggeschip „De Zeven Provinciën — lustig 't want beklimmen en alle scheepsverrigtingen uitvoeren, om dezen vorsten en heeren een genoegen te doen.
Hunne komst wekte veel lust onder het volk en onder de matrozen was het één gejuich : „Leve de Prins; lang leef de Prins van Oranje !" De Ruyter onthaalde hen en de vertegenwoordigers der Staten op een maaltijd, waar ongedwongen vrolijkheid voorzat. Het volk was door het uitdeelen van eenige vaten bier mede regt tot vreugde gestemd. De vreugdeschoten weergalmden door de lucht; al de schepen praalden met vlaggen, en er werd een spiegelgevecht gehouden, dat in het spel het grootsche doel vertoonde dat deze magtige vloot en haar kloeke opperbevelhebber voor oogen hadden.
Het was onder het vlugge volk al vreugde en wedijver, om van zijn rapheid en stouten aard te doen blijken. Een matroos ontzag zich niet boven op den kloot van den vlaggestok der groote bramsteng te klimmen, en, nog niet genoeg gewaagd, ging hij hier op zijn hoofd staan, stekende bei zijne beenen in de lucht. Schrikkelijk was 't schouwspel, maar onbeschadigd kwam de waaghals omlaag."
marine7
blz 56 - 57. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :