zondag 7 mei 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 25

De Slag in de Javazee in de Tweede Wereldoorlog is één van de dieptepunten uit de historie van de Nederlandse krijgsmacht. Een onderschatting van de vijand, politieke besluitvorming in plaats van militair en strategisch inzicht hebben geleid tot een ramp, een groot drama, waarbij ongeveer duizend Nederlandse marinemensen hun leven hebben verloren.

Ik ben een van de weinigen die het kan navertellen. Daar heb ik ook behoefte aan, aangezien de geschiedschrijving over deze slag door sommigen van een heroische omlijsting wordt voorzien die het niet verdient. Als een eerste officier, ook een van de weinige overlevenden, schrijft dat de drenkelingen na het vergaan van de Hr. Ms. `Java' een driewerf 'hoezee' voor het getorpedeerde schip uitbrachten, dan is dat aperte geschiedsvervalsing.

Als ik lees : "Wij voorzagen een ieder zoveel mogelijk van zwemvesten en deden hen het schip verlaten", dan is dat een grove leugen. De zwemvesten waren onbereikbaar. Nalatigheid van een blunderend commando die de heroiek van de zeeslag een wrange nasmaak geeft. In dit verslag van mijn marine-tijd gedurende de Tweede Wereldoorlog wil ik een beeld schetsen van het leven aan boord en aan de omstandigheden die geleid hebben tot de ramp. Ten tijde van mijn verblijf op de 'Java' was ik niet op de hoogte van de oorlogshandelingen in het gebied. Wij weten alleen dat Japan onze vijand is, maar voor het overige bleven wij in het ongewisse. Niettemin heb ik in mijn verslag over de strijd in de Javazee informatie verwerkt over strategische operatie's om de slag voor de lezer in een historisch perspectief te plaatsen. Voorts heb ik sommige namen veranderd om de identiteit van de betrokkenen te camoufleren, hoewel ik oprecht betwijfel of deze mensen daar eigenlijk wel recht op hebben.

Jan Douwes

zaterdag 6 mei 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 24

Hij heeft nu nog maar vier schepen over en koerst verder noordwaarts op zijn hopeloze expeditie.

Het is ongeveer elf uur 's avonds als opeens over bakboord twee zware Japanse kruisers opduiken. Ze lanceren hun lange afstandstorpedo's, wapentuig dat bij de geallieerden nog niet bekend is. Er ontstaat een fel artillerieduel tussen het restje van onze vloot en de Japanse oorlogsschepen. Het gevecht dat de geschiedenis zal ingaan als de 'Slag in de Javazee' is in volle hevigheid losgebarsten.

Om twee minuten over half twaalf wordt de 'Java' getroffen door een torpedo. Het betekent het einde van ons schip. Nauwelijks tien minuten later verdwijnt het onder de golven. Ik kan op het laatste nippertje overboord springen en weer voldoende afstand tussen mij en het schip, te krijgen om niet te worden meegezogen naar de diepte. Wim, is minder gelukkig, samen met ruim vijfhonderd andere mannen vindt hij een zeemansgraf op de bodem van de Javazee.

Voor mij begint de langste nacht van m'n leven. Vierentwintig uur later word ik krijgsgevangene gemaakt. De tol van de slag is hoog. Meer dan negentig procent van de bemanningsleden van de Hr. Ms. 'De Ruyter' komt om, onder hen ook schout-bij-nacht Karel Doorman. Van de Hr. Ms. Java' overleven slechts drieënveertig van de ruim vijfhonderdzestig opvarenden de schipbreuk. In totaal sterven ruim duizend marinemannen en gaan twee kruisers en drie torpedobootjagers verloren. De Japanse invasievloot stopt niet.

De overgebleven geallieerde schepen zoeken een goed heenkomen, maar worden, op vier Amerikaanse jagers na, door de achtervolgende vijand vernietigd. Het directe gevolg van de slag is dat een Japanse bezetting van Java niet meer kan worden voorkomen. De Slag in de Javazee illustreert op navrante wijze de waanzin van de oorlog; de beslissing om met de Combined Striking Force te trachten de invasievloot tegen te houden en zo mogelijk te vernietigen was eerder van politieke, dan van militaire betekenis, en volgens velen bij voorbaat al tot mislukken gedoemd. De nederlaag is in ieder geval totaal. De Japanse commandant geeft 24 uur na de slag het bevel om op Java te landen.
Wordt voortgezet

donderdag 4 mei 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 23

Met succes, want ik zie enkele vijandelijke schepen in brand staan. Wij varen met grote snelheid langs een schip dat op z'n kant ligt, en zien hoe de bemanning op de zijkant van het schip klautert om het vege lijf te redden. Wij juichen, want dit is volgens ons de eerste Jap, die in een gevecht met ons het onderspit delft. Weer een minder ! Helaas is het een voorbarige conclusie, want het blijkt een jager van ons te zijn. Het is Hr. Ms. 'Kortenaer', die door een torpedo is getroffen. Terwijl we er langs varen breekt het schip in tweeën en zinkt binnen enkele minuten.

Aan bakboord zien we bellenbanen, die afkomstig zijn van de torpedo's van Japanse onderzeeërs en jagers. Torpedo's laten tijdens de vaart naar het doel zo'n bellenspoor achter. Door in dat spoor mee of er juist tegenin te varen zijn de kansen dat je wordt geraakt minder. De 'Java' verandert voortdurend van koers om de projektielen te ontwijken. De jager 'Electra' slaagt daar niet in en zinkt na een vijandelijke voltreffer.

Er wordt met tussenpozen uren achter elkaar geschoten en door het voortdurend laden en vuren heb ik geen tijd om me te verdiepen in het onvoorstelbare gevaar waarin we ons bevinden. Niet iedereen blijft koelbloedig onder deze druk. Ik zie een majoor van de mariners robbend door de afwateringsgoten kruipen. Die goten zijn ongeveer 35 cm breed en 8 cm diep. Daar komt overkomend zeewater of dekspoelwater in terecht dat op diverse plekken via een afvoer weer buitenboord wordt geloosd. Er zijn die dag tientallen mokken koffie in gegooid. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat deze ondiepe goot ook maar enige dekking geeft tegen de rondgierende granaten, maar de majoor blijft zich er maar op zijn buik doorheen slepen. Zijn uniform is besmeurd door alle troep. De extreme spanning is hem blijkbaar te veel geworden.

Het is rond vijf uur als de Japanners een tegenaanval met torpedojagers inzetten, en wij krijgen de opdracht om die samen met de 'Perth' af te slaan. Dat lukt, want twee vijandelijke schepen gaan naar de kelder, en de rest verdwijnt achter een haastig gelegd nevelscherm. Om ons heen zien we weer talrijke bellenbanen, waar we ons nog steeds met succes een weg doorheen kunnen blijven manoeuvreren. Daardoor komen we op 1500 meter afstand van de Japanse vloot uit en openen direkt weer het vuur. Een Japanse kruiser wordt in brand geschoten en verdwijnt achter een nevelscherm. Nog een kruiser krijgt een voltreffer en verdwijnt in de diepte.

Om half zes incasseert de kruiser 'Exeter' een treffer in de hoofdstoomleiding. De 'Java' en de 'Witte de With' nevelen het gehavende schip in en het draait af uit de linieformatie. De schepen die daar achter varen hebben dit niet in de gaten en blijven de 'Exeter' volgen. Op het vooraan varende vlaggeschip 'De Ruyter' bemerkt commandant Doorman deze vergissing en seint naar de afzwaaiende schepen : 'All ships follow me', wat door de slechte communicatie wordt opgevat als `Ik val aan, votg mij', een strijdkreet die altijd aan zijn naam verbonden zal blijven. Doorman besluit nu het gevecht tijdelijk af te breken en gaat op een andere koers liggen.

Ook de Japanse bevelhebber staakt het vuren. De zwaar beschadigde 'Exeter' wordt voor reparatie teruggestuurd naar Soerabaja, geescorteerd door de 'Witte de With'. De restanten van het geallieerde eskader stomen op om op de basis olie en munitie te gaan laden, maar bij het lichtschip `Westervaarwater' krijgt de vloot weer orders om de vijand op te zoeken en het gevecht te hervatten. Doorman heeft bij gebrek aan verkenningsvliegtuigen geen idee waar de vijandelijke vloot zich bevindt en begint om zeven uur 's avonds aan een zoekslag om de Noord. Als dit zonder succes blijft wordt om half acht aan een zoekslag om de Zuid begonnen. Als ook dat niets oplevert, wordt om negen uur westelijk gevaren, nadat Doorman eerst vier Amerikaanse torpedojagers naar Soerabaja heeft gestuurd om brandstof en torpedo's te laden. Kort daarna verliezen we ook de 'Jupiter', getroffen door een torpedo of op een eigen mijn gelopen. Het is tien uur als onze vloot op drenkelingen van de gezonken 'Kortenaer' stuit. Doorman geeft de 'Encounter' opdracht de overlevenden uit het water op te pikken en met de mannen terug te varen naar Soerabaja.
Wordt voortgezet

woensdag 3 mei 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 22

De officier heeft een schrijfbureau in zijn hut, waar het fotolijstje vanaf is gevallen. Hij is waarschijnlijk nog nooit voor de mast geweest om te zien onder welke omstandigheden wij leven. Je hebt als bemanningslid meestal geen idee waar het schip zich op bepaalde momenten bevindt. Dan kan het gebeuren dat we opeens midden in de nacht de haven van Soerabaja binnenlopen. Hogelijk verbaasd kijk ik om me heen. Ik zie allemaal bekenden aan de wal. De djeroekboer, die zijn kleine sinaasappeltjes uitperst op geschaafd ijs, de pindaverkoper; ik zie de wasbaas en temidden van vele vrouwen en meisjes van de bemanning ontwaar ik warempel Hennie. "Hoe wist je in godsnaam dat ik zou binnenlopen, ik wist het zelf niet eens; vraag ik haar. "Mijn vriendin belt me altijd als de Java' er aan komt," zegt ze, "en zij heeft het weer van een andere vriendin.' Maar hoe die er aan komt weer ze ook niet.

Het is maar een kort verblijf, en als we weer uitvaren word ik bevangen door een onbehaaglijk voorgevoel. Zal ons geluk stand houden of zal er ditmaal iets gebeuren ? Het is mij bang te moede en ik omklem Hennie als nooit tevoren voor het aan boord gaan. Het zal ons laatste afscheid zijn. Java staat op het punt om in handen van de invasie-eenheden te vallen, maar de Nederlandse regering en de militaire top zijn van mening dat het tot het uiterste verdedigd moet worden, ook al ziet men de tamelijk hopeloze situatie wel in. De militaire inlichtingendiensten hebben zich danig vergist in de omvang en de slagvaardigheid van de Japanse krijgsmacht, maar de militaire eer staat op het spel, en de geallieerde vloot krijgt de opdracht de Japanse vloot aan te vallen.

Schout-bij-nacht Karel Doorman verstuurt op 21 februari een brief naar zijn familie, waarin hij schrijft : "Wij vechten met de rug tegen de muur, vooral na de val van Singapore, dus de kansen dat ik jullie later in het hiernamaals terugzie zijn oppervlakkig gezien groter dan die op het ondermaanse, doch met Gods hulp kan alles zich ten goede keren. In ieder geval is het beter te sterven als een man, dan te leven als een slaaf van Hitler en consorten" In de nacht van 25 op 26 februari maakt de Striking Force een zoektocht langs de noordoostkust van Java om de Japanse vloot te vinden. Die wordt niet aangetroffen, en de geallieerde schepen keren snel naar Soerabaja terug om olie in te nemen.

Op de zesentwintigste om 14.27 uur ontvangt commandant Karel Doorman op de 'De Ruyter' via een Catalina, een vliegboot van de Koninklijke Marine, het bericht dat de invasievloot zich nabij het eiland Bawean bevindt. De Striking Force vaart de vijand een half uur later noordwaarts tegemoet. Doorman smeekt om bescherming van jachtvliegtuigen, maar krijgt die niet. Om 16.12 uur krijgt de 'Electra' de eerste Japanse oorlogsschepen in het vizier en vier minuten later openen deze vanaf ongeveer zes kilometer het vuur.

Bij ons aan boord heeft die morgen sergeant Doekse een zeemansgraf gekregen. Hij is de avond tevoren aan een longontsteking overleden en wordt met militaire eer en een 'een-twee-drie in Godsnaam' overboord gezet. We worden de hele morgen gevolgd door Japanse gevechtsvliegtuigen die ons met bommen bestoken, maar die missen nog steeds hun doel. Later klinkt het alarm als plotseling opgedoken Japanse jachtvliegtuigen ons opnieuw met bommen beginners te bestoken. Ik moet plunje wassen en ben slechts gekleed in zwembroek, dus ren ik met kleren en laarzen in de hand naar kanon drie aan stuurboord, maak het stuk gevechtsklaar en trek razendsnel broek en hemd aan. Wij beschieten de vliegtuigen met onze 15 cm kanonnen en weten er zelfs twee te raken. De rest blijft vrij rondvliegen, omdat wij vanuit de lucht geen enkel tegenwicht kunnen bieden. De granaten vliegen me om de oren. Ze komen voor en ver achter het schip terecht. Ik kan geen vijandelijk schip ontdekken. De Japanse vloot bevindt zich nog op zo'n tweeëntwintig kilometer van ons schip. De Java' probeert de afstand te verkleinen, want ons geschut is pas op zeventien kilometer effectief. We leggen een rookgordijn aan om de vijand naderbij te lokken. Dat lukt, en wij schieten er flink op los.
Wordt voortgezet

maandag 1 mei 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 21

Haar portret wordt beschadigd omdat de deur van de afgang van de officieren open staat. Ook de koelkast van de commandant moet eraan geloven. Door een haakse bocht vliegt de deur open en spatten de meeste van zijn flessen dure drank op de vloer uit elkaar. De geur van cognac en whisky waaiert uit over het schip.

Onze kwartiermeester, de stukscommandant, maakt zich er niet druk om. Tussen de aanvallen door verdwijnt hij naar de pantry van de commandant en komt terug met drankjes. "Als we toch naar de kelder gaan, dan eerst maar een afscheidsdronk op dit tranendal," zegt hij. Ook op een andere manier houdt hij de moed erin; met zijn mondharmonica blijft hij onverstoorbaar vrolijke deuntjes spelen.

"Hoor je niks meer, dan moet je even komen kijken of alles er nog aanzit," zegt hij tegen een ieder die het horen wil. Wij blijven maar onschendbaar, dus de drankjes blijven ook komen. Het is een wonder dat we niet stomdronken worden. Na afloop van de aanvallen zet ik de halfvolle flessen weer op hun plaats terug. Commandant Buikie heeft ons niet alleen puik door het vijandelijk vuur geloodst, ongewild heeft hij ook een beste borrel geschonken uit de flessen die niet sneuvelden.

De borrels van de kwartiermeester, zijn muziek en de flegmatiek van het mysterieuze onoverwinnelijke gevoel winnen het van de kramp in je buik. In je hoofd is het een warboel, want je weet dat je ieder moment naar de haaien kunt worden geschoten. Maar aan de andere kant zou je misschien ook wel levend uit deze heksenketel kunnen komen. Het geluk dat wij hebben is immers wonderbaarlijk. Stel dat het zo blijft ? Ik word heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop. Wim heeft het wat dat betreft wat makkelijker. "Het is onze tijd nog niet," zo verklaart hij de manier waarop wij sloffen.

Onze vloot komt er niet helemaal zonder kleerscheuren vanaf. We zien hoe een jager op een rif loopt en zo hoog komt dat zeker twintig centimeter onderwaterverf zichtbaar is. De bemanning heeft zich inmiddels op de wal in veiligheid gebracht en ziet toe hoe het schip door een ontploffing wordt vernietigd. Wij vermoeden dat ze het zelf opblazen om te voorkomen dat het in handen van de vijand valt. Op 12 januari valt Tarakan en kunnen de japanners op Borneo doorstoten naar Balikpapan en Bandjermasin. Ambon valt op 30 januari, Makassar op Celebes valt op 8 februari, Timor en Palembang volgen medio februari.

Op 15 februari wordt ook het 'onneembare' Singapore veroverd en op 16 februari bezetten de Japanse strijdkrachten Palembang op Sumatra. Drie dagen later moeten wij in Straat Bandoeng ten zuidoosten van Bali een Japans konvooi aanvallen. Het is onze taak om alles wat in aanmerking komt zowel aan bakboord als aan stuurboord te vernietigen. Als we 's nachts door de straat varen worden we ontdekt door een Japanse jager, die een zoeklicht op ons richt. "Blaas dat licht uit," brult Van Geel vanaf de brug.

De stuksbemanning geeft een korte stoot met de 40 mm en ziet dat ze iets te laag schiet. Een fractie hoger, een volgend salvo, en het zoeklicht dooft. In het nagloeiende schijnsel zien we lichamen van het schip, duikelen. Een wee gevoel maakt zich van me meester als ik me realiseer dat we voor het eerst mensen naar beneden hebben geschoten, maar er is geen tijd om te denken. Alles wat in de buurt komt moet aan puin geschoten worden. Japanners proberen op Bali aan land te komen en wij moeten dat voorkomen. Zelf incasseren we deze nacht slechts een treffer in de nevelkamer, en een matroos raakt licht gewond door een rondvliegend scherfje. De officieren jammeren als kleine kinderen, want de nevel belet hen naar hun hutten te komen. Hun tandenborstels en pyama's zijn onbereikbaar. Na enkele uren is het euvel verholpen.

De volgende morgen moet ik van een officier z'n pijp uit de hut halen. "Heb je gezien dat er een barst in het fotolijstje van mijn vrouw zit," vraagt hij met een ernst alsof het mens zelf door een torpedo is getroffen. Ik erger me kapot aan de onbenulligheid van de man. Wij hebben een kastje van 80 x 80 centimeter, waar alles wat je bezit in moet worden gestouwd.
Wordt voortgezet