maandag 11 november 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 48-49

logo
Marine gewoonten en gebruiken
Een aantal voorschriften voor de commandeerende officieren, omschrijft wat er aan de overgave en de overname van het bevel nog meer vastzit en de meeste leden der bemanning weten hier weinig van of verdiepen er zich in elk geval niet in omdat het „hun afdeeling niet is".
Behalve het overgeven van de aan boord aanwezige bescheiden, rapporten, geheime en niet geheime stukken, teekeningen, een geheime beschrijving omtrent de behandeling van het slot van de_ brandkast en den sleutel van de bus voor oude en gebrekkige zeelieden, moet de aftredende commandant, langs den hierarchischen weg een beknopt rapport uitbrengen aan den minister over het door hem gecommandeerde schip, de eventueele gebreken, de eigenschappen van het schip, met het oog op de diensten, welke in tijd van oorlog van het schip zullen kunnen worden gevorderd, enz. enz.
Dit laatste moet overigens elke drie maanden gerapporteerd warden. Als bescheiden, rapporten, diverse stukken e.d. zijn overhandigd, verlaten beiden gelijktijdig het schip om mondeling te rapporteeren aan den vlootvoogd en mededeeling te doen betreffende het geheim archief, boekwerken, kaarten en oorlogsbescheiden, Terloops heb ik zoo juist de bus voor oude en gebrekkige zeelieden genoemd. 1k kom daar nog even op terug, omdat het zoo'n merkwaardig oud „meubelstuk" is en uit den Franschen tijd dateert.
Misschien was deze bus, die geen bus, doch een klein zwaar met ijzer beslagen kistje is, met in den deksel een gleuf, reeds voor den Franschen tijd aan boord van onze schepen. 1k weet het niet. Maar wel weet ik, dat het witgeschilderde opschrift aan den Franschen tijd herinnert. Het is n.l. tweetalig. Aan den eenen kant staat : „Voor oude en gebrekkige zeelieden", aan den anderen kant: „Pour les invalides de la marine".
Het kistje moet op een duidelijk zichtbare plaats opgesteld worden. En als aan de schepelingen aan boord het salaris uitbetaald wordt, dan staat het gewoonlijk naast den officier van administratie op tafel.
Het vertrek van beide hoofdofficieren, den afgetreden commandant en den nieuwen functionnaris, gaat gepaard met 'het daarvoor omschreven ceremonieel van valreepsgasten en overfluiten. Demonstraties, toejuichingen, huldebetoogingen, vaarwel-geroep of uitbundigheid zijn uitgesloten als de oud-commandant zijn schip verlaat. Het mag niet. Artikel zooveel van de voorschriften der commandeerende officieren zegt : „den afgetreden commandant worden bij het verlaten van het schip of de inrichting der zeemacht, waar over hij bevel voerde, van de zijde der bemanning geen buitengewone eerbewijzen gebracht".
In den goeden ouden tijd is het wel voorgekomen, dat de bemanning joelend in het want opliep om een zeer gezien bevelhebber te eeren en op zeemanswijze uitgeleide te doen. Dat gebeurde niet alleen met de beide Trompen en met De Ruyter, doch ook met andere scheepsbevelhebbers. Maar de schepelingen hebben niet zelden ook hun afkeer getoond — werd De Witt niet als 't ware van de vloot weggehoond ? En daarom: van de zijde der .bemanning mogen geen buitengewone eerbewijzen worden gebracht. Dienst is dienst.
blz 48 - 49. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :