donderdag 6 juni 2013

Schetsen en Humor 115

logo
hoofdstuk 4- Marineschetsen van 1900 tot den Mei-oorlog 1940.
En dat zou hen na 3 en 1/2 jaar dienst worden uitgereikt. Op zichzelf een heel goed bedoelde maatregel van minister Rambonnet, doch men had verzuimd de noodige selectie toe te passen, zoodat de marine binnen korten tijd met een stel matrozen opgescheept werd om van te huilen. Dat heeft gelukkig niet lang geduurd; na de mobilisatie in 1918 werden plannen ontworpen voor een betere opleiding tot matroos.
De schrijvers van marineschetsen grijpen gewoonlijk verscheidene tientallen jaren in de geschiedenis terug. Hoe hooger we in het jaartallenregister naar den dag van vandaag komen, hoe moeilijker het wordt de schrijvers van marineschetsen aan het woord te laten om vergelijkenderwijze iets van de ontwikkeling van de marine te vertellen.
Toch ben ik met de schrijvers, die ik zooeven noemde nog niet uitgeput. Ik heb er nog twee in mijn kladboekje staan n.l. Sam Blok, pseudoniem van Johannes Hendricus Martinus Kootker, gepens. O.I.-ambtenaar en den oud-vlootaalmoezenier Alink.
Nu is 't met Alink een beetje anders dan met andere schrijvers van marineschetsen. Hij werd op 20 November 1914 belast „met de zielzorg der R.K. matrozen en verdere R.K. schepelingen", een ietwat vreemde taak-omschrijving, vermits er toch ook katholieke officieren bij de marine waren.
Hoewel het Leger in de mobilisatie 1914-1918 zijn veldpredikanten en aalmoezeniers had, bleef een benoeming van vlootpredikanten en vlootaalmoezenier achterwege. Ds. Warners — de martiale figuur met den langen baard — was reeds in 1904 in Den Helder en omstreeks 20 jaar belast met de zielzorg der protestant-christelijken bij de marine, toen hij op 10 October 1929 de marine verliet.
Doch officieel, van regeeringswege erkend, kwamen Ds. Warners en kapelaan Alink op 4 Juni 1921 resp. als vlootpredikant en vlootaalmoezenier bij de marine in den rang gelijk gesteld met hoofdofficier, speciaal voor de marine gecreëerd : Majoor! Alink verliet de marine op 1 Maart 1934. Van Augustus 1914 tot Maart 1934 schreef Alink in dagboekvorm zijn ,,Film van de week", die sedert Januari 1920 in het R.K. Marineweekblad gepubliceerd werden.
Ze verschenen voor een deel in boekvorm bij „De Heldersche Post" te Den Helder in 1925-1926 en 1927 en wel als ,,Mobilisatie-herinneringen" en als Eerste, Tweede en Derde Kruisreis, aan boord van Hr. Ms. „Zeeland", „Heemskerck" en „Tromp" in de jaren 1923-1924.
Ik heb echter in deze jarenlange filmflitsen niet veel kunnen vinden dat marineschetsen genoemd zouden kunnen worden. Wel zit er ontzaglijk veel ,,kopij" in over de geleidelijke ontwikkeling van den marineman gedurende deze 20 jaren van 1914 tot 1934, uiteraard bezien vanuit het standpunt van den katholiek.
Zoo schetste Alink op 20 November 1914 in zijn dagboek van kerkbezoek : „De grootste narigheid is het, als je de gedwongen kerkgangers, mopperend in de kerk ziet zitten, iedereen in den omtrek tot last. De geleider meent het soms wel goed, alleen hij meent wel eens te veel dat hij aan boord is en te weinig dat hij in de kerk is.
Een heel typisch staaltje is in de bij-kerk voorgekomen. Een matroos zit hinderlijk te doen, en als de omzittenden hun ergernis laten blijken, zal de geleider ,,dat varken wel even wasschen" :
,,Jansen ! hou je fatsoen in de kerk."
„Wat mot ik hier doen in de kerk ?"
,,Je moet hier bidden, net als de andere menschen."
,,Ik weet niet waarvoor ik mot bidden."
„Bid dan maar voor je moer."
,,Ik heb geen moer meer."
„Bid dan maar voor je dooie moer."
Maar in 1927, toen deze ,Mobilisatie-herinneringen" in boekvorm verschenen, plaatste de schrijver er een noot bij: ,Wie tegenwoordig de ordelijke godsdienstoefeningen, speciaal voor de marine te Den Helder bijwoont, zal evenals ik, dankbaar denken aan het moeizaam werken van enkele goede marinemannen, die na dertien jaren zulke resultaten hebben bereikt." Inderdaad, ook op dit terrein civiliseerde de marineman zichzelf.
Kootker publiceerde zijn marineschetsen aanvankelijk in het maandblad voor de vereeniging van technici bij de marine en later omstreeks 1934 in het maandblad ,,Onze Marine". In boekvorm zijn ze nooit verschenen.
Toch moet ik van dezen schrijver van marineschetsen het een en ander citeeren, omdat hij een geheel andere groep vertegenwoordigde dan de overige schrijvers van marineschetsen, die allen uit den algemeenen dienst, of juister den zeedienst - in tegenstelling tot de vaklieden of baantjesgasten bij de marine voortkwamen, n.l. zee-officieren of matroos.
Kootker schreef eenige jaren achtereen zijn schetsen, zonder eenige pretentie en zeker niet met de gedachte daardoor onder „de schrijvers" te worden gerekend. Zooals hij, zullen er wel meer geweest zijn bij de marine, die eens een schets schreven.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :