maandag 27 mei 2013

Schetsen en Humor 059

logo
hoofdstuk 3- Marineschetsen van 1860 tot 1900.
Alles huilt en giert om ons heen en door elkaar... en... Daar komt de bui... Daar komt hij hoor !... Het dondert boven in de lucht... Weerlicht... hagel, regen, sneeuw, alles tegelijk. Daar heb je 'em ! Met een ratelend en donderend geluid valt de bui in de zeilen. De „Tromp" haalt heelemaal over naar lij en ligt dwars in de zee. Het water, de zeeën slaan heelemaal over ons heen. „Over ! op je roer", huilt de ouwe, midden in het lawaai van alles wat om ons is... Op je roer ... op, op, op, op asjeblieft !"
Hij moet draaien... Vallen" noemen we dat... Van den wind af... moet hij draaien. Daarom leggen we het roer te loevert op; aan de windzij. — Dat noemen wij : het roer op leggen. Wij kijken naar voren, naar den kop van de „Tromp..... Zal hij het doen ?... zal hij draaien of niet ...?
Daar kraakt wat boven. Het is het groot tuig, de bramsteng buigt, breekt... Het grootmarszeil scheurt... waait uit de lijken; waait weg... Goddank !... Weg er mee, want nu... zie, achter waait de boedel weg en vóór blijven de zeilen staan... en dus nu... draait hij... daar gaat hij, hoor. . . Het schip richt zich andermaal op en hij draait. . . hij draait... hoera ! Daar gaat hij heen ! We gieren precies eventjes, om de buitenste rotspunt heen. Vlak langs den rotsmuur... wij kijken er tegen op... tegen den muur.
Boven op den rand staan menschen... We kunnen ze zien. Ze zijn allemaal boven ons. Wij kijken er heelemaal tegen op ... We zeilen er langs... vlak er onder langs. Langzamerhand zien we straks al naar achteren, als we er naar kijken. De muur is al achterlijker dan dwars. En nu, draait de „Tromp" nog verder den hoek om... wij sturen ruim van den wind weg... en... Daar gaan we... daar gaan we... hoera !... Het gevaar is voorbij ! Extra oorlam aan de klok ! en nog eens : hoera !"
Deze spannende reportage — ik schroom niet het te zeggen, is nochtans zeer oppervlakkig gehouden; bijna alle details van het leven en werken van de mannen aan boord en in het tuig in stormweer en gevaarlijke manoeuvre ontbreken. Eerlijk... ik prefereer de Jong uit 1784.
Werumeus Buning schreef zijn schetsen, die meer in het bijzonder het personeel typeeren in de steer van het sentimenteele met een lach en een traan, waarmede zoo omstreeks '80 de volksziel beroerd werd, waarin wel over dezen of genen marineman geschreven werd, doch waardoor men de marine niet leerde kennen.Hoogstens kan men zeggen, dat er in dien tijd wel eenige van dit type marine-mannen aan boord werden aangetroffen.
Hij maakte er geen zoetelijke brave Jantjes van. Goddank neen ! Maar wel prentte hij in de harde koppen van het Nederlandsche volk een matrozenfiguur, die — al is deze sedert bijna veertig jaren ,geleidelijk aan vervangen door een geheel geciviliseerd type —nog steeds in de verbeelding van het Nederlandsche volk voortleeft. De Rooie, de Mottige, de Kromme, Dronke Schulpie —deze laatste nu eens niet op de ,Tromp", doch op de ,,Doggersbank" — en zooveel anderen.
Hij schetste ook den schipper, den chef van de equipage, den man, die de schakel vormt tusschen vóór- en achteruit en het scheepsvolk, mitsgaders zijn collega's, de onderofficieren, even goed „in de hand had" als de commandant zijn schip.
Over zoo een schipper van omstreeks 1880 citeer ik Werumeus Buning uit zijn : ,Portretten van menschen en dieren", al moet ik ook hier de opmerking maken, dat deze schets zeer oppervlakkig is. Een schipper, nota bene een chef van de equipage, moet je toch ook wel eens voor den dag laten komen met zijn schipperskwaliteiten en hem b.v. in een ernstig geval, al was het maar in stormweer of in een conflict tusschen vóór- en achteruit, laten ingrijpen !
Maar alle... Niet ik, doch Werumeus Buning vertelde : „Er was zeker niemand, die zoo met de ,,Tromp" ingenomen was en die er als 't ware zoo aan gehecht was, als juist onze Homstra, de schipper. Zooals ge misschien weet, is de schipper aan boord van een oorlogsschip de oudste en hoogste van de onderofficieren, het hoofd en de vader van al wat zich voor den mast beweegt.
Homstra was een onderofficier en een zeeman van den ouden stempel, die jaren lang met de ,Tromp" gevaren had. Hij kon dan ook volstrekt niet hebben, dat er iets ten nadeele van zijn schip gezegd werd; bijvoorbeeld wat betrof zijn minder fijn besneden vorm en lijnen. Hij had eene merkwaardige manier om deze eigenaardigheden niet alleen te verdedigen, maar zelfs aan te prijzen; waarbij hij een allerzonderlingste logica volgde. „Hoor eens," zei hij dan, „het mag waar wezen, dat het vaartuig er van voren een beetje zwaartillend uitziet, maar ik moet je dan toch ook zeggen, meneer, ik heb het niet graag, dat een oorlogsschip er uit ziet als een hazewindhond.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :