maandag 13 mei 2013

Schetsen en Humor 037

logo
hoofdstuk 2- Marineschetsen na Nederlands onafhankelijkheid.
Deze tijding was ons alles behalve aangenaam, en er werd dus aan het volk bekend gemaakt, dat zij in de kazerne, waar zij vernacht hadden, een middagmaal bekomen en vervolgens verlof tot wandelen verkrijgen zouden; hen bij elkander te houden, was trouwens onmogelijk. Ten laatsten geraakten wij te zes uren 's avonds weder aan boord der stoomboot en kwamen om elf uren zeer vermoeid en vuil weder op de ,,Zeeuw", want door al het tobben met de beschonken matrozen, had ons wit ondergoed deszelfs helderheid en kleur geheel verloren en zag er bij uitstek morsig uit. Wij waren regt verheugd ons weder met al die gasten op onzen eigen bodem te bevinden; want op het laatst begon het ons grootelijks te vervelen : daarbij was het zeer koud; doch ondanks ons verdriet hebben wij echter meermalen van harte moeten lachen over de waarlijk koddige tooneelen, welke deze beschonken lieden ons opleverden."
Van omstreeks dien tijd is er een schets van vice-adihiraal N. Mac-Leod, die schreef : -dat van 1843 tot 1847 de oefenings-divisiën steeds gecommandeerd werden door 's Konings tweeden zoon, Prins Hendrik, een zeeofficier, wiens persoon een schoone en blijvende figuur in de geschiedenis van ons zeewezen is en wiens kalmte, flinkheid en vertrouwen ten allen tijde tot voorbeeld moeten gesteld worden".
Ik moet hierbij even opmerken, dat „'s Konings tweede zoon Prins Hendrik" dezelfde is als waarvan in voorgaande schets aan boord van het linieschip -De Zeeuw" sprake is.
Mac-Leod schreef verder : „Het eskader, waarmede de Prins in 1843 eene reis in de Middellandsche Zee maakte, bestond uit de fregatten ,,Rijn" en ,,Sambre", de kuilkorvetten ,,Jason”, ,,Castor" en ,,Boreas", de brikken ,,Haai", ,,Pijl" en ,,Lynx en het raderstoomschip „Bromo".
Op de thuisreis raakten de schepen door stormweer in het Kanaal van elkander : de Prins liep met alleen de „Rijn”, „Lynx" en „Bromo" naar Vlissingen. Des morgens van den 14en October voor de kust komende, zag men geen loods, althans geen Nederlandschen, en de Prins weigerde stellig een Belgischen te nemen. Hij deed om 8 uur sein om ,,vooruit te loopen ter opsporing van Vlissingen loodsen", aan de „Bromo", die daarop met 9 mijls vaart voor den wind naar de uiterton liep, terwijl het eskader onder klein zeil bij den wind hield.
De eerste officier van de ,Rijn" achtte de positie niet vrij van gevaar en zeide : „Hoogheid, mag ik U in overweging geven, dat U de verantwoordelijkheid hebt over zooveel menschenlevens als hier op 't eskader zijn ?” Maar de 23-jarige Prins antwoordde : „Mag ik U in overweging geven dat ik commandeer !" De „Bromo" had om 10 uur nog geen loods gezien en stoomde naar het admiraalsschip terug; toen werden eindelijk de schepen van Nederlandsche loodsen voorzien en liepen daarmede binnen.
In 1845 maakte Prins Hendrik als commandant van de „Rijn" alleen een reis naar IJsland en Newfoundland. Bij het aandoen van laatstgenoemde kust was het mistig, maar kalm weer. De Prins vertrouwde op het bestek en bleef 's avonds, ofschoon men op geringen afstand van den wal moest zijn, onder klein zeil in den wal loopen, terwijl hij zich gekleed op een canapé ter ruste legde.
Op de eerste-wacht stonden de officier en de adelborst van de wacht op den bak uit te kijken en uit te luisteren. Opeens meent de officier van de wacht branding te hooren. — ,,Ga den Prins waarschuwen," zegt hij. De adelborst vliegt naar den commandant en brengt het rapport over.
„Dan zou ik de bramzeils maar bijzetten," was het kalme antwoord, waarvan de adelborst niets begreep. „Wat belieft Uwe Hoogheid ? !" „De bramzeils bij-zet-ten-!" „Best !" de verbijsterde adelborst rent weer naar den officier van de wacht, die in 't eerste oogenblik ook niet dadelijk vatte, dat de Prins, juist om het gevaar, zeker wilde zijn van de wending, en daarom eerst meer zeil wilde maken.
Maar de Prins was dadelijk aan dek, en kommandeerde zelf de wending, — die gelukte." „Het is best mogelijk" — zoo besloot Vandersteng deze periode — ,dat er van dien tijd aardiger marineschetsen zijn, doch ik heb ze niet kunnen vinden. En wat er van mijn collega's ter koopvaardij bekend is, heb ik laten passeeren. Niet omdat ik me daarvoor niet interesseer, doch omdat het mijn afdeeling niet is, ieder op z'n eigen dolt — zoo is 't nu eenmaal."

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :