zaterdag 4 mei 2013

Schetsen en Humor 025

logo
hoofdstuk 1- Marineschetsen na den 4en Engelschen oorlog en voor den Franschen tijd.
Daar er nu geen roerpennen meer waren, moest er iets anders worden uitgevonden en dit gelukte door de schranderheid van den opperstuurman Hendrik W. Ketjen, die tevens den rang van luitenant heeft, volkomen door een waarlooze ankerstok met sterke knijpers om den kop van het roer te leggen, het welk in alle opzigten voldeed.
Tegen den avond kwam er een labberzuchtje of een flauw windje uit het Zuidwesten; toen wonden wij dadelijk op ons daagsch anker en na er twee touwen van ingewonden te hebben, besloot men eenparig om het te kappen en daarop met spoed het plegtanker geligt hebbende, raakten we onder zeil. De voortgang was door de weinige wind zeer traag, digt achter ons was een breed rif en ter zijde de klippen van het eilandje, welke wij schier voorbij kropen.
Ons volk was op dit oogenblik zoodanig door gestadig werken, ongemakken en niet rusten, afgemat, dat wij ter naauwernood met het halve scheepsvolk een marszeil konden hijschen. Wij officieren sliepen bijna daar wij stonden en de vreugde van behouden te zijn was niet in staat onze verdoofde en afgetobde levensgeesten op te wekken; alom heerschte een stilte en doodsheid die duidelijk blijken gaven van hetgeen wij geleden hadden.
De blijdschap was evenwel niet ongegrond, niemand had anders gedacht dan schip en Leven te verliezen en geen mensch heeft ooit den dood nader dan wij gezien. De Kapitein had reeds geheime papieren over boord geworpen en zijn pistolen geladen, om bij eene ontscheping, die somtijds vrij onbedaard gaat, tot het houden van orde te kunnen dienen en had even zoo wel als wij en vele anderen, geld, goud en dingen van waarde bij zich gestoken om bij een onverwacht aan wal komen, niet geheel ontbloot te zijn.
Eindelijk raakten wij den hoek voorbij en kwamen behouden in zee. Na een paar dagen zeilens zagen wij land en onderscheidden kort daarop de kapen Licije en Lepet, waar van de laatste den hoek van Toulon uitmaakt. Van ons verstrooid eskader, kwamen de admiraal en de schout bij nacht, met de schepen ,Vrijheid" en de ,Admiraal de Ruiter" hier binnen. Het schip ,Drenthe" onder kapitein Smissaard was in den storm omgeslagen en met man en muis vergaan.
De ,,Noordholland" en de -Medea" in welkers nabijheid het gebeurd is hebben er een vreeselijk en ontzettend gezigt van gehad; een gezigt dat mij niet berouwd niet gezien te hebben; een schip met 64 stukken met 450 menschen naar den afgrond te zien nederzinken, zonder eenigen te kunnen redden is allerijsselijkst; de herinnering, de verbeelding alleen, doet het hart wegkrimpen. Het schip ,Hercules", was na het verliezen van de groote en bezaansmasten en na bij de acht voet water in het schip gehad te hebben, eindelijk ook het gevaar ontsnapt en te Port Mahon binnen geraakt.
Den onderofficieren en medepligtigen, die tijdens het noodweer weigerden te gehoorzamen werden door den Krijgsraad veroordeeld om van kunnen post afgezet 3 dagen achter den anderen ter discretie van commissarissen door de cordons geleid en vervolgens op de eerste reede, welke wij zullen aandoen, voor schelm aan den wal gezet te worden. Twee anderen zijn driemaal van de ra gevallen en gelaarsd, terwijl men de overige mindere straffen heeft aangedaan.
Zeg nu nog dat men aan boord onzer oorlogsschepen gestreng en wreed is ; bij vele andere volken zouden misdaden als deze, waarbij men zich te voren opzettelijk van wapenen had voorzien, met den dood gestraft zijn.
Dan hoe dit ook zij, men ontdekte twee uuren voor de uitvoering, eene wel overlegde desertie, die ons veel volk gekost en van een grooten nasleep zou hebben kunnen zijn, en de brave soldaat — marinier, zouden we tegenwoordig zeggen — die door zijn getrouwheid ons voor dit onheil behoed heeft, is ingevolge de Krijgsartikelen, met vijftig Hollandsche guldens beloond geworden, welke hem in tegenwoordigheid van het gansche scheepsvolk met plegtigheid zijn toegeteld, terwijl hij daarenboven op den eerst openvallende post, waarvoor hij berekend was, een geregtige aanspraak heeft verkregen."

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :