dinsdag 10 december 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 94-95

Marine gewoonten en gebruiken
Hoofdstuk XII.
Het is wel grootscheeps om te spreken van de gewoonte om aan de vloot toegevoegd te hebben een koninklijk jacht. Van oorsprong is het jacht een Nederlandsche vinding. Statievaartuigen waren er van oudsher in de Republiek der Vereenigde Nederlanden zoowel voor de autoriteiten als voor de heeren bewindhebbers.
Toen Van Neck in 1599, met de tweede retourvloot uit Indië in Amsterdam terugkeerde, werden de zeelui van hoop tot laag „met groot geclanck van trompetten" ontvangen en „van Stadts weghe met wijn beschoncken, ende men luyde van blydschap alle de klocken". De magistratuur van Amsterdam liet zich in het sierlijk gebouwde zeiljacht met roeivermogen — om nu eens 'n typische term van zeilschepen met stoomvermogen uit het einde der 19e eeuw te gebruiken - naar de vloot brengen om den admiraal aan boord van de „Mauritius" te verwelkomen.
Stedelijke-, admiraliteits- en staten- of heerenjachten heeft Nederland altijd gehad. De Engelschen maakten er het eerst kennis mee en namen het type statieschepen later over, toen de stad Amsterdam in 1660, ter gelegenheid der kroning van Koning Karel II van Engeland, een jacht cadeau deed, dat den naam Mary kreeg, naar de zuster van den koning.
Zoo bouwden onze scheepsbouwers in de 17e eeuw een koninklijk jacht, dat in 1671 voor den Koning van Zweden bestemd was; zoo liet de Keurvorst van Brandenburg in 1708 en de landvoogd der Zuidelijke Nederlanden Carl Albrecht van Beieren omstreeks dienzelfden tijd een jacht bouwen te Amsterdam, gelijk de Keurvorst Johann Wilhelm van de Palts er reeds twee had laten maken op de Rotterdamsche werven, omstreeks 1687-1700.
Voldoende bekend is — ik vertel er terloops van — dat een der kapiteins onder De Ruyters vlag, de commandeur Cornelis van der Hoeven op 28 Augustus 1673 niet ver buiten den Theemsmond een fraai Engelsch jacht, een „verguld koningsjacht" buit maakte, dat naar Nieuwediep werd opgezonden. Een belangrijk verlies was 't voor de Engelschen niet, althans men had daar in de periode van 1660 tot 1688, niet minder dan 27 koningsjachten gebouwd.
marine14

blz 94 - 95. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :