Dagorders

Logo DagOrders
Dagorders 20 April-1929Encephalitis Lethargica
"Het voorkomen van encephalitis lethargica onder de zeemiliciens"
In den laatsten tijd zijn onder de zeemiliciens, die thans onder de wapens zijn, drie gevallen van encephalitis lethargica voorgekomen, waarvan twee met doodelijken afloop. Het is niet met zekerheid bekend, of de bron van besmetting ligt in de marinekazerne of op het logementschip Buffel, waarop een deel der miliciens is ondergebracht. De mogelijkheid bestaat ook, dat twee der miliciens tijdens het Paaschverlof besmet zijn.
Ofschoon de geneeskundige dienst het niet waarschijnlijk acht, dat de haard der besmetting zich in, de marinekazerne of op de Buffel alhier zou bevinden, is in overleg met den hoofdinspecteur van de volksgezondheid in Den Haag besloten, aan te nemen, dat de haard zich hier wél bevindt, op grond van de overweging, dat de mogelijkheid daarvan niet is uitgesloten.
Dientengevolge zullen de zeemiliciens : gedurende ongeveer een week naar huis gezonden worden, en de marinekazerne en het logementschip Buffel ontsmet.
De ervaring heeft geleerd, dat verspreiding van de menschen in gevallen als deze een gunstigen invloed heeft.(Encephalitis lethargica (epidemische slaapziekte) is een atypische vorm van encefalitis gekarakteriseerd door hoge koortsaanvallen, hoofdpijn, dubbelzien, vertraagde fysieke en mentale reacties en lethargie. In acute gevallen kunnen patiënten in een coma terechtkomen. Patiënten kunnen eveneens te maken krijgen met abnormale oogbewegingen (saccades), gedeeltelijke verlammingen, spierpijn, tremoren, een stijve nek en persoonlijkheidsveranderingen (psychoses).)
In de eerste helft van de 20e eeuw stierven ten tijde van de pandemie meer dan een half miljoen mensen aan een mysterieuze slaapziekte die ‘encephalitis lethargica’ genoemd werd. Ondanks uitgebreid onderzoek is de oorzaak van de ziekte nog niet vastgesteld.
Dagorders 12 Dec-2017Handboek scheepsgezondheidsleer van Rochard en Bodet
"Het voorkomen van ziektes bij den zeeman"
Handboek over scheepsgezondheidsleer van Rochard en Bodet, bepaalt: ‘Van alle beroepen die de mensch kiezen kan bestaat er geen zwaarder en gevaarlijker dan dat van den zeeman. Het is een voortdurende tarting van de begrippen der gezondheidsleer.
Alles is kunstmatig in zijn bijzonder beroep. De noodzakelijke ruimte om te ademen en te leven ontbreekt hem aan boord van alle schepen. De meest bevoorrechte geven aan hare equipages niet het vijfde gedeelte van het luchtvolumen dat aan den wal als onontbeerlijk wordt erkend, wil eene woning niet als ongezond gebrandmerkt worden.
Deze onvoldoende lucht is nog warm, vochtig, verontreinigd door de uitwaseming van alles wat aan boord gist en door die welke eene opgehoopte bevolking er bij voegt.’
De schrijver (Lorentz) laat hierop volgen : ‘In de volgende regelen hoop ik aan te toonen dat deze meening, ofschoon te algemeen bedoeld en wellicht te somber getint, ook nu nog, waar het geldt de bewoonbaarheid van een schip, in hoofdzaak juist mag genoemd worden.’.

Na een en ander medegedeeld te hebben omtrent de pogingen aangewend om in den toestand verbetering te brengen, en gewezen te hebben op de betrekkelijk gunstige resultaten in meer dan één opzicht reeds verkregen, zegt de schrijver :
‘Uit hetgeen hier in algemeenen zin omtrent het schip als woning is gezegd mag, dunkt mij, besloten worden, dat uit een hygiènisch oogpunt beschouwd, meeningsverschil omtrent de vraag : “schip of woning aan den wal ?” zooals die o.a. te stellen is voor het tijdelijk niet voor de vloot benoodigde gedeelte onzer Marine-schepelingen, niet bestaanbaar is.’
En aan het slot van het stuk lezen wij : ‘De principieele vraag echter : “woning of schip”, is slechts ten nadeele van het schip te beantwoorden.’ - Wij volstaan met deze aanhalingen, maar het stuk is de aandacht overwaard van een ieder, die zich eenig denkbeeld wil vormen van den toestand aan boord en niet uit ervaring hierover kan oordeelen.
Dagorders 15 December-2017Matroos speelt verstekeling op eigen oorlogsschip
"Vermiste matroos op zijn eigen schip teruggevonden"
Na zeven dagen zoeken heeft de Amerikaanse marine een vermiste matroos op zijn eigen schip teruggevonden, zo heeft de zeemacht gisteren meegedeeld.
Als opvarende van de USS Shiloh was de matroos vorige week donderdag verdwenen, toen het schip ten oosten van het Japanse Okinawa in de Stille Oceaan lag. De bemanning van het oorlogsschip ging ervan uit dat de man overboord was gevallen.
Helikopters en vliegtuigen van de marine en van de Japanse kustwacht kamden een gebied van 5.500 vierkante mijl uit, maar uiteindelijk werd de matroos op zijn eigen schip gevonden. Volgens de Navy Times had de man zich in een machinekamer verstopt.
Dagorders 16 December-2017De matroos en de filosoof
"Een lange zeereis"
Op een schip dat een lange zeereis maken moest bevond zich een filosoof als passagier. Deze man had een groot denkbeeld van eigen wijsheid, en zag met minachting op degenen neer, die niet zoveel gestudeerd hadden als hij en naar hij meende dus veel dommer waren dan hij.
Hij raakte op een gegeven moment in gesprek met een matroos en wilde weten wat deze van de wetenschap geleerd had. Dat onderzoek viel hem niet erg mee te vallen, want hij antwoordde hooghartig: “Ik zie, vriendje, dat je bijna niets waard bent in de maatschappij want je schijnt weinig gestudeerd te hebben.” De matroos antwoordde: “Ik weet zeker dat ik goed zwemmen kan en dat komt in mijn vak heel goed van pas”.
De filosoof lachte erom en draaide de matroos de rug toe.
Een aantal dagen ging voorbij en plotseling ontstond er een grote storm. Het schip werd hemelhoog geslingerd en ging de ondergang tegemoet. Het liep zo vol met water, dat zelfs toen de storm bedaard was en men het land al in de verte kon zien, het niet meer boven water te houden was.
De filosoof die zo bleek als een doek radeloos op het dek rondliep kwam op de matroos af en zei tot hem: “Ach, mijn vriend, ik zie dat het schip aan het zinken is en binnen een uur ten onder zal gaan, zodat wij de dood in de golven zullen vinden: wat kunnen wij daartegen doen, want ik heb gehoord dat de reddingsboten al vol zitten”!
De matroos keek hem aan en zei: “Nu komt wat ik geleerd heb goed van pas; ik zal naar het land proberen te zwemmen, maar hoe graag ik u ook zou willen redden, ik zie geen kans u zo ver mee te slepen. Arme man nu helpt al uw geleerde wetenschap u niet”. En zo was het ook.
De matroos wierp zich in zee, en bereikte met al zijn krachtsinspanning al zwemmende de oever, terwijl de filosoof verdronk.
Dagorders 17 December-2017Oude Zeemansverhalen 1
"Geen verschil tussen mensen en apen in de negende en tiende eeuw"
Uit zeemansverhalen uit de negende en tiende eeuw, blijkt dat het verschil tussen mensen en apen niet altijd even scherp onderscheiden werd. Het was blijkbaar voor veel mensen niet eenvoudig om de soorten uit elkaar te houden.
De Arabieren dachten dat de zwarten uit Afrika en de primitieve volkeren uit Centraal-Azië geen ziel hadden. Europeanen zouden later hetzelfde denken van de zwarten in Afrika, wat de slavenhandel zeer vergemakkelijkte.
Het was nog in het midden van de negentiende eeuw dat een Belgische scheepskapitein in West-Afrika een tienjarig negerslaafje cadeau kreeg, Thuisgekomen schonk hij dat aan.....de Zoo van Antwerpen, waar hij sindsdien de vogels verzorgde maar tegelijk zelf als bezienswaardigheid gold.
jongen

In de negentiende en twintigste eeuw stelde men in Europa graag exotische volkeren ten toon in dierentuinen, circussen en op koloniale tentoonstellingen, ook op die te Amsterdam in 1883. En menig Nederlander in Indië zag na een paitje of twee, drie ook niet meer zo goed en sprak over de inlanders als monyet, ‘apen’. Roodbedonsde ‘mensen’? Het kan niet anders, dan moeten het wel orang oetans zijn.
Dagorders 16 December-2017Plaatjes vergroten
"Met de muispijl naar de afbeelding moet genoeg zijn" klik voor groter Paul Kruger aan boord van de Gelderland - klik voor extra foto
Dagorders 17 December-2017Oude Zeemansverhalen 2
"De vertellende kapiteins en matrozen zijn voorlopers van de latere Nederlandse en Engelse scheepskapiteins."
Op het eiland Rami, (dat is bij Sumatra) leven in de wouden naakte mensen wier taal onverstaanbaar is, want het is alleen maar gefluit. Zij zijn klein en mensenschuw; hun lengte bedraagt vier span, mannen en vrouwen hebben kleine geslachtsdelen. Hun hoofdhaar is een rood dons. Zij klauteren in bomen alleen met hun handen, zonder hun voeten neer te zetten.
In de zee heb je daar witte mensen, die zwemmend schepen inhalen met de snelheid van de wind. Zij verkopen amber voor ijzer, dat zij dan in hun mond vervoeren.
Er is ook een eiland waar zwarte mensen met kroeshaar wonen, die mensen levend in plakken snijden en opeten.
Dagorders 17 December-2017Oude Zeemansverhalen 3
"In het jaar 309 kwam een schip naar Qaqula gevaren."
Eenmaal terug van de reis vertelde de kapitein het volgende:
Iemand in Qaqula vertelde mij over een aap die verbleef in het huis van een man die in die stad woonde.
Die man kocht vlees en bracht dat mee naar huis en gaf de aap een teken dat hij erop moest passen. Toen kwam er een zwarte wouw aangevlogen die voor de ogen van de verblufte aap het vlees wegpikte.
Op de binnenplaats van het huis stond een boom. De aap klom helemaal naar boven en wendde zijn kont naar de lucht, met zijn voorpoten ernaast, terwijl hij zijn kop naar beneden liet hangen. De wouw hield dat achterwerk voor een stuk van de hoeveelheid vlees die hij had weggepikt.
Hij stortte zich erop, maar toen greep de aap hem vast en bracht hem naar beneden in het huis. Hij legde hem onder een schaal die hij toedekte met een zwaar voorwerp. Toen de huisheer terugkwam zag hij het vlees niet en ging op de aap af om hem een paar klappen te geven. De aap liep naar die schaal en haalde de wouw tevoorschijn.
Toen begreep de man wat er gebeurd was. Hij greep de vogel, plukte hem kaal en kruisigde hem aan de boom.
Dagorders 17 December-2017Oude Zeemansverhalen 4
"Een oude kapitein vertelt over de stad Zafār"
De kapitein vertelde over de stad Zafār, een stad in Jemen.
Er woonde een smid die een aap had die de hele dag de blaasbalg bediende. Die aap bleef ongeveer vijf jaar bij hem.
Op een kwade dag had de aap genoeg van de blaasbalg en verdween stilletjes in de rimboe.
Niemand heeft de aap ooit weergezien.
Dagorders 17 December-2017Oude Zeemansverhalen 5
"Een oude kapitein vertelt over één zijner matrozen"
Een oude kapitein vertelt over het jaar 309 dat hij op zijn gezag een matroos zijn schip liet bewaken, Nadat dat zij naar Qaqula waren gevaren. Ze kwamen behouden aan, brachten hun waar aan land en vervoerden een deel naar een stad op vier dagreizen van zee. Ze trokken de boot aan land in een kleine baai op vijf, zes dagen van Qaqula.
Ze wierpen een dam op tussen het schip en de zee, dekten het af en zetten er palen omheen waarmee ze het stutten. Dan vertelt de matroos: ‘Ze lieten mij achter met de nodige leeftocht en gingen allemaal op weg naar die stad, waar ze zouden blijven om handel te drijven.
Toen ze weg waren verscheen er een stel apen die om het schip heenliepen en aan boord probeerden te klauteren, maar ik gooide ze met stenen. Eén behoorlijk grote apin liet zich niet wegjagen en zag kans via een zijkant van de boot aan boord te komen.
Ik zat net te eten en gooide haar een stuk brood toe, dat zij opat. Ze bleef een poosje bij me en ging toen weer van boord. Ze bleef weg tot de avond, toen verscheen zij opnieuw met in haar bek een tros van ongeveer twintig bananen. Ze gaf een schreeuw, ik ging kijken en ze klom aan boord. De bananen legde ze voor mij neer en ik at er een paar op. Daarna bleef ze bij me, en ze liep af en aan met bananen en fruit uit dat groene dal.
De nacht bracht ze door op het schip, vlak naast mij. Zo wekte ze mijn begeerte en ik sliep met haar. Nauwelijks waren er drie maanden voorbij of ze werd dikker en begon te lopen als een zwangere vrouw. Ze wees op haar buik en zo begreep ik dat ze zwanger van mij was. Ik kreeg het erg te kwaad en was bang voor de schande als de mannen terug zouden komen en zouden zien wat er aan de hand was.
Uit schaamte nam ik de sloep van het schip en bevestigde er een mast, zeilen en een anker aan. Ik zorgde voor waterzakken en proviand, pakte mijn kleren en wat ik verder nog had en bracht het aan boord. Ik wachtte een ogenblik af dat de apin er niet was, ging aan boord van de sloep en voer uit, het grote risico op de koop toe nemend. Het schip liet ik onbemand achter. Na meer dan twintig dagen landde ik op een van de Andamanen, nadat ik bijna omgekomen was van ellende, en ik verbleef enige dagen op dat eiland om tot mezelf te komen.
Ik dronk van het zoete water dat daar was, at vruchten en bananen en herstelde. Op dat eiland heb ik niemand gezien behalve een paar vissers in bootjes die tussen de bomen aan land gingen.
Toen ging ik de zee weer op, zonder te weten waar ik terecht zou komen, en voer ongeveer 70 zām tot ik belandde ik op een eiland dat Badfār Kalah heette. Daar bleef ik tot ik weg kon komen naar Kalah.
Na enige tijd ontmoette ik de kapitein en de opvarenden van mijn schip en vroeg wat hun was wedervaren. Ze zeiden dat ze naar die plek waren teruggekeerd en aan boord van het schip een apin hadden aangetroffen die een paar aapjes ter wereld had gebracht, met gezichten die op mensengezichten leken, met onbehaarde borst en met staarten die veel korter waren dan apenstaarten.
Ze hadden al gedacht dat die apin zwanger was geworden van mij en dat ik gevlucht was in de sloep, omdat zij niets misten behalve de sloep en mijn spullen.
Sommigen dachten dat de apin mij had gedood en dat de sloep was gestolen door een passant of een visser; ze lieten het in het midden. De apin en haar kroost hadden ze met stenen weggejaagd.
Ze merkten dat de matroos erg slecht zag en dat hij desgevraagd had gezegd: ‘Ik zag zo slecht dat ik niet merkte dat ik met een apin sliep. Tijdens mijn verblijf op zee was mijn gezichtsvermogen steeds slechter geworden.
Dagorders 18 December-2017Oude Zeemansverhalen 6
"De hitsige matroos en de aap"
Er zijn nog meer grappige verhalen over apen. Ik hoorde van een bereisde oude kapitein uit Isfahan dat hij eens naar Bagdad was gegaan met een grote karavaan. Daar was ook een jonge matroos bij, die hitsig en potent was als een muildier.
De oude kapitein bleef ’s nachts wakker om zijn bezittingen te bewaken en sliep alleen gedurende de reis op zijn kameel. Op een avond toen hij als gewoonlijk wakker lag zag hij de jongeman die op een kameeldrijver afging en hem van achteren wilde nemen.
De kameeldrijver werd wakker, werd woedend en roste hem af zoals een leerlooier op het leer inslaat. De jongeman ging terug naar zijn plek, wankelend van de klappen en stompen die had hij gekregen. Daar bleef hij een poosje, maar toen de kameeldrijver weer in slaap was gevallen kwam hij bij en ging weer op hem af. Toen hij wakker werd tuigde hij hem nog harder af dan de eerste keer en de matroos ging meer dood dan levend terug.
Toch ging hij na even te zijn uitgerust voor de derde keer terug naar de kameeldrijver. Die ging nu als een razende tekeer, sleurde hem van links naar rechts over de grond, en riep uit: – Bij God, als jij hier nog één keer terugkomt steek ik je overhoop!
Nadat ik daar een aantal malen getuige van was geweest en de bedreiging door de kameeldrijver had gehoord kon ik hem goed begrijpen, maar ik had het toch akelig gevonden als zo’n jongen gedood zou worden.
Dus toen hij een beetje bij was gekomen riep ik hem bij me en zei: – Jongen, hoe heb je dat kunnen doen, wat ik vannacht van je gezien heb!? Je bent er nog levend vanaf gekomen, maar de volgende keer maakt hij je af, dus houd je een beetje in!
– Beste kapitein, antwoordde hij, ik heb tegenwoordig nachten dat ik helemaal niet kan slapen van geilheid en hitsigheid, en als ik zo opgewonden ben is wat hij me aandoet een kleinigheid vergeleken bij wat ik verder te doorstaan heb.
Jongen, zei ik, we zijn nog maar twee dagen verwijderd van de Stad van de Vrede; weldra trekken we een stad binnen waar je zult vinden wat je hitsigheid zal kalmeren.
De rest van de reis bleef ik uit medelijden maar met hem praten om hem te kalmeren. Toen we in Bagdad waren aangekomen maakte ik me grote zorgen om hem en dacht: Het is een vreemdeling, hij is nog jong en nooit eerder in Bagdad geweest. Wie weet of hij niet iemand uit de omgeving van de kalief of de ministers zal zien die hij net zo lastig valt als hij de kameeldrijver heeft gedaan.
Dat zou zijn dood zijn! Ik verloor hem dus niet uit het oog. Toen ik een logies gevonden had nam ik hem bij me en zodra hij onze bagage in veiligheid had gebracht was het eerste wat me te doen stond hem mee te nemen naar een koppelaarster om voor hem naar een vrouw uit te kijken die zijn nood kon lenigen.
Nauwelijks liep ik met hem door een van de stegen, daar stond hij al stil en zei tegen me: – Kapitein, ik zie net in dat venster een gezicht zo mooi als de zon; die moet ik hebben. Ik wilde hem ervan afhouden, maar hij ging op de grond zitten en zei: – Dan wil ik hier sterven!
Ik dacht: Ik heb op hem gepast in de woestijn, zal ik hem dan hier in Bagdad, de stad der verleidingen, aan zijn lot overlaten?
Toen ik hem niet kon ompraten keek ik de steeg in en zag daar een huis dat eruit zag of er arme sloebers in woonden. Ik klopte aan en er verscheen een oude vrouw, die ik vroeg naar het huis waar de jongeman die vrouw had gezien.
De oude vrouw zei: – Dat is het huis van minister zo-en-zo, en de vrouw die hij gezien heeft is zijn echtgenote. Toen zei ik tegen de jonge matroos: – Mijn jongen, zie ervan af en ga met mij mee, dan zal ik je de meisjes van Baghdad laten zien, want je zult mooiere vinden dan deze.
– Bij God, deze wil ik, of de dood! – Jongeman, zei toen de oude vrouw, als ik je in contact breng, wat betaal je me dan? De jongeman haalde prompt zijn beurs te voorschijn die hij om zijn middel droeg en telde haar tien gouden dinars uit.
De oude vrouw was opgetogen, trok iets aan en kwam naar buiten. Ze klopte aan bij het huis van de minister, waar een eunuch haar opendeed. Weldra kwam ze weer naar buiten en zei tegen de matroos:– Ik heb geregeld wat je wilde, op bepaalde voorwaarden.
– En welke zijn dat? – Vijftig mithqals voor haar, zei ze, vijf voor de locatie en vijf voor de eunuch. Hij betaalde haar de zestig mithqals.
– Ga nu gauw naar het badhuis, hernam de oude, en trek schone kleren aan. Tussen het late middaggebed en het avondgebed moet je hier bij mijn deur komen staan tot je binnengelaten wordt. De jongeman ging naar het badhuis, knapte zich piekfijn op en ging op de afgesproken tijd bij de deur van de oude vrouw staan. De eunuch kwam naar buiten en nam hem mee....
Hij kwam in een grote, prachtig ingerichte salon en hem werd heerlijk eten en drinken aangeboden, waarvan hij zich bediende. Daarop begaf hij zich naar het bed en de dame evenzo. Maar toen zij zich uitgekleed hadden verscheen er ineens een aap van achter een gordijn, krabde de matroos en verwondde hem aan zijn dijen en zijn ballen tot bloedens toe.
Hij trok zijn kleren weer aan, maar de drank had hem lodderig gemaakt en hij viel gekleed en wel in slaap. De volgende morgen wekte de eunuch hem en zei tegen hem: – Nu moet je weggaan, voordat het zo licht is dat de gezichten te onderscheiden zijn.
Dat deed hij, treurig en bekommerd. Die ochtend dacht de oude Kapitein: ik ga eens kijken hoe het met die matroos is; misschien is zijn wens in vervulling gegaan en is het goed afgelopen.
Hij vond hem zittend voor de deur van de oude vrouw, zijn hoofd verstopt in zijn halsdoek. Toen hij hem vroeg hem hoe het gegaan was vertelde hij wat hem was overkomen
De Kapitein ging bij de oude vrouw naar binnen en vertelde haar wat er aan de hand was; zij ging naar de dame toe om te vragen hoe dat zo gekomen was.
Zij zei: – Je moet weten, we zijn een ding vergeten, namelijk het zakje voor de aap van de huisheer, de vergoeding waar hij recht op heeft: een zakje met een pond suikergoed. Maar als de jongeheer nog eens wil komen vragen wij maar de helft van wat we gisterenavond hebben berekend.
De matroos gaf de oude vrouw dus dertig dinar en kreeg de opdracht die avond een zakje suikergoed van een pond mee te brengen voor de aap van de huisheer. In plaats van één zakje nam hij er verscheidene mee. Hij werd weer binnengelaten en kreeg te eten en te drinken. Toen hij naar de dame wilde gaan sprong de aap op hem af.
Hij gooide hem het zakje met zoetigheid toe, de aap nam het aan en ging terug naar zijn plaats. Na zijn lust te hebben gekoeld wilde de jongeman nog een keer, maar daar kwam de aap weer. Hij gooide hem een tweede zakje snoep toe, waarop de aap zich terugtrok.
Zo ging het een aantal malen, en toen de jongeman moe geworden was en de drank hem slaperig had gemaakt kwam de aap zelfs naar hem toe om hem wakker te maken.
De aap nam hem bij de hand en bracht hem naar de vrouw en bewoog zijn eigen vinger in zijn eigen hand op en neer.
De moraal van dit verhaal is dat het geven van geschenken aan bediendes tot de gewenste resultaten leidt, ondanks de hoge heren. Met dat gebaar van zijn vinger bedoelde de aap: Doe maar zo! Hij liet de matroos niet slapen, maar spoorde hem aan zich uit te leven met de dame tot het ochtendgloren. Toen ging de matroos terug naar zijn kapitein.

Dagorders 19 December-2017Lek in gloednieuw Brits vliegdekschip van 3,5 miljard
"Britse vliegdekschip HMS Queen Elizabeth lek"
Het spiksplinternieuwe Britse vliegdekschip HMS Queen Elizabeth, dat voor omgerekend 3,5 miljard euro het paradepaard van Britse marine zou moeten zijn, is lek. Per uur gutst volgens Engelse media circa 200 liter water het vaartuig binnen. Dat is naar verluidt een gevolg van een defecte afsluiting rond een aandrijfschroef van het schip.
Het Britse ministerie van Defensie heeft dinsdag erkend dat er een belangrijk defect is geconstateerd tijdens het proefvaren. Het schip, dat nog geen maand geleden in gebruik is genomen, moet worden gerepareerd. Dat gaat miljoenen kosten, maar de scheepsbouwers zijn daarvoor verantwoordelijk.
Het 280 meter lange schip weegt 65.000 ton. Het is het grootste en snelste schip dat de Britten gebouwd hebben. Het kan zonder lekkage een snelheid bereiken van zeker 45 kilometer per uur.
Het pronkstuk van de marine was eerder dit jaar negatief in het nieuws door zorgen over het computersysteem Windows XP van het schip, omdat dat systeem door hackers werd belaagd.
HMS Queen Elizabeth
Dagorders 19 December-2017Geen echte kerstpudding meer in de Koninklijke paleizen Engeland
HMS Queen Elizabeth
"Kerstpudding voortaan van het Engelse Tesco "
De Britse koningin Elizabeth doet het dit jaar wat zuiniger aan met het jaarlijkse kerstcadeautje voor haar 1.500 personeelsleden. De luxe kerstpudding die ze traditiegetrouw krijgen komt voortaan van de Britse Tesco een variant van onze Jumbo.
In voorgaande jaren kon het personeel van de paleizen, de koninklijke post en de koninklijke veiligheidsdienst rekenen op een pudding van het chique warenhuis Harrods of de koninklijke bakkerij Fortnum & Mason. Dit jaar komt die van de schappen van de Tesco.
De personeelsleden krijgen ook allemaal een kerstkaart van de koningin en prins Philip. Wie al lange tijd in dienst is, krijgt daarnaast ook vouchers.
Personeelsleden krijgen elk jaar een kerstpudding, een traditie die door Elizabeths grootvader George V is begonnen. De pudding is een traditioneel gerecht in Groot-Brittannië, dat vaak al maanden voor kerstmis wordt klaargemaakt en wordt bewaard in een donkere kast.
Dagorders 19 December-2017Mysterieus gebrom uit het diepste van de aarde
HMS Queen Elizabeth
"Aarde produceert mysterieus gebrom en niemand weet waar het vandaan komt.. "
Onderzoekers hebben geluidsopnamen gemaakt van een mysterieus gebrom dat uit het diepste van de aarde komt. Door speciale apparatuur te plaatsen op de bodem van de zee konden de klanken worden vastgelegd. Het is al sinds 1959 bekend dat er een gek geluid uit het binnenste van de planeet komt. Maar nu pas is het gelukt om de bromtoon op te nemen.
De wetenschappers probeerden het eerder op land, maar zelfs na honderden pogingen leverde dat weinig op. Op de oceaanbodem was er wel succes. De gegevens zijn al in 2013 verzameld maar het wegfilteren van allerlei ruis nam een tijd in beslag. Nu is de studie gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Geophysical Research Letters.
Mysterieus
Voor het menselijk oor is het mysterieuze geluid uit de aarde niet te horen. Het betreft maximaal 4,5 millihertz, 10.000 keer lager dan wat mensen kunnen oppikken.
De onderzoekers uit verschillende Europese landen gebruikten voor hun studie elf maanden lang tientallen seismometers. Daarmee gingen ze duizenden kilometers van de Indische Oceaan af. Omdat het gebrom overal in het onderzochte gebied aanwezig is, bestaat het vermoeden dat het over de hele wereld op de zeebodem is waar te nemen.
Hoewel de wetenschappers dolblij zijn dat het is gelukt om het geluid op te nemen, weet nog niemand waar het precies vandaan komt. Een theorie is dat de golven in de oceaan trillingen veroorzaken maar anderen vermoeden juist dat het gebrom het resultaat is van stormen en turbulentie in de atmosfeer.

1 opmerking :

w.a.oliemans zei

zou graag de locatie van de foto van een groep voor de schuur willen weten.
Ik heb van mijn vader een identieke foto maar weet niet waar hij genomen is.