Dagorders

Dagorders 09 Januari-2015Bijna-oorlog met Venezuela 1
1908 - Bijna-oorlog met Venezuela 1
Venezuela
Cipriano Castro Nederland en Venezuela raakten begin twintigste eeuw in een hoogoplopend conflict om Curaçao. Den Haag stuurde de marine eropaf om de Venezolaanse president een lesje te leren. Het doel was niets minder dan het omverwerpen van de regering in Caracas.
Op 26 november 1908 voeren Nederlandse marineschepen op oorlogssterkte het zeegat van Willemstad, Curaçao, uit. Koers : Venezuela. De schepen hadden de opdracht om elk Venezolaans vaartuig dat zij tegenkwamen aan te houden en op te brengen. Nederland had genoeg van de pesterijen en dreigementen die de regering van Venezuela zich sinds jaar en dag meende te kunnen permitteren. Dat moest maar eens afgelopen zijn.

In de Venezolaanse hoofdstad Caracas trok een president aan de touwtjes die luisterde naar de naam José Cipriano Castro Ruiz. Hij was vijftig jaar oud en oorspronkelijk afkomstig uit de bergachtige provincie Táchira in West-Venezuela, grenzend aan Colombia. Daar had hij achtereenvolgens gewerkt als employé van een handelshuis, llaneros (cowboy) en journalist. Hoewel hij behoorde tot de Spaanstalige middenklasse liet Cipriano Castro zich voorstaan op zijn afkomst uit de Andes. Zijn aanhangers creëerden de mythe van een door de elementen gestaalde andinos, die een Europese opleiding combineerde met de hardheid van een indiaan.
In de jaren 1870 was Castro verzeild geraakt in de politiek. Venezuela beleefde, sinds het land in 1829 onafhankelijk was geworden van Spanje, de ene revolutie na de andere. Castro kwam aan het hoofd te staan van een autonoom revolutionair bewind in Táchira, maar moest in 1892 vluchten naar Colombia. Zeven jaar later keerde hij terug met een guerrillaleger. In oktober 1899 trok Castro als overwinnaar Caracas binnen.
Hoewel zijn revolutie in naam was bedoeld om het liberalisme in Venezuela te herstellen, regeerde Castro net zo dictatoriaal als zijn conservatieve voorgangers. Hij had twee grote voorbeelden. In de eerste plaats was dat de legendarische onafhankelijkheidsstrijder Simon Bolávar, die van Venezolaanse afkomst was. Diens in 1829 gestichte Groot-Colombiaanse republiek, waartoe ook Venezuela behoorde, was al na een jaar uiteengevallen, en Castro droomde ervan deze mammoetstaat weer op te richten.
Castro had een mateloze bewondering voor Napoleon Bonaparte. Evenals de voormalige Franse keizer was Castro klein van stuk, en hij liet zich graag ‘de kleine korporaal’ noemen. De inwoners van Caracas konden hem dikwijls door de straten zien rijden, keizerlijk gezeten op een wit paard.
Dat was voor de meeste Venezolanen ook het enige pleziertje dat ze aan hun president beleefden. Hun land, economisch en financieel uitgeput na decennia van revoluties en burgeroorlogen, werd nog verder uitgezogen om Castro’s exuberante levensstijl te financieren. Volgens de Nederlandse sociaal-democratische parlementariër Henri van Kol, die in 1904 een verslag publiceerde van zijn reis door het Caribisch gebied, hield Castro in zijn paleis ‘ware orgieën’ en was ‘geen vrouw veilig voor zijn lusten’.
Van Kol noemde Castro ‘een Nero in miniatuur’; de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Elihu Root omschreef hem als ‘een gestoorde bruut’. Tegenstanders van Castro’s regime verdwenen achter tralies, werden vermoord of vluchtten naar het buitenland. Een van oudsher populair toevluchtsoord was Curaçao
De drie Benedenwindse Eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao waren in 1634 in handen gekomen van de Nederlandse West-Indische Compagnie. Het grootste van de drie, Curaçao, leverde economisch het meeste op dankzij de trans-Atlantische handel in slaven en exotische producten.
Omdat Spanje elk handelsverkeer tussen zijn uitgestrekte koloniën en andere mogendheden verbood, kon Willemstad in het gat springen en een belangrijke stapelhaven worden. Maar in de loop van de achttiende eeuw stelde ook Spanje zijn havens open voor buitenlandse schepen. Bovendien kregen de Nederlanders concurrentie van de Engelsen, die vanaf Trinidad eveneens met het Zuid-Amerikaanse vasteland gingen handelen. Zo verloor Willemstad veel van zijn vroegere glorie.
De toenemende onrust in de Spaanse gebieden, waar nationalisten zich probeerden te ontdoen van de knellende banden met het moederland, bood de Nederlandse eilanden nieuwe kansen. Ze speelden een belangrijke rol voor de opstandelingen : als springplank, uitwijkplaats en tussenstation voor illegale wapenleveranties. De Venezolaanse generaal en opstandeling Francisco de Miranda trok zich in 1806 met zo’n driehonderd medestrijders terug op Aruba. Símon Bolívar deed, op de vlucht voor het Spaanse leger, in 1812 Curaçao aan.
Toen de revolutie in Venezuela in 1829 een succes was, vertaalden de goede relaties tussen het nieuwe bewind en de Nederlandse Antillen zich in diplomatieke erkenning en een handelsverdrag. Toch ontstonden er al snel wederzijdse irritaties.
Dagorders 10 Januari-2015Bijna-oorlog met Venezuela 2
1908 - Bijna-oorlog met Venezuela 2
Cipriano Castro in Parijs
Bolívar wist als geen ander welk risico met name Willemstad als smokkelhaven en potentieel toevluchtsoord voor politiek dissidenten betekende voor de veiligheid van zijn regime. Hij wilde de smokkelhandel tegengaan en de eigen economie bevorderen, door in het handelsverdrag met Nederland hoge invoerrechten te bedingen en kleine schepen te weren. Bolívars voorstel haalde het niet, maar de toon was gezet.
Na het uittreden van Venezuela uit de Groot-Colombiaanse republiek in 1830 bleven de bilaterale verhoudingen moeizaam en gecompliceerd. Nederland had niet alleen rekening te houden met Caracas, maar ook met de publieke opinie op de Antillen. Terwijl Den Haag vrienden probeerde te blijven met de Venezolaanse regering, waren de eilandbewoners op de hand van de oppositie.
Omdat zij economisch afhankelijk waren van de smokkelhandel, kon en wilde Nederland hier niet resoluut tegen optreden. Venezuela reageerde door van tijd tot tijd vermoedelijke smokkelvaartuigen die onder Nederlandse vlag voeren op te brengen, wat dan weer werd beantwoord met demonstratieve vlootoefeningen van de Nederlandse marine.
Om de zaak niet te laten escaleren besloot Nederland in 1870 te voldoen aan een verzoek van de Venezolaanse president Monagas om zijn politiek rivaal Antonio Guzmán Blanco, die vanuit Curaçao een staatsgreep wilde plegen, uit te leveren. Het besluit werkte voor de Nederlandse autoriteiten als een boemerang. Binnen de kortste keren grepen Blanco en zijn aanhangers in Caracas de macht. De kersverse president was vastbesloten de Nederlanders zijn uitlevering betaald te zetten.
Het begon ermee dat Blanco enkele schepen van de grote Curaçaose handelsfirma Jesurun – de ‘Rothschilds van de Cariben’ – liet opbrengen op verdenking van smokkel. Toen de Nederlandse zaakgelastigde in Caracas protesteerde, werd hij het land uit gezet. En nadat in 1874 opstandelingen tegen Blanco’s regime waren bevoorraad vanuit Curaçao, sloot de president de havens van Coro en Maracaibo voor Nederlandse schepen.
Zeven jaar later stelde Venezuela een invoerbelasting van 30 procent in op alle goederen die werden vervoerd vanuit de Europese koloniën in het Caribisch gebied. Deze zogenoemde ‘Antillenrechten’ dienden om buitenlandse concurrentie voor de eigen Venezolaanse havens te elimineren. Willemstad leed zwaar onder de maatregelen. Volgens Van Kol was het eens zo welvarende Curaçao verworden tot een ‘noodlijdend eiland’. Schepen lagen aan de ketting, plantages verkommerden. ‘De toestand dezer Nederlandsche kolonie begint hopeloos te worden.’
Er gingen rond de eeuwwisseling dan ook stemmen op voor een drastische oplossing voor het Antilliaanse probleem. ‘Er zit iets in de lucht!’ schreef Van Kol in 1904. ‘Voortdurend doemt het denkbeeld weer op in binnen- en buitenland, dat Nederland zijn West-Indische eilanden maar moest loslaten en verkoopen in ruil voor geldelijke of moreele voordeelen. Het zou niet de eerste maal zijn dat wij een kolonie loslieten, en in onze Imperialistische eeuw is dat denkbeeld gemakkelijker uitvoerbaar dan ooit, nu van alle zijden liefhebbers zich zouden melden.’
Er waren twee mogendheden, beide nieuwkomers op het mondiale politieke toneel, die mogelijk belangstelling hadden voor Curaçao. In de eerste plaats waren dat de Verenigde Staten. Nadat dat land zijn uiterste continentale grenzen had bereikt, zocht het naar expansiemogelijkheden overzee.
Al in 1823 had de toenmalige president James Monroe het gehele westelijke halfrond tot verboden gebied voor Europese kolonisators verklaard. Aan het eind van de negentiende eeuw namen de Amerikanen de Spaanse bezittingen op de Filippijnen en in de noordelijke Cariben in bezit. Door de aanleg van het Panamakanaal werd ook de rest van het Caribisch gebied van groot economisch en strategisch belang voor het land.
De tweede nieuwe grootmacht die een voet aan de grond probeerde te krijgen in Zuid-Amerika, was curieus genoeg Duitsland. Nadat in 1871 in Versailles het Duitse keizerrijk was uitgeroepen, ging het hooggeïndustrialiseerde land, dat de grootste bevolking van Europa herbergde, op zoek naar grondstoffen en overzeese markten voor zijn producten.
In Afrika en in mindere mate Azië lukte het de Duitsers eigen kolonies te stichten, maar op het westelijk halfrond was die mogelijkheid uiterst beperkt. Elke poging om reeds gedekoloniseerde landen in Zuid-Amerika onder Duits gezag te brengen zou onherroepelijk leiden tot conflicten met de andere grootmachten, met name de Verenigde Staten.
Vandaar dat Duitsland het over een andere boeg gooide. De regering in Berlijn probeerde met de voormalige Spaanse kolonies goede economische en diplomatieke betrekkingen aan te knopen en zo haar invloed in dat deel van de wereld te vergroten. Ook in Venezuela investeerden Duitse firma’s miljoenen rijksmarken, en in de stad Tovar ontstond een grote Duitse gemeenschap.
Dagorders 11 Januari-2015Bijna-oorlog met Venezuela 3
1908 - Bijna-oorlog met Venezuela 3
Regering Venezuela
Dat de regering in Caracas liever Duitsers dan Nederlanders als buren had, bleek wel toen zij drie keer op rij – in 1875, 1879 en 1898 – aan Berlijn de suggestie deed om Curaçao te bezetten. De Duitse admiraals hadden daar wel oren naar, maar keer op keer stuitten zij op het veto van Buitenlandse Zaken. Op dat departement zat men niet te wachten op ruzie met Amerika.
In maart 1902 bereikte keizer Wilhelm II echter een bericht van de Duitse consul in Batavia, die hem verzekerde dat Nederland bereid zou zijn Curaçao te verkopen. De keizer gaf zijn ministers opdracht om de politieke gevolgen van zo’n deal te onderzoeken. Berlijn bezag met afgunst de steeds groter wordende macht van de Amerikanen, die op hun beurt hun oog hadden laten vallen op de Deense eilanden St.-Thomas en St.-Croix.
De chef-staf van de Duitse strijdkrachten, Otto von Diederichs, popelde om een tegenzet te doen. Hij overwoog serieus of Duitsland moest proberen behalve Curaçao ook Suriname in handen te krijgen, als ‘een demarcatielijn waarvoor het Amerikaanse expansionisme halt moet houden’. Het was te danken aan de Duitse ambassadeur in Washington, die waarschuwde voor de reactie van de Verenigde Staten, dat al deze plannen in een la verdwenen. Ook speelde mee dat de relatie tussen Duitsland en Venezuela in hoog tempo verslechterde.
Cipriano Castro ontpopte zich na zijn machtsgreep in 1899 tot een internationale lastpak, die er een gewoonte van maakte om de grootmachten tegen de schenen te schoppen. Dat had tot gevolg dat deze hun krachten tegen Castro bundelden. In december 1902 legden de Duitse, Britse en Italiaanse marines gezamenlijk een zeeblokkade voor de kust van Venezuela. Geen schip kon het land meer in of uit, en Duitse slagschepen bombardeerden Venezolaanse havens. Aanleiding was de weigering van Caracas om zijn torenhoge buitenlandse schulden te betalen.
Hoewel ook Nederland grote openstaande vorderingen had, nam het officieel niet aan de blokkade deel. Wel werd het Duitse marineschepen toegestaan om in Willemstad voorraden in te slaan. Omdat de Verenigde Staten ondanks de Monroe-doctrine niet ingrepen, moest Castro bakzeil halen. Hij stemde ermee in dat het Internationale Hof van Arbitrage in Den Haag zich over de verschillende schuldenclaims zou buigen. Overigens moest Nederland bij de verdeling van Venezuela’s inboedel achteraan in de rij staan.
Hoewel Castro had verloren, had het conflict met de imperialistische grootmachten zijn populariteit in eigen land goedgedaan. ‘Toen de havenplaatsen werden beschoten, en de Duitschers voet aan wal zetten, was er een algemeene geestdrift onder het volk om hun tiran te beschermen !’ schreef Van Kol vol onbegrip in zijn reisverslag.
Zich bewust van dit mechanisme, en omdat hij de Nederlandse steun aan de blokkade niet was vergeten, stuurde Castro aan op een nieuwe aanvaring met Den Haag. In oktober 1907 werden vijf Antilliaanse scheepjes door de Venezolaanse kustwacht opgebracht op verdenking van smokkel. Toen bleek dat de beschuldiging onterecht was, werden de opvarenden vrijgelaten, maar ze moesten wel hoge boetes betalen. Ook hadden de Venezolaanse douanebeambten de scheepjes zwaar beschadigd.
Half mei 1908 vaardigde Castro een aantal decreten uit, die de handel tussen Curaçao en Venezuela ondermijnden. Curaçaose schippers werden gedwongen hun lading in de onhandig gelegen havenstad Puerto Cabello over te schepen, terwijl zij normaal gesproken op Coro en Maracaibo voeren. Kleine handelsvaartuigen werden uit alle havens geweerd.
Het conflict escaleerde door een interview dat de Nederlandse consul in Caracas, De Reus, gaf aan het protestantse tijdschrift Hou en Trou. Door een vertaalfout van het Venezolaanse ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg Castro te horen dat De Reus hem had uitgemaakt voor ‘een kwade geest’. In het door en door religieuze Venezuela was dat een onvergeeflijke belediging. Op 20 juli 1908 kreeg De Reus zijn paspoort teruggestuurd en moesten hij en de andere Nederlandse diplomaten het land verlaten.
Voor de Nederlandse regering onder leiding van de antirevolutionaire premier Theo Heemskerk was de maat vol. Den Haag stelde Castro een ultimatum: als hij zijn decreten niet vóór 1 november introk, dan zou Venezuela de gevolgen hebben te dragen. Ondertussen polsten Nederlandse diplomaten de reactie van de Verenigde Staten, mocht Nederland tot militaire actie besluiten. De VS uitten geen bezwaren, zolang Nederland niet overging tot het bezetten van Venezolaans grondgebied.
Zoals te verwachten was, weigerde Castro te buigen voor het ultimatum. Nu was Den Haag weer aan zet. De regering gaf de marine opdracht om het ruime sop te kiezen. Met ingang van 26 november 1908 patrouilleerden Nederlandse oorlogsbodems voor de kust van Venezuela met de bedoeling elk schip te onderscheppen dat onder Venezolaanse vlag voer. Twee kustwachters, de Alix en de 23de Mayo, werden aangehouden en in Willemstad aan de ketting gelegd.
De blokkade was een fraai staaltje ‘kannoneerbootdiplomatie’. In eerste instantie ging het om een strafmaatregel, maar Den Haag hoopte op meer. In Caracas stond de positie van Cipriano Castro onder druk. Zijn eigen vicepremier Juan Vicente Gómez, een rijke grootgrondbezitter die eerder Castro’s revolutie had gefinancierd, keerde zich nu tegen hem. Nederland wilde met de blokkade de politieke ontwikkelingen in Venezuela versnellen en een verandering van regime forceren.
Juan Vicente Gómez Dat lukte, zij het dat andere factoren zwaarder wogen. Al voordat de blokkade begon was Castro naar Europa afgereisd om een medische behandeling te ondergaan. Gómez zag zijn kans schoon en greep de macht. De omwenteling ging echter niet zonder slag of stoot, en tijdens straatgevechten tussen aanhangers van Gómez en Castro vielen drie grote apotheken van de Nederlander Thielen aan plundering ten prooi. Over de vergoeding van de schade zou nog jarenlang worden gesteggeld met het nieuwe bewind.
Niettemin mocht Nederland van een geslaagde actie spreken. De nieuwe president Gómez sloeg direct een andere toon aan dan zijn voorganger en benadrukte het belang van goede internationale verstandhoudingen. Op 21 december 1908 trok hij de omstreden decreten van Castro in. Twee dagen later riep Nederland zijn vloot terug naar de haven.
Voor de Venezolanen bracht de laatste machtswisseling nauwelijks verbetering. In het begin leek Gómez de bevolking meer vrijheden te gunnen, maar in de jaren twintig kreeg ook hij Castro-achtige trekken. Venezuela werd een politiestaat, die de eigen bevolking bespioneerde en elk begin van oppositie met geweld en gevangenisstraffen in de kiem smoorde.
Terwijl Gómez en zijn buitenlandse vrienden fortuinen verdienden aan de commerciële oliewinning, die vanaf begin twintigste eeuw een hoge vlucht nam, leed de overgrote meerderheid van de Venezolanen gebrek. Maar vanuit Nederland, dat dankzij de vestiging in 1916 van een raffinaderij op Curaçao een graantje meepikte van de Venezolaanse olie-boom, klonk dit keer opvallend weinig protest.
Dagorders 07 Augustus-2014Nederland en Wereldoorlog 1
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog begin augustus 1914 verklaarde Nederland zich direct en nadrukkelijk onpartijdig (neutraal).
Gedenkteken bij Winterswijk
Achtergrond
Dat Nederland zich in augustus 1914 neutraal verklaarde was begrijpelijk. Net zoals België was het een klein land dat grootmachten als Duitsland, Engeland en Frankrijk als 'buurlanden' had. De Nederlandse krijgsmacht was te zwak om een van die mogendheden in een conflict te kunnen weerstaan. Daarom hechtte Nederland sterk aan neutraliteit en aan het internationaal recht, om de status quo te behouden. In die jaren bezat Nederland nog zijn koloniën, waaronder het uitgestrekte Nederlands-Indië. Nederland besefte dat alleen dankzij een door alle staten geaccepteerde rechtsorde die koloniën behouden konden blijven. In 1899 en in 1907 waren (niet toevallig) in Den Haag vredesconferenties gehouden. Als resultaat van de tweede vredesconferentie werd in Den Haag het Vredespaleis gebouwd en in 1913 officieel geopend. Dit internationaal gerechtshof was bedoeld om internationale conflicten op vreedzame wijze te beslechten. De Nederlandse neutraliteitsverklaring paste in een traditie.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) waren twaalf landen neutraal: Albanië, Argentinië, Chili, Denemarken, Ethiopië, Mexico, Nederland, Noorwegen, Spanje, Venezuela, Zweden en Zwitserland. De rest van de wereld, toen 34 staten, was met elkaar in oorlog. De Nederlandse regering, hierin gesteund door koningin Wilhelmina en een groot deel van de bevolking, streefde strikte neutraliteit na.
Handhaving neutraliteit
Nadat in augustus 1914 de oorlog was uitgebroken moest de Nederlandse regering zijn neutraliteit handhaven. Bij grove schendingen van de Nederlandse neutraliteit, tientallen Nederlandse schepen werden getorpedeerd of liepen op mijnen, protesteerde de regering bij het land dat zij daarvoor verantwoordelijk hield. De reacties van de oorlogvoerende landen waren verschillend. Ze bestreden de Nederlandse lezing van het incident, maar in een aantal gevallen werd na veel overleg toch schadevergoeding uitgekeerd. Nadat Duitsland in februari 1917 de onbeperkte duikbootoorlog had afgekondigd, liepen de Nederlandse schepen nog meer risico. Toen een Brits vliegtuig eind april 1917 per ongeluk Zierikzee bombardeerde, stelde de regering de Britse luchtmacht daarvoor verantwoordelijk. Aanvankelijk wezen de Britten elke betrokkenheid af, maar moesten uiteindelijk toch toegeven en keerden een jaar later een schadevergoeding uit.
De neutraliteit hield ook in dat soldaten van de oorlogvoerende naties moesten worden ontwapend en geïnterneerd gedurende de rest van de oorlog als zij de Nederlandse grens overschreden. Dat kon gaan om militairen die uitweken tijdens de strijd, piloten van vliegtuigen die een noodlanding moesten maken of deserteurs. Dat betekende dat er Belgische, Duitse, Britse soldaten werden geïnterneerd. Er kwamen ook uit Duitsland of België krijgsgevangenen over de grens, zodat er zelfs Russische soldaten in Nederland belandden. Uiteindelijk liep het aantal nationaliteiten van die militairen tot zo'n twintig op en het aantal zou de dertigduizend passeren. Kampen voor geïnterneerde militairen waren er in Loosduinen, Zeist, Harderwijk, Alkmaar, Oldenbroek, Zwolle, Kampen, Urk, Leeuwarden, Veenhuizen en Assen. In Gaasterland was een interneringskamp voor Duitsers en in Groningen een kamp voor Brits vlootpersoneel, dat als infanterie-eenheid nabij Antwerpen was ingezet. Ook waren er vluchtelingenkampen voor zowel Belgische als Duitse burgervluchtelingen. Zo'n honderdduizend Belgen zouden uiteindelijk tot november 1918 in Nederland blijven. De Belgenmonumenten bij Ede en Amersfoort herinneren aan deze kampen.
Op het toenmalige eiland Urk werden de hele oorlog lang 2000 Britse mariniers vastgehouden die in 1914 onder persoonlijke aanvoering van Winston Churchill hadden geholpen Antwerpen te verdedigen. Na de val van die stad waren de mariniers naar Nederland ontkomen, waar ze werden geïnterneerd (velen ontsnapten vervolgens ook van Urk, quasi spelevarend op de Zuiderzee). In interneringskampen in Amersfoort, Zeist, Harderwijk en Bergen aan Zee zaten 30.000 gevluchte Belgische militairen opgesloten. In kamp Zeist kwam het tot een ernstig oproer toen Nederlandse wachtposten twee Belgen verhinderden daaruit te ontvluchten. De bewakingstroepen schoten zeven Belgen dood en verwondden er 22.
Op de grens van België en Nederland liep gedurende een groot deel van de Eerste Wereldoorlog een elektrische draadversperring, bekend als De Draad. Deze was vooral bedoeld om de smokkel tegen te gaan die op grote schaal plaatsvond, toen de schaarste nijpend werd en de prijsverschillen in beide landen waren toegenomen. De oorlogvoerende landen Duitsland en Groot-Brittannië hebben de Nederlandse neutraliteit laten bestaan, omdat ze daar belang bij hadden. Voor Duitsland betekende het dat het toch een soort 'aanvoerkanaal' openhield, nadat vanaf augustus 1914 een Britse blokkade van de Duitse wateren was ingesteld. Voor Groot-Brittannië was Nederland interessant om inlichtingen te verkrijgen en de Britten hadden vanaf de Nederlandse Noordzeekust geen vijandelijkheden te duchten.
Spionage
Vanwege de neutraliteit en geografische ligging tussen Groot-Brittannië, Duitsland en België werd Nederland een broeinest van spionage. Rotterdam was zelfs het grootste spionagecentrum van de Eerste Wereldoorlog door de spoorverbindingen met België en Duitsland en de veerdiensten op Engeland. Ook steden als Vlissingen en Maastricht werden uitvalsbasis voor spionnen. Geheime diensten van vooral Duitsland en Groot-Brittannië vestigden kantoren in Rotterdam.(Lees bij dagorders over spionage)
De Duitse marine inlichtingendienst 'N' stuurde vanuit Rotterdam spionnen naar Engeland, waaronder ook veel Nederlanders. Twee van hen, Heicke Janssen en Willem Roos, werden gepakt en in juli 1915 ter dood gebracht in de Tower van Londen. In oktober 1917 werd Mata Hari in Frankrijk geëxecuteerd wegens spionage voor Duitsland. Nog eens drie Nederlanders werden in België door de Duitse bezetter geëxecuteerd wegens deelname aan het Belgische verzet.
Einde van de oorlog
Toen Nederland aan het einde van die oorlog vluchtende Duitse troepen toestemming gaf om over Nederlands grondgebied snel Duitsland te bereiken en Nederland vervolgens óók nog eens asiel verleende aan de vluchtende Duitse keizer Wilhelm II, was voor België de maat vol. Op het moment dat de geallieerde overwinnaars in 1919 in Parijs om de tafel gingen zitten om Europa opnieuw in te delen, eiste de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Paul Hymans als straf voor de Nederlandse houding de volgende gebieden op : Zuid-Limburg ten zuiden van Roermond, plus heel Zeeuws-Vlaanderen, plus de Westerschelde.
Maar Engeland, Frankrijk en de Verenigde Staten steunden de onhandig opererende Belgische minister daarin niet. Zij zagen Hymans als een hebzuchtige lastpost en vreesden dat een als gevolg van het verlies van aanzienlijke stukken grondgebied gekrenkt Nederland aansluiting zou kunnen zoeken bij een herlevend Duitsland. Het Nederlandse leger maakte zich al klaar om België 'preventief' binnen te vallen. En op een nieuw Europees conflict zaten de geallieerden niet te wachten. (België kreeg in Versailles uiteindelijk alleen van Duitsland de Oostkantons – de streek van Eupen, Malmedy en Sankt Vith – plus in Afrika de Duitse kolonie Ruanda-Urundi, als mandaatgebied.
Na thuiskomst van minister Hymans kopte de Belgische krant De Standaard : BELGIË VERLATEN EN VERNEDERD DOOR ZIJN BONDGENOTEN.
Pro-Duits of pro-Engels?
De Nederlandse regering had haar onzijdigheid (neutraliteit) in augustus 1914 kenbaar gemaakt bij de oorlogvoerende landen. Die landen gaven direct als antwoord de Nederlandse neutraliteit te zullen respecteren. Bij het Nederlandse volk lag tijdens de oorlog over het algemeen de sympathie bij de Geallieerden. De Duitse inval in het neutrale België – met de begane wreedheden – en in maart 1915 het torpederen van het Amerikaanse schip de Lusitania deden de Duitse zaak geen goed. Daarnaast ervoeren veel Nederlanders de Duitse buur met zijn enorme krijgsmacht als een bedreiging. Hoewel de Britten letterlijk in Hollands vaarwater zaten en veel Nederlandse schepen aan- of vasthielden, waren de meeste Nederlanders toch meer bevreesd voor de machtige oosterbuur. De handel met Duitsland bleef van belang voor Nederland, maar werd door de oorlog minder. Een bijverschijnsel in die oorlogsjaren waren de zogeheten oorlogswinstmakers, de O.W.'ers. Dat waren handelaren of anderen die profiteerden van de prijsverschillen die in Duitsland en Nederland ontstonden door de toenemende schaarste. Door reguliere handel en door smokkel wisten zij aanzienlijke winsten te verkrijgen.
In onder meer protestante kringen bestond wel sympathie voor de Duitse zaak. Die werd mede ingegeven door de herinnering aan de Boerenoorlog (1899-1902) in Zuid-Afrika.[
Generaal Snijders Generaal Snijders was van mening dat totale neutraliteit uiteindelijk niet te handhaven zou zijn. Hij vroeg het kabinet daarom welke kant zij zou kiezen, wanneer het tot een treffen zou komen. Dit met het oog op mogelijke voorbereidingen. Aan het eind van de oorlog sprak generaal Snijders de mening uit dat Nederland tegen een eventueel treffen met Duitsland niet opgewassen zou zijn. Het kabinet-Cort van der Linden beschuldigde de generaal daarop van defaitisme.
De regering wilde de bevelhebber de laan uitsturen. Dit gebeurde echter niet. De reden daarvoor was dat koningin Wilhelmina bij die conflicten consequent de zijde van haar opperbevelhebber koos. De reden dat de koningin standvastig naast haar bevelhebber bleef staan is dat zij erg begaan was met het leger en de marine. Zij wilde gezien worden als een soldatenkoningin.
In april 1918 leek de bom te barsten. Het Duitse voorjaarsoffensief ging van start en een Duitse inval in Nederland leek onvermijdelijk. Generaal Snijders deelde de regering mee dat tegenstand tegen de Duitse troepen geen zin had.
Generaal Snijders Minister van Oorlog De Jonge vond het nu welletjes. Hij eiste officieel het ontslag van Snijders. Opnieuw verklaarde koningin Wilhelmina dat zij de generaal niet zou ontslaan, "zelfs niet als dit het heengaan van de minister tot gevolg zou hebben". Logischerwijs zou de regering op deze mededeling hebben moeten reageren met aftreden. Maar er waren verkiezingen op komst en dus bleven de heren zitten – net als de generaal. Die ruimde pas een half jaar later het veld, op 6 november – vijf dagen voor het einde van de oorlog – toen de regering hervormingen in de krijgsmacht doorvoerde.
Rellen
Die hervormingen waren hard nodig. Er waren 500.000 mannen gemobiliseerd, die hun gezin en hun werk in de steek hadden moeten laten. Mede daardoor heerste in het leger en op de vloot grote ontevredenheid. Er waren al rellen uitgebroken, officieren werden soms niet meer gehoorzaamd. Revolutie broeide, net als overal in Europa. In de laatste jaren van de oorlog had de ellende toegeslagen: bedrijven gingen dicht, duizenden kwamen op straat te staan. Daar kwam ziekte bij (de Spaanse griep maakte in 1918 in Nederland 17.400 slachtoffers) en honger. Het broodrantsoen was verlaagd. Troepen waren in Amsterdam en Rotterdam ingezet om plunderingen de kop in te drukken.
Toen op 11 november 1918 het einde van de oorlog kwam en Nederland de rekening kon opmaken, stond de zaak er beroerd voor. Maar wie de vergelijking maakt met de verwoestingen in België en Frankrijk, kan niet anders dan concluderen dat Nederland toch door het oog van een naald is gekropen.
Bron van dit artikel : Wikipedia


Dagorders 03 Augustus-2014Wereldoorlog 1
Vernietigende kracht van de Kurze Marine Kanone
Dicke Bertha
Dicke Bertha
Het Duitse leger ontwerpt net voor het uitbreken van WOI krachtige artillerie waartegen geen enkel fort bestand blijkt. Granaten van 42 cm doorsnede worden van ver afgeschoten en komen met grote snelheid en vernietigende kracht op het fort neer. De officiële benaming voor het ‘geheime wapen’ dat de Duitsers in 1914 inzetten om de Belgische forten te vernietigen is Kurze Marine Kanone. Het betreft een super zwaar artilleriestuk ontworpen door de firma Krupp en waarvan de eerste stukken net zijn opgeleverd vóór het begin van het conflict. Het gaat om een mortier (krombaan geschut) met een kaliber van 42 cm, een kaliber dat wegens zijn uitzonderlijke omvang enkel bij de vloot in gebruik was.
krombaangeschut
Twee uitvoeringen
1) Kurze Marine Kanone 12 L/16 Gamma Gerät. Dit kanon weegt 170 ton en wordt na demontage verplaatst per spoor. Het kan granaten van +/- 1000 kg afschieten over een afstand van +/- 12 km. Er zijn 15 exemplaren gebouwd.
2) Kurze Marine Kanone 14 M Gerät. Dit kanon van 42 ton wordt door middel van vier Daimler Benz-tractoren verplaatst. Het kan granaten afschieten van +/- 800 kg over een afstand van 9 km en granaten van 400 kg over een afstand van +/- 12 km. Er zijn 12 exemplaren gebouwd.
Vernietigende kracht
De projectielen van 800 kg (M Gerät) slagen in met een snelheid van 1.000 km per uur en halen een kinetische energie van 3.600 ton - genoeg om een betonlaag (gewapend) van 3 meter te doorboren en de geblindeerde geschutskoepels van de forten te vernietigen. Geen enkel Belgisch fort is daar tegen opgewassen.
Deze stukken kunnen ongehinderd hun werk doen omdat het ze buiten het bereik blijven van de verouderde artillerie van de Belgische forten. Als bijnamen circuleren : ‘Dicke Bertha’ of Grosse ‘Bertha’, de kanonniers zelf noemen hun stuk ‘Fleissige Bertha’. Bertha is de naam van de erfgename van het Kruppconcern.
Inzet tegen Belgische forten
Tijdens de belegering van de forten van Luik Namen en Antwerpen gebruiken de Duitsers 4 Dikke Bertha’s (2 Gamma’s en 2 M’s) en daarnaast nog eens 9 zware stukken van 30,05 cm.
Dit super zware geschut gooide in het totaal 60 ton granaten op de forten van Luik, 380 ton op die van Namen en 1.500 ton op de Antwerpse forten.
Tijdens de Neteslag werden 3 stukken van 30,05 gebruikt tegen het fort van Walem, 2 stukken van 30,05 cm en 2 stukken van 42 cm tegen het fort van Waver, 4 stukken van 30,05 cm tegen het fort van Koninghooikt en 2 stukken van 42 cm tegen het fort van Lier (die stonden opgesteld in Heist-op-den-Berg).
Voor het inschieten werd geschut van het normale kaliber gebruikt. De controle van de inslagen gebeurde vanuit kerktorens, ballonnen en voorwaartse waarnemers.
Door de korte loop en het krombaanvuur was de nauwkeurigheid een probleem en dat blijkt uit het aantal treffers. Zo werden op het fort van Lier 178 schoten afgevuurd en ‘slechts’ 32 treffers genoteerd, hetzij 18 %.
Dagorders 01 Augustus-2014Spionage 15
Onbemande zelfbestuurbare ‘UFO’ van de Amerikaanse marine.
Klik voor groter
Luchtbasis marine Patuxent River, Maryland, Verenigde Staten - Als jij het in levenden lijve had gezien, had je ook gedacht dat het een UFO was.
Dat gebeurde er namelijk toen de marine zijn futuristische drone in de vorm van een vleermuisvleugel van zijn basis in Californië vervoerde naar een luchtbasis in Maryland. In het hele land kwamen via 111 acuut meldingen binnen dat mysterieuze vrachtwagens een ruimteschip aan het vervoeren waren. In werkelijkheid gaat het echter om een testmodel van iets dat de marine heel graag wil hebben : de mogelijkheid om met een klik van de muis een bewapende, onwaarneembare spionage drone te lanceren vanaf een vliegdekschip, één van de moeilijkste manoeuvres binnen de luchtvaart. Maar als je het toestel van dicht bij ziet, dan begrijp je waarom mensen dachten dat het wat anders was.
Niet veel mensen hebben de X-47B, zoals het door de marine genoemd is, van dicht bij gezien, behalve de fabrikanten Northrop Grunman en de betrokken testpiloten van de marine natuurlijk. Tot afgelopen dinsdag, toen het uitvoerende bureau belast met de ontwikkeling van wat bekend zal gaan worden als UCLASS - Unmanned Carrier Launched Airborne Surveillance en Strike System - de verslaggevers de X-47B in levenden lijve liet zien.
De X-47B is ontworpen als één van de meest zelfstandige drones
De eerste indruk is dat het veel groter is dan op de foto’s en in de video’s. De ruim 18 meter aan spanwijdte lijkt in het echt nog groter. Als het op z’n landingsgestel staat, is het net alsof een mens echt in de X-47B kan zitten - ze hebben wel een ladder nodig om erin te komen - hoewel dat natuurlijk nu juist net niet de bedoeling is. De X-47B is immers ontworpen als één van de meest zelfstandige drones van het Amerikaanse leger.
Het idee achter UCLASS - waar de X-47B slechts een demonstratiemodel van is - is dat joysticks en computerstations die door de meeste remote bestuurders gebruikt worden voor besturing van hun drones nu juist overbodig worden. In plaats hiervan kunnen de piloten de door Northrop ontwikkelde software dusdanig programmeren met het vliegplan, dan zij in principe even weg kunnen gaan voor een kop koffie. “De X-47B is zo slim dat er veel onvoorziene factoren ingecalculeerd kunnen worden,” vertelt kapitein Jaime Engdahl, de programma manager van vliegende drones van de marine. “Het heeft de capaciteiten om in te kunnen spelen op die omstandigheden.”
Via ‘exacte GPS’ kan de X47B zelf landen op een vliegdekschip
De marine wil hier verder geen informatie over vrijgeven, behalve dan dat de drone via ‘exacte GPS’ weet waar zijn vliegdekschip is. De marine benadrukt echter ook dat de X-47B alleen maar een onbewapend demonstratiemodel is zonder sensoren. Het bevindt zich op het moment op de luchtbasis Pax River, waar de marine al zijn materiaal heeft (zoals katapulten en vangdraden) die nodig zijn voor een vliegtuiglancering. Hier wordt getest of de marine de drone van een vliegdekschip kan lanceren en het ook weer veilig kan laten landen. De drone heeft zondag zijn eerste vlucht vanaf Pax River ondernomen, een 35 minuten durende vlucht over Chesapeake Bay op een hoogte van ruim 2 kilometer en een 180 zeemijlen per uur draai.
De marine heeft voor aankomend jaar gepland om de X-47B te lanceren vanaf Pax River en te laten landen op een vliegdekschip - en dit alles via de eerder genoemde klik van de muis. Het is de bedoeling dat UCLASS in 2019 opgenomen wordt in de vloot van de marine (de datum is onlangs een jaar teruggezet).
Maar ondanks dit alles kan zelfs een drone zo zelfstandig als de X-47B niet zonder menselijk gezelschap. Gerrit Everson, een testpiloot van Northrop bewijst dit : hij draagt op zijn onderarm een wit doosje dat de Control Display Unit genoemd wordt. Het heeft zes knoppen en zit via een kabel vast aan een oplaadpunt dat bevestigd zit op de onderrug van Everson. Het is net alsof Nintendo een Power Glove gemaakt heeft voor vliegdekschip handelingen. Deze afstandsbesturing kan de drone aanzetten zodra het vastzit aan een katapult van het vliegdekschip en kan het besturen zodra het geland is en ergens anders op het schip neergezet moet worden. Everson pakt het handvat en beweegt z’n pols naar de andere kant; als de X-47 aanstond zou de neus met zijn pols meebewegen.
Crew moet leren communiceren met ‘robot’ vliegtuig
X-47B
De marine moet ook gaan testen hoe de crew van een vliegdekschip kan werken met een robot vliegtuig. Er is op het dek van het schip weinig ruimte voor fouten en vooralsnog weten de matrozen alleen hoe ze moeten communiceren met menselijke piloten. De gezagvoerder Jeff Dodge legt op Pax uit hoe de marine een vliegdekschip ‘digitaal” heeft gemaakt’ zodat de X-47B beter begrijpt wat er zich allemaal aan dek afspeelt, zodat het beter kan communiceren met bemande vluchten. Er is zelfs een dongle dat door Dodge een “Pickle Stick genoemd wordt : iets dat communiceert met de X-47B als het niet op de juiste hoek gaat landen op het vliegdekschip.
Dit geeft ook aan dat er veel verkeerd kan gaan met de drone. De marine zegt hier zich geen zorgen over te maken - nu nog niet in ieder geval. De X-47B is vooralsnog niet uitgerust met wapens of camera’s, en de marine heeft nog niet besloten hoe of door wie besloten wordt wanneer de drone met al zijn dodelijke mogelijkheden wordt ingezet op zijn zelfstandige missies. “We staan wat betreft zelfstandige systemen en besluitvorming nog in de kinderschoenen,” zegt Engdahl. Maar onder de bolle, snavelachtige neus - je zou het de wangen van de drone kunnen noemen - zitten nog een stel deuren achter het landingsgestel. Dat is de laadruimte, waar de drone twee 1000-kilo bommen kan dragen.
De rest van de drone ziet er bizar uit. De veelgebruikte beschrijving mini-bommenwerper doet het niet helemaal recht. Het heeft een ronde buik en een gekromde rug, de vleugels zijn niet glad en recht, maar hebben eerder de vorm van een gebogen biceps. Het heeft in plaats van een cockpit een rode spleet - een luchtinlaat - waardoor het eruit ziet als een Cyclon Raider van Battlestar: Galactica.

X-47B
Dagorders 30 Juli-2014Spionage 14
Duitsland overweegt schrijfmachines na VS-spionage
Patrick Sensburg
De Duitse parlementaire onderzoekscommissie die de NSA-spionage in Duitsland inspecteert, overweegt om terug te grijpen naar ouderwetse mechanische schrijfmachines om geheime documenten te schrijven. Dat heeft Patrick Sensburg, de voorzitter van de onderzoekscommissie, maandag in een tv-interview met het Duitse ochtendprogramma Morgenmagazin gezegd.
In het interview op de Duitse televisiezender Das Erste zegt Sensburg dat hij de leden van de commissie heeft gevraagd om hun gsm te laten screenen op spionage.
Doordat de parlementaire commissie spionage onderzoekt die mogelijk nog steeds plaatsvindt, zou ze wel eens zelf afgeluisterd kunnen worden. En dat lijkt ook zo te zijn. Twee weken geleden berichtten Duitse media nog over de arrestatie van een Duitse man, die de commissie zou hebben afgeluisterd in opdracht van de CIA.
De commissie neemt daarom verschillende maatregelen om hun interne communicatie te beschermen tegen spionage. Zo worden interne e-mails versleuteld en vinden de vergaderingen van de commissie plaats in een kamer die afluistervrij is.
Op de ietwat grappende vraag van interviewster Christiane Meier of de commissie erover nadenkt om schrijfmachines te gebruiken, reageert Sensburg tot Meiers verbazing bevestigend. ‘We denken na om weer schrijfmachines te gebruiken. Niet elektronische, maar mechanische. Het is geen grap.’
 Degelijke schrijfmachine
Dagorders 29 Juli-2014Spionage 12
Moderne technieken in de wereld van de spionage
klik voor groter foto mm10
De hedendaagse spionage gebruikt allerlei technieken en apparatuur om elk type inlichtingen te herkennen en te verzamelen. Deze informatie wordt opgesplitst in een aantal hoofdtypen, afhankelijk van hoe ze vergaard worden. Zo zijn er open informatiebronnen als de media, informatie van spionnen en het verzamelen van foto- en beeldmateriaal via bijvoorbeeld (onbemande) spionagevliegtuigen. Steeds vaker echter worden spionagesatellieten ingezet.
De informatie-inwinning in de hedendaagse spionage
Bij de meeste spionagemissies gaat het tegenwoordig om het bepalen, verzamelen en doorsturen van inlichtingen. Deze informatie wordt opgedeeld in de manier waarop het verzameld wordt :
OSINT staat voor 'open-source intelligence'-inlichtingen uit open informatiebronnen, zoals buitenlandse kranten, websites en radio-uitzendingen
HUMINT 'human intelligence', betreft het verzamelen en verwerken van informatie van spionnen en informanten, die vaak achter vijandelijke linies opereren.
IMINT staat voor 'imagery intelligence': het verzamelen van foto's en ander beeldmateriaal, gewoonlijk door bronnen in de lucht, zoals spionagevliegtuigen en -satellieten
SIGINT 'signals intelligence', onderschept en vergaart inlichtingen die als signalen worden doorgegeven, bijvoorbeeld radiogolven.
Spionagevliegtuigen
klik voor groter Spionagevliegtuigen voeren riskante missies uit boven vijandelijk gebied. Ze zijn meestal slechts licht bewapend en volbrengen hun missie veilig door op grote hoogte te vliegen (zie afbeelding inleiding). Soms is het nodig om lager dan 300 m boven de grond te vliegen om close-upfoto's te maken. Deze uiterst gevaarlijke missies worden uitgevoerd door zogenaamde 'unmanned aerial vehicles', UAV's, onbemande luchtvaartuigen. Tijdens de invasie in Irak in 2003 gebruikten de Verenigde Staten en hun bondgenoten meer dan tien verschillende typen UAV om informatie over Iraakse troepenposities te verzamelen. Bewapende onbemande toestellen worden UCAV (Unmanned Combat Aerial Vehicle) genoemd. Wij kennen ze beter onder hun populaire naam drone (zie afbeelding rechts). Drones worden de laatste jaren veel ingezet in de strijd in Afghanistan en Pakistan om kopstukken van de Taliban en al-Qaida te liquideren
Spionagesatellieten
klik voor groter Hoe langer hoe meer wordt beeldinformatie verzameld door spionagesatellieten. Ze werden in de jaren '60 voor het eerst gebruikt door de supermachten. Deze satellieten draaien in een baan om de aarde en zijn uitgerust met ongelooflijk krachtige optische systemen. Ze kunnen uitgerust zijn met camera's om foto's bij daglicht te maken of met radarapparatuur die opnames door wolken heen of in het donker kan maken. Er zijn al satellieten die uitgerust zijn met camera's met een resolutie scherper dan tien centimeter. Dat betekent dat ze op 300-400 kilometer hoogte een voorwerp ter grootte van een sinaasappel kunnen opsporen ! SIGINT-satellieten volgen signalen die als energiegolven worden verstuurd; hieronder vallen onder meer tv- en radio-uitzendingen en telecommunicatiesignalen, zoals faxen. Onderschepte informatie wordt 'chatter' genoemd en kan telefoongesprekken over zowel het vaste net als tussen mobieltjes omvatten. In de ruimte wemelt het van dergelijke observatiesatellieten.
Project Echelon
Echelon in Burum Nederland

Echelon is een uiterst geheim project waarin de VS, Canada, Groot-Brittannië, Australië en Nieuw-Zeeland en Nederland samenwerken. Het behelst het grootste elektronische volgsysteem ter wereld om in potentie dagelijks honderden miljoenen elektronische berichten via telefoon en internet 'af te luisteren'. Van al deze boodschappen die door computers wordt bekeken, wordt slechts een betrekkelijk klein aantal nader bestudeerd door inlichtingenofficieren. Er worden lijsten bijgehouden van 'targets' (namen, telefoonnummers en internetadressen) waarvan alle communicatie wordt doorzocht. Soms kunnen de resultaten belangrijk zijn. Onderschepte telefoontjes hebben bijvoorbeeld geleid tot de arrestatie van terreurverdachten of het verijdelen van aanslagen.
Observatie- en afluistermethoden
klik voor groter Inlichtingendiensten observeren allerlei verschillende mensen, van misdadigers en dissidenten tot personen die van spionage voor de vijand worden verdacht. Observatieteams gebruiken sterke camera's, nachtkijkers en warmtebeeldcamera's. Andere fotografische apparatuur is zo opgebouwd dat het gemakkelijk verstopt kan worden in tassen, stropdassen, riemen, paraplu-handvatten en sigarettenkokers. Microfotografie kan een hele pagina van een document op A4-formaat verkleinen tot de grootte van een punt. Op zijn hoogtepunt tijdens de Koude Oorlog voerde de Oost-Duitse geheime dienst, de Stasi, elk jaar duizenden observatie-operaties uit. De dienst telde tegen de 100.000 medewerkers, had een netwerk van bijna een half miljoen informanten en legde dossiers aan over ongeveer een derde van de bevolking, meer dan 5 miljoen mensen.
De meest gebruikte afluisterapparaten zijn minuscule microfoontjes die in allerlei dagelijkse voorwerpen passen, zoals horloges, stekkers en pennen. Tijdens de Koude Oorlog gaf de Sovjet-Unie de Amerikaanse ambassade in Moskou een houten replica van het Grootzegel van de VS als geschenk. Het hing zes jaar aan de muur van het kantoor van de ambassadeur voordat het ware doel ontdekt werd. In het zegel zat een microfoontje verborgen dat geheime gesprekken van de ambassadeur doorzond naar een ontvanger in een busje dat buiten voor de ambassade geparkeerd stond.
Contraspionage en geheimhouding
klik voor groter
Terwijl er allerlei technieken en technologie worden gebruikt voor het vergaren van informatie, wordt er bijna evenveel moeite gedaan om inlichtingen te beschermen wanneer men ze eenmaal verkregen heeft. Elk land heeft diensten die verantwoordelijk zijn voor de bescherming van gegevens en communicatie. Contraspionageteams kunnen met speciale scanners en andere apparatuur een vertrek 'schoonvegen' op zoek naar verborgen microfoons, miniatuurvideocamera's en andere spionageapparaten. Zo kunnen ze een omgeving veilig houden voor ultrageheime besprekingen en werkzaamheden. Contraspionageteams jagen ook op vijandelijke spionnen en informanten die geheimen zouden kunnen verraden.

Het beschermen van informatie door het gebruik van geheime codes kent een lange geschiedenis en maakte een reuzenstap vooruit in de Tweede Wereldoorlog toen enkele van de eerste computers werden gebouwd om codes op te stellen of te kraken. Diensten als de NSA en de Government Communications Headquarters (GCHQ) in Groot-Brittannië beschikken tegenwoordig over krachtige supercomputers voor cryptografie, de wetenschap van het opstellen van veilige codes die niet gekraakt kunnen worden. Het Britse parlement erkende pas in 1983 het bestaan van de GCHQ, terwijl deze dienst al sinds 1946 functioneert.
Dagorders 05 Juni-2014Spionage 11
Drie spionnen die de wereld redden
spionage
Penkovsky
Garbo Minder vredig kwam Oleg Penkovsky (1919-1963), kolonel bij de Russische militaire inlichtingendienst GRU, aan zijn eind. Net als Pujol moest hij veel moeite doen om de aandacht van westerse diensten te trekken. In 1960 en 1961 klampte hij diverse Amerikaanse en Britse bezoekers van Moskou aan met het verzoek hun autoriteiten in te lichten dat hij omwille van de vrijheid voor het Westen wilde werken.
Uiteindelijk werd in een gezamenlijke operatie van de CIA en de Britse inlichtingendienst MI6 contact gelegd met Penkovsky door de tussenpersoon Greville Wynne, een zakenman uit Wales. In Moskou en tijdens bezoeken aan Londen en Parijs overstelpte Penkovsky zijn westerse counterparts met informatie. Penkovsky had niet alleen toegang tot uiterst geheime documenten, hij was ook persoonlijk bevriend met het GRU-hoofd Ivan Serov en met de Russische maarschalk Sergej Varentsov, die nauw betrokken was bij het Russische raketprogramma.
Dankzij Penkovsky’s informatie kon de CIA vaststellen dat het het sovjetkernwapenprogramma veel minder ontwikkeld was dan gedacht en kwam een eind aan het fabeltje van de ‘missile gap’ die de Amerikanen zouden hebben opgelopen. Penkovsky’s belangrijkste informatie betrof de plaatsing van sovjetraketten op Cuba, die hem de reputatie bezorgde van de agent die de wereld had gered van een nieuwe wereldoorlog.
Na ruim een jaar kwamen de sovjets op de hoogte van Penkovsky’s verraad. De laatste maanden waarin hij op vrije voeten was, werd Penkovsky waarschijnlijk al gecontroleerd door de Russische instanties, wat sommigen het idee heeft gegeven dat hij nooit voor het Westen, maar steeds voor de Russen heeft gewerkt. Penkovsky werd samen met Wynne berecht in een showproces. Wynne werd tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld, maar na anderhalf jaar geruild tegen een Russische dubbelspion. Penkovsky werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.
Wordt vervolgd
Dagorders 04 Juni-2014Spionage 10
Drie spionnen die de wereld redden
spionage
Spionage heeft als ‘het op een na oudste beroep ter wereld’ een bijna even oneervolle reputatie als het oudste. Lang niet altijd terecht. De ‘Intelligencehoogleraar’ Bob de Graaff beschrijft drie illustere spionnen die juist vrede brachten.
Vaak wordt spionage in verband gebracht met oorlog en moord. Liegen en bedriegen worden beschouwd als wezenskenmerken. Spionage kan echter ook een bijdrage aan de vrede leveren. De essentie van spionage is dat het zich halfweg tussen oorlog en vrede bevindt en daarom hoort het thuis in de studie van internationale betrekkingen, zo betoogd Bob de Graaff. In dit artikel illustreert hij zijn opmerkingen door het licht te laten schijnen op drie spionnen die de wereld redden.
‘Garbo’
Garbo Tot ongeveer 1900 vond spionage vaak op persoonlijke titel plaats. (Oud)officieren of andere vertrouwelingen van een vorst, een legeraanvoerder of een minister hadden hun persoonlijke inlichtingennetwerkjes. Door politieke, maatschappelijke en technologische veranderingen werden eind negentiende, begin twintigste eeuw officiële overheidsorganisaties voor spionage in het leven geroepen. Zij speelden een belangrijke rol in het verloop van de beide wereldoorlogen en de Koude Oorlog
Een van de belangrijkste gevallen van spionage uit de Tweede Wereldoorlog was het zogeheten ‘doublecross’-systeem, een vorm van strategische misleiding waarbij de Britten aan het begin van de oorlog Duitse agenten in het Verenigd Koninkrijk ‘omdraaiden’ met het doel hen op een beslissend moment in de strijd valse informatie naar de Duitsers te laten sturen. Een cruciale rol in dit inlichtingenspel vervulde de Spanjaard Juan Pujol Garcia (1912-1988), die als agent ‘Garbo‘ de Duitse instanties op het verkeerde been zette omtrent de geallieerde landingen in West-Frankrijk in juni 1944.
Pujol had tijdens de Spaanse burgeroorlog een afkeer ontwikkeld van dictaturen van links en van rechts. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood hij meermalen zijn diensten aan aan de geallieerden, maar hij werd steeds afgewezen. Hij maakte zich pas interessant voor hen toen hij zich eerst had laten aanwerven als Duits agent. Vanaf het voorjaar van 1942 ontwikkelde hij zich tot de belangrijkste dubbelagent van de Britse geheime dienst MI5 met een fictief netwerk van 27 onderagenten in Engeland. Door middel van honderden radioberichten wist hij de Duitsers ervan te overtuigen dat de geallieerde landingen zouden plaatsvinden in het Nauw van Calais in plaats van in Normandië.
Zelfs nadat de landingen waren begonnen, bleven de Duitsers op grond van Pujols berichten nog enige tijd geloven dat de landingen in Normandië slechts een schijnaanval waren en hielden daarom pantser- en infanteriedivisies achter de hand bij Calais, die daardoor niet tegen de geallieerde hoofdaanval werden ingezet. De Duitsers ontdekten nooit Pujols dubbelrol en onderscheidden hem zelfs met het IJzeren Kruis.
Na de oorlog leidde Pujol een onopvallend bestaan in Venezuela, totdat de Britse spionagehistoricus Rupert Allason, beter bekend als Nigel West, hem in 1984 aan de vergetelheid ontrukte.
Wordt vervolgd
Dagorders 20 Mei-2014Spionage 09
Britse marineman geeft spionage Rusland toe
VOC schip
LONDEN (ANP) - De Britse marineman Edward Devenney heeft dinsdag voor de rechter toegegeven dat hij geheime codes en informatie over operaties van de marine heeft willen doorgeven aan twee mannen.
De uit Noord-Ierland afkomstige Devenney (30) nam contact op met een buitenlandse ambassade om het materiaal aan Rusland te kunnen overhandigen. Uiteindelijk sprak hij een ontmoeting af met de twee mannen.
De rechtbank doet binnenkort uitspraak.
Edward Devenney Edward Devenney (30) heeft geprobeerd geheime militaire informatie door te spelen aan mannen waarvan hij dacht dat ze Russische geheime agenten waren. Dat werd bewezen geacht door de strafrechtbank in Londen. De officier, die instond voor nucleaire onderzeeërs, werd tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld.
De Noord-Ierse Devenney bood encryptiesleutels en vaarroutes van Britse nucleaire onderzeeërs aan. Hij wist echter niet dat de zogenaamde kopers eigenlijk agenten van de Britse geheime dienst MI5 waren.
Geld was geen drijfveer voor Devenney. De officier, die al elf jaar in dienst was bij de Britse marine, zou met het lekken van de gegevens wraak hebben willen nemen. Hij was ongelukkig omdat zijn carrière niet was verlopen zoals hij had gehoopt. Op een geheime opname is te horen hoe hij uitlegt dat een opleiding die hij volgde als onbelangrijk werd beschouwd en hij ‘de marine wilde raken'.
Devenney zit al enige tijd in voorarrest nabij de haven van Plymouth, in het zuidwesten van Engeland. Eerder verklaarde hij al voor het gerecht dat hij de wetgeving rond de geheimhouding van Britse staatsgeheimen had geschonden.
Britse atoomonderzeeër
Dagorders 10 Mei-2014Spionage 08
Canada arresteert man op verdenking spionage China
Qing Quentin Huang
In de Canadese stad Toronto is een man aangehouden op verdenking van spionage.
De Canadees zou hebben geprobeerd staatsgeheimen te verkopen aan China, schrijft de BBC.
De 53-jarige Qing Quentin Huang werkte voor een onderaannemer van een scheepsbouwer die schepen maakt voor de Canadese kustwacht en marine. Volgens zijn werkgever had de verdachte echter geen toegang tot geheime informatie.
Arrestatieteam Canadese politie
''Als dit soort geheime informatie wordt doorgespeeld, kunnen landen een tactische, militaire en strategische voorsprong hebben op Canada'', aldus de politie. Huang kan een levenslange celstraf krijgen als hij schuldig wordt bevonden. Hij komt woensdag voor het eerst voor de rechter.
Afgelopen februari werd een Canadese inlichtingenofficier van de marine, Jeffrey Paul Delisle, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig jaar voor het verkopen van militaire geheimen aan Rusland.
Dagorders 08 Mei-2014Spionage 07
12 jaar cel voor 'grootste Nederlandse spion'
Rechtbank
De 61-jarige Raymond P. moet 12 jaar de gevangenis in omdat hij staatsgeheime informatie aan de Russische veiligheidsdienst SVR heeft verkocht. De rechtbank in Den Haag vindt bewezen dat hij jarenlang geheimen doorspeelde aan het Russische spionnenechtpaar Andreas en Heidrun Anschlag dat vanuit Duitsland opereerde.
Volgens de rechtbank staat vast dat hij honderden documenten over politieke en militaire aangelegenheden van de NAVO en de EU doorspeelde. Daarmee heeft P. de veiligheid van de Nederlandse staat en haar bondgenoten in gevaar gebracht. Het Openbaar Ministerie (OM) had 15 jaar cel geëist.
Voor zijn diensten zou P. ongeveer 90.000 euro hebben gekregen. Hij zat diep in de schulden toen hij werd gerekruteerd door de Russen. Dit alles om zijn schulden te kunnen afbetalen en er een luxueuze levensstijl op na te kunnen houden. Het was voor hem gewoon een manier van geld verdienen, aldus de aanklager.
Gevoeligheid
Gezien zijn staat van dienst - hij werkte sinds 1978 op verschillende posten bij Buitenlandse Zaken - moet P. zich bewust zijn geweest van de gevoeligheid van de informatie die hij doorspeelde. Van 7 collega's speelde hij ook nog vertrouwelijke en zeer persoonlijk informatie door, waardoor deze personen chantabel werden. Volgens het OM ging het om dingen als de seksuele geaardheid. 'Veel onaangenamer krijg je het doorgaans niet', zei de aanklager tijdens de zitting twee weken geleden.
top Secret
P. heeft door de spionageactiviteiten mogelijk EU-waarnemers in gevaar gebracht die werken in het grensgebied tussen Rusland en Georgië. Hij verkocht informatie over de vredesmissies in Afghanistan en Kosovo en over de hervorming van de inlichtingendienst van de NAVO. Onder de geheime gegevens waren ook documenten over de crisissituatie in Libië en de periode na de val van Kadaffi en de positie van de NAVO daarin.
Volgens de rechtbank was de Russische geheime dienst zeer tevreden over P. Hij leverde namelijk heel veel en heel belangrijke informatie. 'Hij behoort daarmee tot een kleine groep spionnen die het belang van de Nederlandse staat en dat van zijn bondgenoten ontwrichten en ondermijnen', aldus de rechtbank.
Gevangenis
Dagorders 07 Mei-2014Spionage 06
Raymond P de grootste spion in de Nederlandse geschiedenis
Raymond P
Justitie spreekt van 'de grootste spion in de Nederlandse geschiedenis'. Raymond P. hoorde 15 jaar cel tegen zich eisen, vandaag oordeelde de rechter dat hij 12 jaar de cel in moet. Als ambtenaar zou hij staatsgeheimen hebben verkocht.
Twee spionnen treffen elkaar op zaterdag 13 augustus 2011 voor de deur van Sea Life in Scheveningen. Andreas Anschlag, codenaam 'Pit', is uit Duitsland gekomen. Raymond P., alias 'BR', is ambtenaar op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In P.'s jaszak brandt een usb-stick met vertrouwelijke informatie over de vredesmissies in Kosovo en Afghanistan, met geheime verslagen van de Noord-Atlantische Raad. Pit heeft een exemplaar van De Telegraaf onder zijn arm, een teken dat alles goed is.
Na een half uurtje kuieren over de Boulevard nemen ze afscheid. Pit heeft de usb-stick gekregen, Raymond P. zijn maandelijkse 'spionnenloon'. De Haagse ambtenaar stort het geld die maandag contant op zijn rekening. Pit heeft de staatsgeheimen zondag al in het Duitse Bonn gedropt in een speciaal geprepareerde 'dode brievenbus'. De 'Centrale' in Moskou, oftewel de Russische geheime dienst SVR, is content.
Zo moet het tussen 2008 en 2011 een keer of dertig zijn gegaan, zegt officier van justitie Rob van Oort dinsdag : bij Madurodam, het Mercure Hotel in Den Haag, het Manhattan Hotel in Rotterdam, ergens aan de Duitse grens. 'Honderden strikt vertrouwelijke documenten van de EU en de NAVO zijn zo in Russische handen geraakt.' Stukken over het mogelijke NAVO-lidmaatschap van Georgië. Over biometrische paspoorten, over de strijd tegen kolonel Kadhafi. 'De Russen kenden daardoor de werkwijze en de operationele zwaktes van de NAVO, konden tegenstrategieën uitzetten en de eigen positie in Libië versterken', aldus het Openbaar Ministerie (OM).
werkwijze Raymond P
De 61-jarige P. zit inmiddels een jaar in voorarrest. Voor de rechtbank Den Haag eiste het OM gisteren vijftien jaar cel tegen hem wegens het lekken van staatsgeheimen, ambtelijke corruptie, witwassen en verboden wapenbezit. 'Voor u zit de grootste spion in de Nederlandse geschiedenis', zegt officier Van Oort. 'Hij was een zeer belangrijk agent van de SVR.'
De twee advocaten van P. honen de beschuldigingen weg. 'Het dossier hangt van toevalligheden aan elkaar, niet van bewijs. Het OM heeft geen zaak.' De inlogcodes van P. kunnen gestolen zijn, hij kwam aan contanten door de verkoop van juwelen, hij zou Andreas Anschlag, alias Pit, hebben geadviseerd bij het kopen van een Zeeuws vakantiehuisje.
De advocaten voeren het verweer grotendeels achter gesloten deuren, om de inhoud van de 'staatsgeheimen' te kunnen bespreken - en bagatelliseren. Ze kraken de getuige-deskundige van het OM af: 'Hij citeert enkel krantenknipsels en spionageromans. Alleen James Bond en Our Man in Havana ontbreken.'
'BR' kwam in beeld na de arrestatie in Duitsland van Andreas en Heidrun Anschlag, alias 'Pit' en 'Tina'. Het zijn Russen met een Oostenrijks paspoort. Jaren geleden kwamen ze via Zuid-Amerika in Duitsland terecht, waar ze volgens de Duitse aanklacht als 'runner' werkten voor de Russische geheime dienst.
Moskou wil ze uit Duitsland weghalen, maar het echtpaar neemt de tijd en wist zijn sporen slecht uit. Tina wordt aangehouden als ze op zolder radiografische berichten naar Moskou seint - ze kan nog net de stekker uit het apparaat trekken. Haar deels teruggevonden 'operatierapporten' geven een nauwgezet beeld van hun bron. 'BR' is geen techneut. Moskou laat via Tina weten dat BR moet stoppen met het printen en vervolgens scannen van documenten, want die zijn amper te lezen. Ook snapt hij niets van cryptologie.
Toch is Moskou tevreden. 'Uw informatie over de NAVO is perfect', laat de geheime dienst weten. 'Breng bij hem de dankbaarheid van de Centrale over.' Het 'spionnenloon' gaat van 1.700 naar 2.500 euro per maand, er is een kerstgratificatie en als bij BR loonbeslag dreigt wegens een belastingschuld, worden duizenden euro's extra betaald. Moskou wil zijn bron niet kwijt.
Volgens de Duitse en Nederlandse autoriteiten is BR onmiskenbaar Raymond P. Beiden hebben twee zonen, kampen met schulden en werken op een 'opslagruimte' (het ministerie) waarvan het 'filiaal' (het consulaat) in Barcelona gaat sluiten. Telkens als P. bestanden van de computer haalt, stort hij enkele dagen later contant geld. Bestanden die deels ook in Duitsland worden teruggevonden. Pit heeft het nummer van Raymond P. in zijn telefoon.
Als P. in maart 2012 op Schiphol wordt gearresteerd, heeft hij vier usb-sticks in een brillenkoker met vertrouwelijke informatie bij zich. Het Duitse echtpaar zit dan al enkele maanden vast. Wat zijn plannen waren, en of hij contact heeft met een nieuwe runner, weet alleen Raymond P. zelf. Hij zwijgt in alle talen...
Raymond P in betere tijden

Wordt vervolgd (letterlijke en figuurlijk !)
Dagorders 06 Mei-2014Spionage 05
Nederland prooi van omvangrijke digitale spionage
AIVD Zoetermeer
Nederland is net als andere met name Europese landen de laatste jaren zwaar getroffen door digitale spionage. Nederland is extra kwetsbaar voor digitale aanvallen door de hoogwaardige ICT-infrastructuur hier. Dat blijkt uit het jaarverslag over 2013 van de geheime dienst AIVD dat onlangs is gepresenteerd.
klik voor groter Wereldwijd zijn overheidsorganisaties, bedrijven en burgers slachtoffer geworden van digitale spionage. Daarbij is op grote schaal vertrouwelijke overheids-, bedrijfs- en persoonsinformatie buitgemaakt. Dit geldt ook voor Nederland.
De meeste digitale spionageaanvallen die bij de AIVD bekend zijn, zijn gericht op overheidsinstanties zoals de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. Ook bijvoorbeeld de EU, de G8 en G20 zijn doelwit van deze digitale infiltraties. 'Deze aanvallen richten zich op het vergaren van politieke inlichtingen over defensie-, energie-, economisch en buitenlandbeleid', constateert de dienst.
Steeds meer digitale aanvallen zijn gericht op het bedrijfsleven, stelt de AIVD vast. 'Het gaat met name om bedrijven en onderzoeksinstellingen binnen de energie-, biotechnologie-, chemie- en hightechsector in Nederland en daarbuiten.'
De aanvallen richten zich op het stelen van vertrouwelijke technisch-wetenschappelijke en financieel-economische informatie. Hoewel precieze cijfers ontbreken, vindt de AIVD het aannemelijk dat de wereldwijde schade honderden miljarden euro's bedraagt.
Bedrijfsspionage 'Ook Nederlandse bedrijven zijn doelwit', zegt een analist van de geheime dienst in het jaarverslag. 'De aanvallen worden zeer professioneel uitgevoerd en zijn goed georganiseerd. De aanvallers hebben de netwerken van diverse bedrijven ongemerkt diepgravend en grootschalig geïnfiltreerd en zeer gericht informatie verzameld. Hierbij zijn op grote schaal hoogwaardige technologische informatie en vertrouwelijke bedrijfsinformatie weggesluisd.'
Bedrijfsspion
De beveiliging van veel informatiesystemen is ontoereikend, concludeert de AIVD. Die biedt voornamelijk bescherming tegen bekende aanvallen, maar nauwelijks tegen nieuwe kwetsbaarheden. 'Aanvallen worden hierdoor niet of pas in een vergevorderd stadium onderkend. Daar komt nog bij dat veel overheden en bedrijven terughoudend zijn in het melden van een 'infectie'. Ze zijn bang voor imagoschade en claims.' Hierdoor kunnen aanvallen volgens de dienst doorgaan en zich zelfs uitbreiden.
Dagorders 03 Mei-2014Spionage 04
Spionnennest Rotterdam 1914-1918 - deel 3
klik voor grotere afbeelding
Gedoogbeleid
Er waren tijdens de Eerste Wereldoorlog zoveel buitenlandse geheim agenten in Nederland dat het voor de overheid ondoenlijk was ze allemaal te bestrijden. In plaats daarvan koos de Generale Staf ervoor om goede banden te onderhouden met de spionagechefs. Zolang de geheim agenten zich aan de Nederlandse wet hielden en niets ondernamen tegen Nederland en zijn kwetsbare neutraliteit, werden zij grotendeels met rust gelaten.
klik voor grotere afbeelding
Maar GS III ging nog een stap verder. In ruil voor gedogen moesten de Britse en Duitse geheime diensten inlichtingen over elkaar leveren. Deze gewaagde strategie leidde ertoe dat de kleine dienst veel te weten kwam. De uitvoering lag bij de Rotterdamse politie, wiens officieren op persoonlijke titel relaties opbouwden met de spionnenleiders. Op deze manier zou in geval van politieke problemen de schuld bij hen kunnen worden gelegd
Er waren heel wat Nederlanders actief op het gebied van (contra)spionage. De Nederlandse regering kon dan wel neutraal zijn, niet iedere burger trok zich daar iets van aan. Dat samen met het gedoogbeleid en haar ligging zorgde dat geen stad ter wereld van 1914 t/m 1918 zoveel spionnen huisvestte als Rotterdam, dat daarmee het grootste spionnennest van de Eerste Wereldoorlog werd.
klik voor grotere afbeelding
Belangstelling voor dit onderwerp ? Kijk dan eens uit naar dit boek
Dagorders 02 Mei-2014Spionage 03
Spionnennest Rotterdam 1914-1918 - deel 2
Rotterdam het witte huis
Al voordat de oorlog begon, hadden buitenlandse geheime diensten Rotterdam als basis gekozen. Zowel de Britten als de Duitsers hadden een kantoor in de stad. Vanuit het Keizerlijke Duitse consulaat-generaal in het Witte Huis opereerden de Duitsers.
De Britten deden dat vanuit het kantoor van de Uranium Steamship Company, gevestigd aan de Boompjes nummer 76a.
Heel erg geheim was het allemaal niet; Nederland wist heel goed wat er in haar eigen land afspeelde en haalde daar dan ook voordeel uit.
De Duitse geheime diensten werden geleid vanuit het Keizerlijke Duitse consulaat-generaal in het Witte Huis. Het is dan ook niet vreemd dat beide diensten gebruik maakten van neutrale Nederlanders om in elkaars land te spioneren.
Uranium
Richard Tinsley was vestigingsdirecteur van de Uranium; een rederij gespecialiseerd in goedkope Trans-Atlantische overtochten voor Oost-Europese emigranten. Door de oorlog kwam het bedrijf stil te liggen. Maar Tinsley was onder het alias T ook chef van de Britse geheime dienst in Nederland. Onder zijn leiding groeide de Uranium gedurende de oorlog uit tot het belangrijkste Britse spionagebureau voor het Westelijk Front.
Vanuit Rotterdam leidden T en zijn geheim agenten spionagenetwerken in België en Duitsland. Het Belgische verzet leverde militaire inlichtingen over het Westelijk Front. Hun koeriers brachten na een levensgevaarlijke tocht hun rapporten naar Rotterdam, die na controle en analyse met de ferry naar Londen gingen.
Maar Tinsley wierf ook spionnen onder lokale Rotterdammers. Een aantal van hen werd in Duitsland opgepakt en tot lange gevangenisstraffen veroordeeld. Ook intimideerden de Britten Nederlandse bedrijven die zaken deden met Duitsland, ondervroegen ze van straat geplukte Duitse deserteurs en joegen ze op spionnen van hun Duitse tegenhangers. Van die tegenhangers was de geheime dienst N de belangrijkste.
N voor Nachrichten
Hilmar Dierks N stond voor Nachrichten-Abteilung im Admiralstab en was de inlichtingendienst van de Duitse Keizerlijke Marine. Zijn hoofdtaak was het verzamelen van inlichtingen over de Britse oorlogs- en handelsvloot. Geheim agenten als Paul Vollrath en Hilmar Dierks runden spionagenetwerken wiens leden dagelijks in de Rotterdamse haven en cafés op zoek waren naar inlichtingen voor de Keizerlijke Marine. De vertrektijden en lading van geallieerde maar ook neutrale schepen waren van groot belang voor de U-boten, die hen buitengaats op de Noordzee konden opwachten en kapen of torpederen. Net als Tinsley wierf ook N spionnen onder de lokale bevolking.
Eind mei 1915 werden twee van hen in Engeland opgepakt. De zeelieden Heicke Janssen en Willem Roos maakten voor N een spionagetocht langs Britse havens. Als zij een Brits marineschip zagen liggen moesten zij de locatie in code telegraferen of met onzichtbare* inkt* opschrijven in een brief naar Nederland.
Heicke Janssen en Willem Roos
Hoewel Dierks ons land was ontvlucht, waren zijn spionnen jaren lang actief. Zo was er Paul Eduard Daelen, een redacteur van de Kölnische Zeitung. Hij werd een belangrijk contact van de politie in Amsterdam en voorzag hen van informatie. Ernestus Augustus Jurtz had als opdracht om varende schepen van Rotterdam naar Engeland op te blazen. Het bleef uiteindelijk bij een plan want hij werd hiervoor in 1916 opgepakt.
De Britse contraspionagedienst MI5 kwam Haicke Janssen en Willem Roos echter op het spoor en Scotland Yard arresteerde hen. De twee zeelieden reisden vanuit Rotterdam naar Engeland als ‘sigarenhandelaren’ maar werden al gauw ontmaskerd, De twee Nederlandse spionnen van Dierks werden niet alleen opgepakt maar ook ter dood veroordeeld en gexeëcuteerd.
Heicke Janssen Om 06.00 uur ‘s ochtends op 30 juli 1915 was Janssen als eerste aan de beurt. Voordat hij werd neergeschoten in een stoel door de Schotse Garde vertelde hij de Britse autoriteiten alles wat hij wist over de Duitse geheime dienst in Nederland. Ook probeerde hij tevergeefs om de Britten op andere gedachten te brengen. Hij diende een verzoek in om door een arts te worden onderzocht.
Roos Roos stelde dat zijn vonnis wegens zijn psychiatrische verleden niet kon worden uitgevoerd. Daarnaast probeerde hij wanhopig zijn diensten aan de Engelsen aan te bieden. Het mocht echter niet baten. Tien minuten later was Roos aan de beurt. Even daarvoor had hij nog om een laatste sigaret gevraagd. Tien minuten later toen de sigaret was opgebrand, kwam ook hij voor het vuurpeloton en werd neergeschoten.
**
onzichtbare inkt Poort van de Tower of London
Wordt voortgezet..
Dagorders 01 Mei-2014Spionage 02
Spionnennest Rotterdam 1914-1918 - deel 1
Spionnennest rotterdam
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland het toneel voor spionage. Door haar strategische ligging tussen Duitsland en Engeland was het dé perfecte uitvalsbasis. Rotterdam speelde de hoofdrol : het ontpopte zich zelfs tot het grootste spionagecentrum ter wereld. Maar het waren niet alleen de Duitsers en Britten die spioneerden; veel Nederlanders bemoeiden zich er ook mee. En sommigen van hen betaalden daarvoor een hoge prijs.
Duitse spionnen
“De spionage door de Duitsers was in het algemeen niet tegen Nederland gericht. Zij waren vooral geïnteresseerd in het vervoeren van spionnen naar Engeland via onze havens. Ook probeerden zij een netwerk te creëren van informanten bestaande uit zeelieden en handelaren die regelmatig naar het vijandelijk land reisden”
Hierin speelden twee mannen een belangrijke rol : Carl Gneist, een diplomaat die vanaf 1910 het Duitse consulaat leidde en Heinrich Alfred Bosenick, die hem opvolgde in 1916. Zij hadden de leiding over de geheime dienst in Nederland. Eén van hun belangrijkste spionnen was Hilmar Gustav Johannes Dierks. Zijn taak was om spionnen te rekruteren en met succes. Hij bouwde een groot netwerk van zowel Duitse als Nederlandse spionnen op.
In juni 1915 kreeg de Nederlandse politie in Vlissingen echter kennis van zijn activiteiten en werd hij gearresteerd. Drie maanden later werd hij alweer vrijgelaten, zijn proces wegens het in gevaar brengen van de Nederlandse neutraliteit afwachtend. Hij vluchtte het land uit en uiteindelijk ontkwam hij aan opsluiting, ook al had de rechtbank in Den Haag hem tot een gevangenisstraf van een jaar veroordeeld.
Wie denkt dat Mata Hari de enige Nederlandse is die in de Eerste Wereldoorlog voor Duitsland spioneerde, komt bedrogen uit. Ze is zelfs niet de eerste Nederlandse burger die voor dat vergrijp werd geëxecuteerd. Die twijfelachtige eer heeft Heicke Janssen. Op 30 juli 1915 werd hij samen met Willem Roos in de Londense Tower tegen de muur gezet. Beide zeelieden waren eerder dat jaar uit Rotterdam vertrokken om te gaan spioneren in Engeland.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 groeide neutraal Nederland in korte tijd uit tot een broeinest van internationale spionage. Rotterdam werd zelfs het grootste spionagecentrum ter wereld ! Strategisch gelegen tussen Duitsland en Engeland vormde de internationale havenstad een perfecte uitvalsbasis voor Duitse spionage in Groot-Brittannië en Britse spionage in Duitsland en bezet België.
Wordt voortgezet..
Dagorders 30 April-2014Spionage 01
Spionageactiviteiten in het verre verleden...
Eerste deel van een serie artikelen die verband houden met spionage.
Romeinse rijk
Julius Caesar
De geschiedenis van de spionage gaat duizenden jaren terug. Altijd wanneer er conflicten tussen stammen, koninkrijken of andere strijdende partijen bestonden, stuurde men er gewoonlijk verkenners of spionnen op uit. De Romeinse keizer Julius Caesar (zie afbeelding links) gebruikte al codes voor zijn berichten. Het verspreiden van desinformatie of valse berichten om de vijand te beïnvloeden, is al eeuwenoud. Spionage was tot de 20e eeuw het werk van individuele personen.
Spionage in de oudheid
Sun Tzu De Chinese strateeg Sun Tzu zette het belang van spionage voor het leger gedetailleerd uiteen in De kunst van het oorlogvoeren. De oudst bewaarde kopie van dit boek, geschreven op strookjes bamboe, is ruim 2000 jaar oud. Sun Tzu noemde spionnen de ogen en oren van een leger en stelde dat alle oorlogvoering berust op bedrog. Hij besprak tevens methoden voor het verspreiden van desinformatie (opzettelijk misleidende berichten) onder vijandelijke legers.
Eén van de eerste bekende voorbeelden van desinformatie vond zo'n 3200 jaar geleden plaats tijdens de regering van de Egyptische farao Ramses II. Een machtig Egyptisch leger maakte zich op om de Hittitische stad Kadesj (gelegen in het huidige Syrië) aan te vallen. De Hittieten stuurden er twee spionnen op uit. Ze werden opgepakt en voor Ramses II geleid voor ondervraging. De twee deden alsof ze doodsbang waren en verklapten de farao waar het Hittitische leger zich bevond. Maar hun informatie was opzettelijk vals, en als gevolg daarvan liep Ramses' leger in de val. Slechts de komst van nog eens duizenden soldaten kon verhinderen dat het Egyptische leger volledig in de pan werd gehakt.
Bijbelse spionnen
In het Oude Testament staat beschreven dat Jozua, leider van de Israëlieten, twee spionnen de ommuurde stad Jericho instuurt. Ze worden achtervolgd en krijgen een schuilplaats aangeboden door de prostituee Rachab. Zij verstopt de verspieders in haar huis dat op de buitenmuur staat en leidt de lokale autoriteiten om de tuin over hun verblijfplaats. 's Nachts weten de spionnen met touwen langs de muur de stad te ontvluchten en melden Jozua dat de bevolking van Jericho doodsbang is voor zijn leger.
Spionage in de oudheid maakte weliswaar geen gebruik van moderne apparatuur zoals in onze tijd, maar de elementaire technieken waren grotendeels gelijk. In het oude Egypte, Griekenland en Rome schreef men boodschappen al in code. Ook paste men technieken als observatie en vermomming toe. Het oude Rome bediende zich ook al van contraspionage (het zoeken naar spionage-activiteiten van de vijand) en desinformatie. Naarmate het Romeinse Rijk groeide, kwam de bedreiging voor de leiders steeds vaker van binnen het rijk zelf.
Djengis Khan In de 12e en 13e eeuw gebruikte Djengis Khan, leider van het Mongoolse Rijk, desinformatie als een machtig wapen. Khan bouwde een reusachtig rijk op, dat zich uitstrekte van China over Azië tot in Europa. Hij liet spionnen informatie over vijandelijke legers verzamelen en stuurde voor zijn eigen troepen agenten uit naar vijandelijke vestigingen om daar valse geruchten te verspreiden. De agenten gedroegen zich alsof ze tot de plaatselijke bevolking hoorden en boezemden iedereen vrees in voor de machtige Djengis Khan en zijn onoverwinnelijke leger. De spionnen vertelden dat een snelle overgave tot rijkdom en vrede zou leiden. Het resultaat was dat veel vestingen de strijd staakten of intern verdeeld waren, waardoor Khan ze gemakkelijker kon innemen.
Spionage vanaf de 16e eeuw
De meeste inlichtingendiensten van nu ontstonden in de 20e eeuw. Georganiseerde netwerken van spionnen, geleid door een spionnenmeester, bestonden echter al veel langer. Vanaf de 16e eeuw ontwikkelden verschillende landen in Europa netwerken van spionnen en informanten. Ze moesten complotten tegen het staatshoofd opsporen en geheimen over bondgenootschappen tussen vijandelijke staten vergaren.
Sir Francis Walsingham en koningin Elizabeth I Sir Francis Walsingham, spionnenmeester van koningin Elizabeth I van Engeland, die regeerde van 1558 tot 1603, had een netwerk van meer dan 50 spionnen in de paleizen en koninkrijken van Europa. Hij zette een in het ontcijferen van speciale codes gespecialiseerde dienst op. Zijn spionnen verijdelden talloze complotten. Mary Stuart (niet te verwarren met de Engelse koningin Mary I oftewel 'Bloody Mary'), koningin van Schotland, kreeg tijdens haar gevangenschap in Engeland
geheime boodschappen in een biervat toegespeeld. Mary en haar bondgenoot Anthony Babington beraamden een complot om Elizabeth I van de troon te stoten. Ze wisten niet dat de boodschapper die het vat bracht een dubbelspion was. Hij werkte voor sir Francis Walsingham, de spionnenmeester van Elizabeth. Het complot werd verijdeld en Mary en Babington werden beiden terechtgesteld
In Frankrijk was Armand Jean du Plessis, beter bekend onder zijn titel kardinaal Richelieu (1585-1642), de eerste minister van koning Lodewijk XIII. Hij zette het Cabinet Noir op, een dienst die geldt als de eerste officiële inlichtingendienst ooit en hield de invloedrijke Franse adel in de gaten. Hij onderschepte regelmatig hun brieven en boodschappen. Richelieu beschikte tevens over een eigen privé-militie van lijfwachten en hervormde uiteindelijk het landsbestuur ten koste van de macht van de adel.
De geschiedenis van de spionageactiviteiten in de VS
De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog
In de Verenigde Staten begonnen de spionageactiviteiten in alle ernst tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1773-1783). In 1775 werd George Washington tot opperbevelhebber in de strijd om de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië benoemd. Washington beschikte over minder soldaten en slechtere uitrusting dan de Britten, en maakte daarom waar ook mogelijk gebruik van spionage en valse informatie.
dubbelspion James Rivington
Zo overtuigde de dubbelspion James Rivington de Britten ervan dat Washington van plan was New York aan te vallen, terwijl hij feitelijk zijn leger met Franse troepen samenvoegde en de Britten bestreed bij Yorktown in Virginia. Ook verspreidde Washington met succes desinformatie over de omvang van zijn leger. Documenten, waarin de Britten zijn handschrift herkenden, suggereerden dat Washingtons troepenmacht wel vier of vijf keer groter was dan in werkelijkheid.
De Amerikaanse Burgeroorlog
Fotojournalist Alexander Gardner Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1875) zetten zowel het Unieleger van de noordelijke staten als de troepenmacht van de Confederatie van het zuiden op grote schaal spionnen in. Dit was tevens het eerste grote conflict waarin fotografie als spionagemiddel werd gebruikt. Fotojournalist Alexander Gardner had bijvoorbeeld toegang tot de kampen van het zuidelijke leger, terwijl hij voor het Unieleger werkte. Zijn foto's van soldaten werden bestudeerd om mogelijke dubelspionnen te ontmaskeren. Spionage werd in die tijd bedreven door individuele personen. Er was nog geen georganiseerde inlichtingendienst. Veel spionnen aan beide kanten waren vrouwen.
Sarah Emma Edmonds
Sarah Emma Edmonds Zij was een spionne voor de Unie, vermomde zich succesvol als blanke man én als slaaf om de zuidelijke troepen te bespioneren. Zo kwam zij zogenaamd als ongeletterde slavin in dienst van Jefferson Davies, de leider van de zuidelijke Confederatie. Zij werd daarom genegeerd tijdens besprekingen van Davies met zijn belangrijkste generaals. Edmonds prentte afgeluisterde gesprekken en documenten die ze onder ogen kreeg goed in haar hoofd en speelde de vitale informatie door aan de generaals van de Unie.
Dagorders 29 April-20141827-Slag bij Navarino
Manuscript Slag bij Navarino onder de hamer
Slag bij Navarino
Een ongepubliceerd manuscript over de Zeeslag bij Navarino is kortgeleden in Athene geveild. Het zeldzame manuscript bevat levendige details over de wreedheid van de strijd en werd geschreven door een officier van de Franse marine.
Het startbod voor het manuscript ligt tussen de 4000 en 6000 euro. Bij de veiling in Athene kwamen ook 472 andere kavels onder de hamer, waaronder verschillende zeldzame boeken, manuscripten, documenten, etsen en foto’s
De Slag bij Navarino vond plaats op 20 oktober 1827 aan de westkust van de Peloponnesos en bracht een beslissende wending in de Griekse vrijheidsstrijd. Het was de laatste grote zeeslag die uitsluitend met zeilschepen werd bevochten.
Een geallieerde vloot van Franse, Britse en Russische schepen had opdracht de Turks-Egyptische armada van Ibrahim Pasha met alleen machtsvertoon uit de Griekse wateren te loodsen. Het ontaardde echter in een zware zeeslag nadat de Turken enkele salvo’s hadden gelost op de vijandige schepen.
De geallieerden boorden in één dag de veel sterkere Turks-Egyptische vloot bijna in zijn geheel de grond in en luidden daarmee de Griekse onafhankelijkheid in.
Admiraal Lodewijk van Heiden De Russische schepen stonden onder bevel van de Nederlandse admiraal Lodewijk van Heiden. Samen met de Franse admiraal Henri de Rigny en de Britse bevelhebber Edward Codrington is hij in Griekenland bekend als Tris Navárchi (de drie admiraals). Bijna iedere Griekse stad heeft wel een plein dat naar dit heldhaftige drietal is vernoemd.
postzegel Lodewijk van Heiden
Van Heiden werd in 1927 op een Griekse postzegel vereeuwigd. In Athene is een zijstraat van het Platia Victorias (Victorieplein) naar hem vernoemd.
Dagorders 28 April-2014De Frikadel nader beschouwd
Geschiedenis van de Frikadel
Frikadellen
Tegenwoordig is de frikadel niet meer weg te denken uit de Nederlandse snackbar ook regelmatig opgediend bij de Kon. Marine. Deze snelle hap is echter geen recente uitvinding, maar bestaat al enkele eeuwen. De commerciële frikadel van tegenwoordig werd opnieuw uitgevonden in 1954, toen een slagersknecht zijn product door een wijziging in de Warenwet moest veranderen. In de Nieuwe Welvarende Utrechtsche Keuken-meid (1771) staat echter een recept voor frikadel dat maar weinig verschilt van de frikadel zoals we hem nu uit de muur kunnen trekken.
- Frikadellen, hoe te maken - recept uit 1771
Neem één pond Kalfschvleesch, hakt het klein met een ey daar onder, kneed ‘er dan nog 2 of 3 dooijers van eijeren door heen, met wat gereven wittebrood, wat peper, nagelen en een nootemuskaat, maakt ‘er dan Frikadellen van, fruit ze rood in de boter, en eet ze met wat limoensap. Anders maakt er eenen bal van en stooft ze in een schotel met een stuk boter.
- Frikadellen, hoe te maken - recept uit 2014
Neem ongeveer 450 gram kalfsvlees en hak het met een hakmes in heel kleine stukjes – als u een wat grovere textuur wilt behouden. U kunt ook een keukenmachine gebruiken, dan wordt het kalfsgehakt.
Meng het kalfsvlees met een geklopt ei, twee dooiers en broodkruim van getoast witbrood of panneermeel.
(Voeg zoveel broodkruim toe tot het mengsel stevig wordt, maar nog goed bewerkbaar is.)
Kruid het mengsel naar smaak met gemalen peper, gemalen kruidnagel en een snufje nootmuskaatpoeder.
Rol het mengsel uit tot de vorm van een lange frikadel en snijd in stukken.
Bak ze in een pan tot ze gaar zijn en serveer ze met een schijfje limoen.
- Het mengsel kan ook in balletjes worden gedraaid om in een pan te stoven met boter.
Kadaverstaaf
Kadaverstaaf, berenlul of een Jos Brinkie, we bedoelen er allemaal hetzelfde mee. Het imago van de oer-Hollandsche frikandel heeft nogal wat te verduren gehad. In de snack zouden koeienogen, hersenen en andere ranzige dingen in verwerkt zijn.
Bij 'Proefkonijnen' ontrafelden ze de mythes voor altijd : na het bekijken van het volgende filmpje weet je precies waar een frikandel nou echt van gemaakt wordt.
Dagorders 27 April-2014Vandaag: Dieptebommen en Hors de Manoeuvre
Recepten voor een smakelijk Dagorders menu
Dieptebommen

Dieptebommen Oftewel de vleeskroketten.
U hebt er voor nodig :
250 gram kalfsvlees
2 dl bouillon
30 gram boter
10 gram witte gelatine
15 gram bloem
1 ei en wat peterselie, gemengde aromakruiden.
Bereiding :
U kookt het vlees met zoveel water bij de bouillon dat er straks weer 2 dl bouillon overblijft, samen met de aromakruiden.
Roer boter en bloem door een pan. Voeg hierbij de bouillon en laat de massa 10 minuten zachtjes koken.
Los er dan de geweekte gelatine in op en voeg het fijngehakte vlees, de peterselie en het rauwe ei er aan toe.
Laat nu die massa koud en stijf worden.
Maak er dan langwerpige rolletjes van, paneer deze twee maal, bak ze in heet frituurvet, laat ze uitdruipen en plaats ze op een schotel.
Die kunt u nog garneren met in frituurvet gebakken peterselietakjes.
Eén van de befaamde koude schotels bij de marine kreeg, een wel zeer toepasselijke naam toebedacht : Hors de Manoeuvre
Hors de Manoeuvre
Benodigd :
800 gram in blokjes gesneden afgekoelde gekookte aardappelen.
100 gram in blokjes gesneden gaar vlees.
100 gram in blokjes gesneden zure appel.
20 gram fijn gesnipperde ui.
1.2 dl slasaus.
300 gram zoetzure augurken.
100 gram in blokjes gesneden gekookte bietjes.
een paar flinke slabladen.
2 hardgekookte eieren peper, en zout.
Bereiding : heel gemakkelijk.
U drapeert wat slabladen op een schotel, met wat plakjes ei.
In een kom mengt u alle ingredienten voorzichtig door elkaar, zodat de zaak niet papperig wordt, samen met de slasaus in de in kleine blokjes gesneden augurkjes.
De stukjes biet kunt u er ook door heen doen, maar u kunt ze ook als garnering gebruiken.
Doet u bij het mengsel wat augurkennat, dat verbetert de smaak. Dan doet u de massa op de schotel, waarbij u als extra garnering nog wat schijfjes tomaat, citroen en wat takjes peterselie kunt doen.
Smakelijk eten !
Dagorders 26 April-2014Eerste Koningsdag
Iedereen vrijgesteld van de dienst voor zoverre dit mogelijk is.
Koning Willem Alexander
zeuntje
Aanbeveling tot het lezen van het boek Zeuntje ! Wanneer Willem Verbaan, na twee jaar gevaren te hebben op de visserij, dienst neemt bij de Koninklijke Marine in opleiding voor lichtmatroos, wordt hij na zijn opleiding geplaatst bij de onderzeedienst. Het is dan mobilisatietijd. Niet lang daarna breekt de oorlog uit en Willem verdwijnt uit zicht van Scheveningen. Na zes jaar komt hij weer terug, vertrekt na enige tijd naar de koopvaardij en doet daar verslag van. Verkrijgbaar in bibliotheken of boekhandel.
ISBN- 9789048415359 of ISBN- 9048415357
Hr. Ms 09

Begin van de oorlog 10 Mei 1940 - Hr. Ms "09"
Gegevens Hr. Ms 09. Aan de dagen voorafgaande aan het uitbreken van de oorlog 1940-1945, patrouilleerden enkele Nederlandse onderzeeboten voor de Nederlandse kust.
Zo ook de "09" waarop ik mij bevond. Op de morgen van de 10e Mei 1940 bevonden wij ons ter hoogte van Bergen a/zee. Na nachts onze batterijen te hebben opgeladen schoven wij even voor licht worden onder water. Om ongeveer 6 uur ging de periscoop op en de Officier van de wacht -Luitenant ter zee van Dapperen zocht hiermee de horizon af en maakte een bestek door middel van peilingen. Als verticale roerganger stuurde ik in de toren. Even daarna vroeg de Officier van de wacht mij om door de periscoop te kijken en tot mijn verbazing zag ik vier of vijf verticale rookkolommen. Ik zei "dit lijken wel bommen", waarop van Dapperen zei: "dat kon best eens zijn" Een halfuur later kwam de Commandant -Luitenant ter Zee Metz - in de centrale en las een telegram voor, waarin stond dat Nederland in oorlog met Duitsland was en dat Engeland en Frankrijk onze bondgenoten waren.
Gedurende dag verbleven we onderwater; de nacht daarop weer aan de oppervlakte om de batterijen en luchtnet op te laden. Op de nacht van de 11e Mei kregen wij opdracht om Den Helder binnen te lopen. De commandant besloot om langs het Franse bankje vlak langs de kust Den Helder te bereiken daar het Schulpengat onveilig was door de door de Duitsers afgeworpen mijnen. Deze koers langs het bankje was een vrij riskante onderneming omdat we zeer dicht onder de wal moesten varen.
Het eiste dan ook van degene die de navigatie voerde uiterste concentratie en een zeer grote kennis van het vak. Zoveel mogelijk moesten de bemanningsleden die niet de alarmposten bezetten zich verzamelen de centrale en in de toren. Mijn alarmpost was het verticale roer in de toren en ik kreeg de te sturen koersen op. Vanuit de kuip hoorden we steeds dat er peilingen werden genomen. Voortdurend werd gevraagd of kaap Falga wel brandde en of het al te zien was. Het geheel was toch wel spannend. Iedere keer als ik een graad uit mijn koers lag kreeg ik op mijn duvel van mensen om mij heen" verdomme stuur toch koers man".
De stemming was om te snijden. De 12e Mei om ongeveer 0.100 uur waren we voor de haven van Den Helder en werden we gepraaid door mensen op het havenhoofd. "Wat voor schip,wat voor schip" dit werd enkele malen herhaald. Vanuit de kuip werd keihard teruggeschreeuwd: "0 negen O negen" ! Uiteindelijk meerden wij af langs een der vlotten ter hoogte van het laadstation. Gedurende de dag werd er gebunkerd en batterijen en luchtnet op geladen.
Gedurende de morgen waren er enkele luchtaanvallen door Duitse vliegtuigen type ME 110. Bij luchtalarm werd aanboord het 8.8 cm. Kanon bemand; ik was toen opzetsteller. Enkele bewapende treilers lagen op de rede en vuurde op de Duitse toestellen. Ergens moest er een foutje in het bedrijf zijn want af en toe moesten we dekking zoeken voor de kogels afkomstig van de treilers. Gedurende de middag werd de bemanning in de gelegenheid gesteld om hun baring op te halen uit de Onderzeedienstkazerne.
Het wachtwoord kregen we niet mee want het zou in vijandelijke handen kunnen vallen. Het gevolg was dat je bij het naderen van diverse posten het bevel kreeg "handen omhoog" "het wachtwoord moest zeggen wat je niet wist en moest uitleggen waar je naar toe moest en waar je vandaan kwam. Dit waren toch wel benauwde ogenblikken. Allemaal doodeng, daar men zei dat Duitse para’s in Hollandse uniformen waren gedropt.
Gedurende de middag kwam de bottelier nog even langs om de rantsoenen te brengen. Ik was zeuntje en kwam met mijn potjes en pulletjes op het vlot. Ik kreeg de rantsoenen, waaronder de stroop. De bottelier doopte zijn houten pollepel in zijn stroopblik en hevelde het over naar mijn stroopblikje. Op mijn verzoek om nog wat meer stroop draaide hij de pollepel rond. Verbrak de stroopstraal en zei "rantsoen is rantsoen, trouwens over een paar dagen ben je weer terug en krijg je nieuw" Dat werd dan 6 jaar.
Om ongeveer 23.30 op de 12e Mei vertrokken we uit Den Helder. De volgende dag was het Alle Hens en zei de commandant dat wij naar Engeland moesten uitwijken. Zelf had hij liever naar West Indië gegaan, maar orders waren nu eenmaal orders.
Een van de volgende dagen zagen wij zwarte rookkolommen in de richting van de wal. De commandant zei dat Rotterdam brandde en dat Nederland had gecapituleerd. Menigeen stond met tranen in de ogen en gaf lucht aan zijn gevoelens. Helaas het was niet anders. Op 15 of 16e Mei ankerden we ter hoogte van Deal in oost Engeland. Er kwamen Engelse burgers en zeeofficieren aanboord. Zij werden door de commandant ontvangen. Het einde van een periode en het begin van een volgende voor matroos drie W. Verbaan stbn. 15328......
Dagorders 25 April-2014Chef Kreuger
Fotograaf in opdracht van de Koninklijke Marine
Chef Kruger
Geen vliegende Hollander maar een vliegende Jutter, dat was de eerste luchtfotograaf Jozeph Kreuger. Hij werd geboren op 23 april 1886 in Den Helder als zoon van de opperkonstabel bij de Koninklijke Marine Hendrik Kreuger en moeder Trijntje Assendorp. Zijn vader had tevens een sigaren- annex fotowinkel en hier deed Jozeph zijn eerste ervaringen op met de fotografie. Een loopbaan binnen de marine was niets voor de vrijgevochten Jozeph maar belangstelling voor de militaire wereld had hij wel. In los dienstverband (freelance) foto’s maken in opdracht van de Marine vond hij prachtig. Hij maakte in zijn leven duizenden foto’s over dit onderwerp.
Chef Kreuger, fotograaf in opdracht van de Koninklijke Marine
Jozeph Kreuger Chef (Jozeph) Kreuger (1886-1971) is als luchtfotograaf een avonturier te land, ter zee en in de lucht. Voor de Koninklijke Marine produceert hij talloze foto's. De marine maakt destijds bij gebrek aan een eigen fotodienst gebruik van freelance fotografen. Chef Kreuger is één van hen. Het brengt hem op plaatsen waar collega's nooit mogen komen.
In 1909 opent Chef een fotozaak in Den Helder en krijgt in 1917 van de marine opdracht om een fotodienst op het marinevliegkamp 'De Mok' op Texel op te zetten. Vliegkamp 'De Kooy' in Den Helder volgt al snel daarna.
Als eerste fotograaf vliegt hij boven het Marsdiep en verwerft daarmee de titel 'eerste luchtfotograaf van Nederland'. In 1921 vertrekt Kreuger naar Nederlands-Indië en richt in Bandoeng een fototechnisch bureau op. In 1925 keert hij terug, wordt restauranthouder en is bestuurlijk actief.
Niet eerder is een boek over deze markante fotograaf verschenen. Chef Kreuger. Fotograaf in opdracht von de Koninklijke Marine toont een groot aantal foto's uit verschillende museale collecties en particulier bezit. Kreuger heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de beeldvorming van Den Helder, het reddingwezen, de Koninklijke Marine en Nederlands-Indië gedurende de periode 1900-1925
Fotocamera's uit 1920
Chef overleed op 28 mei 1971 op 85 jarige leeftijd. In 2008 verscheen een boek over zijn leven als fotograaf. Het werd geschreven door het drietal Maarten Bakker, Graddy Boven en Henk Visser en uitgegeven bij uitgeverij Aprilis te Zaltbommel. De uitgeverij ging in oktober 2009 failliet waardoor het boek helaas nu al niet meer verkrijgbaar is.
Dagorders 24 April-2014Dagorders Archieven
Alle voorgaande afleveringen zijn te vinden bij Dagorders Archieven !
DagOrders
We beginnen vandaag met een nieuwe serie Dagorders anders zou de lijst te lang worden en onoverzichtelijk.
Dagorders archieven is te vinden bovenaan rechts met de knop naam hoe kan het anders Dagorders Archief

1 opmerking :

w.a.oliemans zei

zou graag de locatie van de foto van een groep voor de schuur willen weten.
Ik heb van mijn vader een identieke foto maar weet niet waar hij genomen is.