vrijdag 31 mei 2013

Schetsen en Humor 067

hoofdstuk 3- Marineschetsen van 1860 tot 1900.
In den regel toch strookt een regime van onderwijs, met zachten maar onverbiddelijken militairen dwang, al zeer weinig met een jeugdige levensopvatting, en hoewel het voor de adelborsten aan boord van de ,,Urania- nog lang niet liberty all is, beantwoordt het leven aan boord toch zoo oneindig veel meer aan hunne denkbeelden omtrent eene marine-opvoeding, dat zij de ,,Urania”-reis wel altijd met groote ingenomenheid zullen begroeten.
Urania
Gewoonlijk begint de kruistocht met de adelborsten van het oudste studiejaar, in de eerste dagen van Mei. Het theoretisch eindexamen is dan afgeloopen en hoewel dan de sabel en de lange jas nog niet geheel zijn veroverd, zijn de gemoederen toch wat tot rust gekomen, doordien ten minste die dagen van spanning, voorafgegaan door maanden van aanhoudend blokken en meedoogenloos repeteeren, achter den rug zijn.
Zoodra zij geëmbarkeerd zijn wordt de uniform voor het blauwe baaien matrozenhemd en het wit linnen werkpakje verwisseld en de heeren zijn haast niet te herkennen, zooals ze daar op den morgen van den vertrekdag, vol ambitie voor het matrozenwerk, druk in de weer zijn om de ,,Urania" voor de enkele trossen te leggen en handig te helpen om het schip voor het uitzeilen gereed te maken.
Daar gaan de marszeilen reeds in top, terwijl de jongere kameraden zich naar het havenhoofd spoeden om de ,,Urania" met het gebruikelijke hoeragejoel uitgeleide te doen.
Er is haast bij het werk, want een frissche westelijke koelte waait dwars uit den wal en nauwelijks beginnen de marszeilen te scheppen of het ranke scheepje begint al zoo onrustig aan de trossen te rukken, dat er haast geen houden meer aan is.,,Vieren bakboords voortros ! Kluiver hijschen ! Bijschikken achter ! Alles vrij... ?" En dan : „Los alles !"
Het lichte vaartuig, dat, zoo gevoelig voor wat doek, bijna onmiddellijk vaart schiet en naar het roer luistert, ligt in een ommezien midden in het Nieuwediep met den steven naar buiten. 't Zou jammer zijn als daar bij het havenhoofd alle zeilen nog niet bij stonden; 't zal er om houden ! Want er komt al aardig vaart in het schip. Maar de jonkers zijn niet voor het eerst aan boord; ze vliegen op de commando's. Vlug worden bezaan, bramzeilen en onderzeilen bijgezet en de vallen en schoten zijn juist belegen, als de ,,Urania" reeds met vaart voorbij het havenhoofd stuift.
Een mooi oogenblik voor de toeschouwers. Het tuig komt nu juist vrij van de gebouwen en als daardoor de ,,Urania” plotseling den vollen druk op haar doek krijgt, haalt ze onverwachts met een gevoeligen ruk naar stuurboord over. Dat is haar afscheidsgroet; een bevallige neiging, vóór ze haar spiegel laat zien. De stafmuziek speelt het volkslied en lustig klinkt het hoerageroep der jonkers over en weer. Eens is niet genoeg, twee-, driemaal wordt het gejoel herhaald, alles tot stomme verbazing van janmaat, die van zooveel drukte over een snoepreisje geen hoogte kan krijgen en meesmuilend opmerkt : ,,dat het we] lijkt of die jonkers de wereld om moeten."
Van Nieuwediep naar de Zuiderzee, alwaar de ,,Urania" zich gewoonlijk in het ruime gedeelte bezuiden Urk ophoudt, leidt de weg door den Texelstroom en de Vlieter. Laatstgenoemd vaarwater is zeer nauw, op sommige plaatsen zelfs niet meer dan 300 meter breed, zoodat met tegenwind dikwijls heel wat slagen moeten gemaakt worden om opwerkende door de Vlieter te komen.
Met een frissche zuidelijke koelte en den vloed mee is de Texelstroom gauw afgezeild, maar als het dan opwerken wordt, krijgen de jonkers al dadelijk een goed broekje aan. De eene wending is nauwelijks afgeloopen of 't is al weer klaar staan voor een volgende, en 't is dus een goede inwijding in 't halen en trekken, waaraan ze nog niet best gewend zijn.
Het verhaal van dit opwerken in de Vlieter, doet dan ook al sinds jaren de ronde op het Instituut : „Weet je, man, tachtig wendingen voor we er door waren, s avonds met kooien of zoo moe als een hond, maar ik rookte toch nog mijn pijpje tabak met Jan Pukker" (een populair matroos, die het altijd best met de jonkers kon vinden). Dergelijke verhalen van den man, die gevaren heeft, worden altijd met grooten eerbied en geveinsde verbazing door de jongeren aangehoord.
Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :