vrijdag 10 mei 2013

Schetsen en Humor 033

hoofdstuk 2- Marineschetsen na Nederlands onafhakelijkheid.
Zoodra de beide Vorsten aan boord waren, had er wederom een salut plaats van 21 schoten, thans echter niet uit de onderste, maar uit de bovenste laag, waarna Prins Frederik het gansche schip van boven tot beneden in oogenschouw nam. Vervolgens kregen de op de reede liggende kanonneerbooten bevel om het anker te ligten, de zeilen bij te zetten en eenige manouvres te verrigten; na dat dit alles was afgeloopen, had er een dejeuner plaats bij den kommandant van de ,Zeeuw", waarbij alle de oudste officieren van het schip genoodigd waren; Prins Frederik was zeer spraakzaam.
Na den middag vertrok Z.K.H. terwijl Prins Hendrik bij ons aan boord bleef, bij welk vertrek dezelfde eerbewijzen plaats hadden als bij de komst der vorstelijke personen, wordende bij die gelegenheid het salut van 21 schoten weêr uit de onderste laag gelost. Z.K.H. bezigtigde vervolgens alle de aan wal bestaande inrigtingen, gaf een diner waar op onze kapitein, de eerste officier en vele andere heeren genoodigd werden en vertrok nog den zelfden avond.
Wij waren nu geheel zeeklaar, dat is te zeggen bereid om zee te kiezen, en verlieten dus, ons den voordeeligen wind ten nutte, makende, de reede van Texel op Woensdag den 21 in den namiddag. Het weder was sedert eenige dagen bijzonder schoon, het geen, na dat wij in zee waren, nog een paar dagen aanhield; ofschoon de wind ons hier niet gunstig was, tot dat wij eindelijk onaangenaam weer, harde wind uit het noordwesten en hoewel reeds in het laatst van Mei, veel koude kregen, liggende somtijds in gezelschap van de brik te slingeren zonder voorwaarts te komen, tot dat wij het ten laatste zoo ver bragten, van pogingen te kunnen aanwenden om met een oostelijken wind door het Schagenrak te komen, bevindende ons omtrent twaalf mijlen van den hoek van Schagen verwijderd.
De harde wind veroorzaakte mij geene andere onaangenaamheden, dan dat daardoor een hooge zee loopende, ik het bezoek van een paar zeeën door de geschut-poorten in mijne hut kreeg, zoo dat ik op een morgen bij het opstaan, mijne laarzen willende aantrekken, dezelven als schuitjes zag dobberen. Wij waren evenwel gedurende dien wind niet geheel voor ongelukken beveiligd gebleven en hadden het verlies van den matroos der 2 klasse Dankels te betreuren; deze man viel met het reven der zeilen uit het groot tuig over boord en kon niet geholpen worden; de ,Snelheid" hield naar hem af, maar kon hem niet in het gezigt krijgen, zoo dat hij een prooi der golven geworden is.
De wind nam meer en meer af, bedaarde ten laatste, en het werd den 30 geheel stil. Den 31 ontdekten wij den vuurtoren van Schagen, reeds des morgens vroeg hadden wij om een loods geseind, die kort daarna van Marstrand aan boord kwam; des avonds te half zes uren liepen wij de Sont in, en een weinig benoorden het kasteel Kroonenburg voorbij, welk kasteel ons met negen schoten begroette, waarvoor wij met een gelijk getal bedankten.
Het deensche wachtschip - voor Elseneur, zijnde een brik, paradeerde met al het volk in het wand, hijschte de hollandsche vlag en deed een salut van 21 schoten, wordende door ons met een gelijk getal bedankt; eene alhier liggende zweedsche Korvet ons mede begroetende gaf ons 26 in plaats van 21 schoten, waarvoor ook van onzen kant met 26 schoten bedankt werd-, eindelijk deed het kasteel Kroonenburg nog een salut van 17 schoten, waarvoor wij echter niet bedankten, dewijl de zon onder ging. Te half negen ure lieten wij het anker vallen en een uur daarna kwam de -Snelheid" op de reede.
Bij het naderen der deensche en zweedsche kusten, wordt het gezigt hoe langer hoe fraaijer, de zweedsche kust welke zich bij den hoek van Kull hoog en rotsig vertoont, wordt allengs bij het inzeilen van de Sont vrolijker, en bosschen, dorpen, rotsen en vlaktens wisselen zich op dezelve gestadig af; de zeelandsche of deensche kust vertoont zich niet zoo hoog en heeft een minder rotsig voorkomen, men ziet aldaar veel bosch met huizen er tusschen in, en eindelijk in het begin van de Sont op eenen lagen uithoek, ontdekt men het kasteel Kroonenburg met de kleine stad Elseneur: uitgenomen de hier boven vermelde oorlogsschepen zagen wij aldaar een menigte koopvaardijschepen geankerd, hetgeen gepaard bij het schoone weder een zeer aangenaam en vrolijk gezigt opleverde."
Ik zal deze schetsen, die nog veel overeenkomen met de journalen", niet verder citeeren. Ze bevatten trouwens geen bijzonderheden van het leven aan boord of van den marineman in zijn doen en laten, doch geven een uitvoerige beschouwing van de bezoeken, die door de autoriteiten aan den wal werden afgelegd. Met uitzondering van één teekenend voorbeeld, hoe de maats zich aan den wal officieel konden vermaken.
Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :