woensdag 27 november 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 74-75

logo
Marine gewoonten en gebruiken
De manschappen, die tot de saluutbatterij behooren, komen dan met den officier, die het saluut commandeert en den konstabel, die het detail voert, bij de daarvoor aangewezen stukken.
Op de schepen, type „Java", De Ruyter" en „Tromp" is een afzonderlijke saluutbatterij van vier stukken 5 cm geschut. Maar het saluut kan ook gegeven worden met de kanons van 7.5, 12 of 15 cm, als tenminste drie van een dezer kanons aan boord zijn. Men salueert bij de zwaardere kalibers echter uit speciaal daarvoor vervaardigde saluutloopen, die in de ziel van de kanons worden geschoven en waarvoor speciaal saluutpatronen aan boord zijn.
Torpedobootjagers salueeren alleen, als een reis voor vlagvertoon gemaakt wordt of wanneer zij met andere zeebooten of vliegtuigen an verband vormen. Mijnenleggers, pantserbooten e.d. kleine vaartuigen salueeren gewoonlijk niet met het geschut.
Behalve te Vlissingen. In Nederland is maar één plaats waar vreemde oorlogsschepen de beantwoording van hun saluut aan de Nederlandsche regeering kunnen verwachten, n.l. te Den Helder.
Te Vlissingen echter — ik spreek nu dus van den toestand zooals die was tot Mei 1940 — bevond zich aan boord van Hr. Ms. „Noordbrabant" een voorraad munitie om eventueel door een der aldaar in de buitenhaven gestationeerde mijnenleggers saluten te laten geven of te beantwoorden.
Gewoonlijk worden bij het bezoek van vreemde oorlogsschepen aan een van onze havens b.v. Amsterdam of Rotterdam, maatregelen genomen opdat een onzer oorlogsschepen daar tijdelijk aanwezig is om het saluut aan onze regeering te beantwoorden.
Als regel wordt er met twee stukken gesalueerd, één over stuurboord en één over bakboord en begint het saluut aan die zijde waarmede men naar den wal gekeerd ligt. Is er geen bepaalde zijde, b.v. als het Staatshoofd, vorstelijke of hooggeplaatste personen aan boord komen of het schip verlaten, dan valt het eerste schot steeds over stuurboord, want stuurboord is de officieele zijde van elk schip.
Twee kanons staan altijd gereed in reserve, om in te vallen als een der salueerende kanons zou weigeren. Toen de „Tromp" ter reede van Smyrna het Turksche gouvernement salueerde, werd de tijdruimte tusschen elk schot afgeteld naar de ervaring, die men met het pas in 1894 ingevoerde snelvuurgeschut had.
Het voorlaadgeschut was bij onze marine in 1880 door achterlaadgeschut vervangen. Het tempo, waarmee het saluut vroeger werd gegeven, was — naar verluidt — aldus : De officier, die de saluutbatterij commandeerde, stapte van stuur naar bakboord heen en weer en telkens bij het keert maken commandeerde hij het stuk, dat dan in zijn nabijheid was : „vuur".
Tegenwoordig wordt de tijdruimte bepaald naar een stop- of waarnemingshorloge en is de tijdruimte tusschen elk schot niet minder dan 5 en niet meer dan 10 seconden.
Nadat „stilte- geblazen is en de vlaggen gereed liggen, — de natievlag of de onderscheidingsvlag voor wie het saluut geldt, klaar bij den top; de geus op den bak — wordt het commando klaar gegeven : „klaar om te salueeren met (b.v.) 21 schoten stuurboord (of bakboord) uit".
Onmiddellijk nadat de vlaggen klaar uitwaaien, wordt op commando met vuren begonnen: stuk 1, klaar ?... vuur ! enz. en om te voorkomen, dat men zich in het aantal schoten vergist, moet „een vertrouwd persoon" hardop het aantal schoten tellen.
Nadat het aantal voorgeschreven schoten is of gegeven, wordt de natie- of onderscheidingsvlag en de geus neergehaald. Als het saluut vorstelijke of hooggeplaatste personen geldt, wordt direct daarna het signaal „doorgaan" geblazen en kan iedereen, die tijdens het saluut in de houding moest staan, zijn werkzaamheden hervatten.
Maar bij een saluut in een haven of voor een hooger in rang zijnden vlagofficier aan boord van een vreemd oorlogsschip, moet het saluut van den wal of van het vreemde oorlogsschip beantwoord worden met hetzelfde aantal schoten als bij het saluut werd afgegeven.
blz 74 - 75. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :