dinsdag 22 oktober 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 16-17

logo
Marine gewoonten en gebruiken
's Avonds in de sfeer rondom de vlaggeparade rustiger, er komen minder manschappen aan te pas en er is geen gehol en gedraaf van lieden, die bij de verzoeken, de voorparade e.d. betrokken zijn. De vlaggeparade bij zonsondergang is mooi om de rust die er heerscht over het dek, over het water en langs de kade, waar wandelaars nog even komen uitwaaien; de kokmeeuwen minder rumoerig zijn — er valt toch niets meer te halen vandaag — en de zon lange schaduwen en getinte wolkenranden maakt, voor ze wegzakt achter de oneindigheid van den horizon.
Er zijn natuurlijk wel eens momenten, dat dit tweemaal daags terugkeerende ceremonieel minder ontroerend wordt beleefd. Maar nooit verslapte de uitvoering; zelfs op kleine schepen, waar dikwijls slechts enkele leden van de bemanning bij de vlaggeparade aanwezig zijn, bleef het plechtig karakter gehandhaafd. Geen schepeling zal 't ooit in zijn hoofd halen het hijschen van de vlag en de daarbij verschuldigden eerbied achterwege te laten. De muiters aan boord van de „De Zeven Provinciën'', die zich in 1933 schuldig maakten aan de ernstigste vergrijpen, die een zeeman plegen kan, hielden overigens op correcte wijze vlaggeparade.
Vroeger, op de zeilschepen, althans als deze binnen lagen, werden tijdens vlaggeparade de groote bramra en de grietjesra 's avonds neergehaald en langs de hoofdtouwen in het want, tijdelijk bijgevangen. 's Morgens, tijdens vlaggeparade werden ze dan weer geheschen. Op de fregatten beteekende dit, dat zes raas gelijktijdig in de hooge masten vierkant gebracht moesten worden. Deze parade-manoeuvre was een zeer belangrijk bestanddeel van de vlaggeparade.
De matroos le klas Vandersteng kon er met enthousiasme van vertellen. „Als de tijd van vlaggeparade was aangebroken, zoo vertelde hij, „dan stonden bram- en bovenbramraasgasten al op 't voorschip op stootgaven en als er gefloten werd : „Bram- en bovenbramraasgasten klaar...!” en „Aan je bram- en bovenbramreepen !" dan was er een geren en gedraaf alsof het een wedstrijd was, wie het eerste aan stuur- en bakboord in de rust gereed stond som het want in te hollen. De jongeren aan de reepen, bleven natuurlijk aan dek bij de masten, klaar om door te halen.
De parademanoeuvre was een tweemaal daags herhaalde oefening, dus mocht er geen enkele fout gemaakt worden. Zoodra de kreet gehoord werd : „Sein op Wachtschip !" werden de touwen waarmede de raas tijdelijk tegen het want bevestigd waren, losgegooid en liepen de jongere matrozen met de bram- en bovenbramreepen in handen over 't dek, zoodat de raas naar de plaats van bestemming omhoog vlogen. Meteen enterden de gasten het want in, dertig, veertig meter hoog, en brachten de raas met brassen en toppen- enden in gereedheid. Er was haast bij, want de zes raas moesten voorgaats hangen nog voor het sein op het wachtschip neergehaald werd.
Dan klonk het signaal „stilte !" Als met een ruk het sein op het wachtschip neergehaald werd, praaide de seiner dit door naar het half dek en terwijl het commando : „vlag hijschen" gegeven werd, vielen gelijktijdig de raas horizontaal in de touwen. Correct en vlot moest zoo'n parademanoeuvre verloopen. Een geringe fout of een 'kleine hapering werd zwaar aangerekend, niet alleen omdat er het ceremonieel aan den vlag door gestoord zou kunnen worden, doch ook omdat zulk een fout of hapering het geheele schip blameerde. „Koekebakkers zijn het", zouden de opvarenden van de andere schepen zeggen en dat is het ergste wat je kon overkomen.
De vlaggeparade aan boord van onze schepen is meerdere eeuwen oud, dateert althans zeker van de 16e, begin 17e eeuw. Wel werden voor dien tijd vlaggen, standaards en wimpels aan boord van de schepen geheschen, doch het gebruik van de staatsvlag dateert toch feitelijk eerst van de 17e eeuw. Nochtans: in 1572 liet stadhouder Prins Willem I, als opperbevelhebber over de zeemacht, aan boord van de schepen zijn vlag en geus wapperen.
blz 16 - 17.. wordt vervolgd..
Vorige pagina Volgende pagina

Geen opmerkingen :