donderdag 12 december 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 98-99

Marine gewoonten en gebruiken
Het schip zag er echter allesbehalve als een jacht uit. Met de vier rechtopstaande masten en twee dito schoorsteenen, zonder eenige helling, maakte het schip een wonderlijk figuur.
Voor vertegenwoordiging van Nederland aan het Suezkanaal, werd het schip geheel verbouwd en verfraaid; er werden twee masten, z.g. schoenertuig, en twee schoorsteenen geplaatst met een behoorlijke helling, waardoor het schip een veel sneller aanzien kreeg. Op het halfdek werd voor de vorstelijke personen een receptiesalon en voor den commandant een hut gemaakt.
De kajuit, die nu geheel ter beschikking van den Prins en de Prinses kwam, en de receptiesalon — met witte zijde bekleed ! — werden met „zorg en kosten" gemeubileerd. Toen de kogel eenmaal door de kerk was, het schip verbouwd en de rekening overgelegd, gaf de toenmalige minister van marine L. G. Brox „niet onduidelijk te kennen. dat de buitengewone kosten, Z. Exc. bijzonder hoog voorkwamen en niet zeer welgevallig waren".
Welgevallig of niet, we maakten er een goed figuur mee tegenover de koninklijke jachten „Aigle", waar de keizerin Eugenie van Frankrijk aan boord was, de „Greiff" met den Keizer van Oostenrijk en de „Grille" met den kroonprins van Pruisen, toen deze jachten — de „Valk" als vierde — en 42 schepen van allerlei nationaliteit voor 't eerst door het Suezkanaal gingen.
Daarna heeft de „Valk" nog eenmaal als koninklijk jacht dienst gedaan, toen de Koningin-Regentes met de 15-jarige Vorstinne als gravinnen Van Buren op 27 April 1895 naar Engeland togen voor een bezoek aan Sheerness. Op 16 Mei 1895 werd de „Valk" uit dienst gesteld en in 1898 van de sterkte afgevoerd.
De fraaie deksalon bleef geruimen tijd de herinnering aan de „Valk" levendig houden. Men had deze op de marinewerf te Willemsoord een plaatsje gegeven om dienst te doen als kantoortje. Omstreeks 1916 werd het wegens „bouwvalligheid" gesloopt.
Ter gelegenheid van het huwelijk van het jeugdige Prinsenpaar werd hun op 7 Januari 1937 een jacht aangeboden, waarover het eerst mogelijk zal zijn nadere bijzonderheden te melden, als we daarover geschiedenis gaan schrijven. Een zeeschip was het — helaas voor ons als zeevarend volk — niet !
Koninklijk jacht De Valk
blz 98 - 99. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :