woensdag 4 december 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 86-87

Marine gewoonten en gebruiken
Naast deze algemeene godsdienstoefening is er sedert 1923 voor de katholieken aan boord nog gelegenheid de katholieke godsdienstoefeningen van den vlootaalmoezenier bij te wonen. Uiteraard als er een vlootaalmoezenier aan boord is.
Gewoonlijk is het zoo, dat op reizen van eenigen duur naar het buitenland, om beurten of de vlootpredikant of de vlootaalmoezenier meegaat. Dit is niet alleen het geval in Nederland, doch ook in Oost-Indië. En zoo gebeurde het, dat op Vrijdag 5 Jan. 1923 voor het eerst in de geschiedenis van onze weermacht ter zee aan boord van een oorlogsschip, n.l. Hr. Ms. „Zeeland", voor de katholieken het Misoffer in de hut van den vlootaalmoezenier H. Alink werd opgedragen, waarbij een officier misdienaar was en eenige katholieke schepelingen aanwezig waren.
In Indië heeft de daar aanwezige vlootaalmoezenier zelfs reizen met een onderzeeboot gemaakt. Overigens kan worden medegedeeld, dat de regeling der godsdienstige verzorging aan boord, met wederzijdsche uitwisseling van vlootpredikant en vlootaalmoezenier tijdens buitenlandsche reizen en de algemeene godsdienstoefeningen, streven naar het doel, dat reeds De Ruyter voor oogen hield : „tot stichting van het scheepsyolk".
Denk nu niet, dat de marineman met een uitgestreken gezicht door het schip stapt. Zijn zeemansvroomheid is van een ander gehalte dan in het kerkelijk leven aan den wal. Hij staat tegenover de dingen van den dag en de vraagstukken van het leven gewoonlijk „zouter", d.i.: realistischer dan de ouderling of de jonge kapelaan, die zóó van het seminarie komt. Doch hij scheldt minder op de „papen" of op de „fijnen" dan in sommige kringen van ons volk de gewoonte is.
Toen in 1936 de marine in Indië een eskaderreis maakte en op een Zondagmorgen in de Alfoeren Zee stoomde, stopte op een sirene-geloei het eskader in voile zee en bleven de schepen bijgedraaid liggen. Want er zou kerk gehouden worden.
De groote 35 voets sloep van het eskaderschip, netjes opgetuigd met statiekleed en zonnetent, trok naar de jagers, de onderzeebooten en de gouvernementsvaartuigen, die deel uitmaakten van het eskader. Op de schepen en scheepjes stonden de katholieken gereed bij den valreep in Zondags-tenue, smetteloos wit met braniekraag, en werden afgehaald voor kerkgang.
Op den bak van het eskaderschip verzamelden zij zich. De kerkwimpel rukte aan den seinwipper; stilte heerschte er op het groote schip, waar honderden niet-katholieke marinemannen zich benedendeks of verwijderd van den bak ophielden om de mis, de preek en de liederen van hun collega's niet to storen.
Na afloop van de godsdienstoefening werden de kerkgangers per sloep naar hun schepen teruggebracht. De sirene loeide, vlaggeseinen werden gewisseld, het eskader vervolgde zijn koers door de tropenzee. Niemand vond het gek en niemand spotte. Zóó is de marine van dezen tijd !
blz 86 - 87. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :