dinsdag 3 december 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 84-85

Marine gewoonten en gebruiken
Bij beschikking van 6 Dec. 1898 werd aan boord van een der pantserdekschepen ter beproeving verstrekt een muziek-instrument, tournaphoon genaamd, voorzien van verschillende cartons tot het spelen van psalmen en gezangen. Dit instrument, dat door een ieder kon behandeld worden, moest dienen tot begeleiding van het gezang tijdens de godsdienstoefening aan boord.
In de jaren 1928-1933 beschikte de vlootaalmoezenier in Indië over een stel gramophoonplaten met kerkelijke gezangen voor het katholieke deel der bemanning, die op deze wijze een gezongen Hoogmis aan boord kon bijwonen.
Sedert in Juni 1923 het instituut van vlootpredikant en vlootaalmoezenier — in 't algemeen genoemd : vlootgeestelijken — werd ingevoerd, berust de leiding van de godsdienstoefeningen bij den vlootgeestelijke. In de eerste jaren van het bestaan van dit instituut der godsdienstige verzorging, hebben verschillende predikanten, een enkele maal ook een theologisch candidaat en leeken, de godsdienstige belangen behartigd der protestant-christelijke opvarenden van de schepen, die buitenlandsche reizen maakten.
Ook deze godsdienstverzorgers hadden dan de leiding van de kerkdiensten aan boord. Vóórdien, en ook thans, als er geen vlootgeestelijke aan boord is, heeft een der officieren, meestal de officier van administratie of de dokter, al of niet op verzoek, de leiding.
De laatste tientallen jaren wordt de kerkdienst aan boord in het benedenschip gehouden, waaraan iedereen aan boord moet deelnemen en alleen zij, die niet gemist konden worden bij de uitoefening van den scheepsdienst, zooals de officier van de wacht en de roerganger op de brug, de stokers en machinisten, die wacht op vuurplaat en machinekamer hadden e.d„ zijn van den kerkdienst vrijgesteld.
Er is een tijd geweest, voornamelijk aangewakkerd door de z.g. „vrije gedachte", of Vrijdenkersbeweging, dat schepelingen wegens „gemoedsbezwaren- vrijstelling van kerkdienst verzochten. Maar omdat zij dan de plaats moesten innemen van hen die door den scheepsdienst verhinderd waren, luwden de gemoedsbezwaren al spoedig. De voorschriften van 1928 hielden overigens met vele mogelijkheden rekening en voorkwamen eventueele bezwaren.
marine11 De aanvang der godsdienstoefening aan boord wordt aangekondigd door een zacht luiden van de klok, terwijl aan den seinwipper de kerkwimpel wordt geheschen. Als alle opvarenden hebben plaats genomen in het kuildek, of de voor den te houden kerkdienst aangewezen ruimte, waarvoor banken klaar gezet zijn en voor den commandant en eersten officier een stoel, wordt de klok voor de tweede maal geluid.
Door den leerling of door den dienstdoenden provoost van het benedenschip wordt den eersten-officier gerapporteerd, dat de kerkgangers aanwezig zijn en deze begeeft zich dan naar den commandant. Beiden begeven zich dan naar de plaats waar de dienst gehouden wordt, terwijl de commandant tevens order geeft voor de derde maal de klok te luiden.
Zoodra de commandant aanwezig is geeft hij order, dat met de godsdienstoefening kan worden begonnen. Als er een muziekkorps aan boord is, zal dit een koraal en een psalm doen hooren. Tijdens het gebed en het uitspreken van de leerrede, die dikwijls genomen wordt uit een speciaal daarvoor samengestelden scheepsbijbel, moet ieder met ongedekt hoofd stil en eerbiedig zijn — zooals de voorschriften luiden — en mag men de plaats, waar de godsdienstoefening gehouden wordt, niet verlaten.
Na de leerrede en het gebed geeft de muziek wederom een psalm en koraal en meestal wordt de bijeenkomst met het Volkslied besloten.
blz 84 - 85. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :