dinsdag 19 november 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 60-61

Marine gewoonten en gebruiken
Het gedonder der vreugde-schoten was de eenige overeenkomst met den ouden tijd en het gejuich van het scheepsvolk, dat met een driewerf hoezee ! en „leve de Koningin !" van achter de verschansingen klonk, deed weer denken aan het gejuich van het scheepsvolk op de vloot van admiraal de Ruyter. Want de schepen mogen al van gedaante veranderd zijn, veel gewoonten en gebruiken uit de gouden eeuw bleven gehandhaafd tot den huidigen dag.
Toen de jonge Vorstin in 1898 per trein aan 't Hollandsch Diep arriveerde om zich naar de toen moderne vloot in formatie, te begeven, lagen twee schepen, een fregat en een brik, als een herinnering aan de gouden eeuw nabij den steiger, enterden de mannen in 't want, legden uit op de ra's en joelden naar het aloude gebruik met een élan, alsof zij in den stervenden tijd van het zeilende schip nog een laatste maal de glorie wilden doen herleven, die eeuwen lang onze mannen van de zee omgeven had.
Er heeft zich nadien nimmer meer een gelegenheid voorgedaan om een vorstelijk bezoek aan de verzamelde vloot naar de gewoonten en gebruiken van de 17e eeuw, in vollen luister te zetten. Toch zijn in den nieuwen tijd gewoonten en gebruiken uit het verleden gehandhaafd, wellicht ietwat gewijzigd, doch in wezen dezelfde.
Ik bepaal me nu maar weer tot de laatste in Nederland gehouden vlootrevue, omdat toen op 't Hollandsch Diep de vereenigde scheepsmacht voor anker lag. Niet in afwachting van een of andere krijgsverrichting, doch in afwachting van de komst van en het brengen van eerbewijzen aan de jonge Vorstin.
Zooals de vlootvoogden uit de 17e eeuw de kapiteins der schepen bij zich aan boord seinden, zoo werden ook hier de commasdeerende officieren door den bevelhebber van de vloot bij zich aan boord van het vlaggeschip ontboden, ten einde hun de gelegenheid te verschaffen, desgewenscht nadere inlichtingen in te winnen omtrent de reeds vooraf verzonden bevelen betreffende de revue.
Het pantserdekschip „Zeeland", dat in dit jaar in dienst gesteld was en zich dus fonkelnieuw aan het hoofd van de vereenigde vloot bevond, was vlaggeschip; het politievaartuig voor de visscherij, de „Zeehond" van 1892, was ingericht als Koninklijk jacht, het politievaartuig voor de visscherij „Doifijn" en het stoomschip „Nederland" hadden respectievelijk de Indische prinsen aan boord als gasten der regeering, de ministers, hoof den der departementen van algemeen bestuur, enkele hooge ambtenaren en vlagofficieren en leden van de Staten Generaal.
Toen de „Zeehond" met de jonge Vorstin, de Koningin-Moeder, den minister van marine en vele leden van de hofhouding in het zicht van de vloot kwam, die voorbij den Moerdijk nabij den Nieuwen Overval verankerd lag, stoomden de torpedobooten „Ardjoeno", „Empong" en „Batok" het schip tegemoet en vatten post voor en bezijden de „Zeehond", om daarna de vloot tegemoet te stoomen.
In de 17e eeuw, toen de Prins van Oranje door den Texelstroom uit de Zuiderzee kwam en de vloot verankerd lag, deels in het Malzwin, en deels in het Marsdiep en op de ree van Texel, werd hij op dezelfde wijze ontvangen door jachten en kleine vaartuigen, die hem begeleidden tot nabij de hoofdmacht van de vloot.
Evenals toen donderde ook in 1898 de saluutbatterij los en werd de jonge Vorstin met 35 schoten begroet. Aan boord van elk schip stond de bemanning volgens de paradeerrol aangetreden. Nu hadden de schepen van ijzer, staal en stoom geen tuig en masten met ra's weer om te enteren, uit te leggen en te joelen; nu stonden de manschappen van vóór- tot achteruit naast elkaar opgesteld.
Toen het Koninklijk jacht passeerde werden door ieder schip de voorgeschreven eerbewijzen gebracht, het presenteeren van het geweer door de wacht of het detachement mariniers, het slaan en blazen door de tamboers en pijpers van den parademarsch, het joelen door de bemanning met een driemaal „hoezee", en het wuiven met de mutsen, nadat de commandant, zijn steek opheffende had geroepen „leve de Koningin" en de schipper op zijn bootsmansfluitje daartoe het sein gegeven had.
blz 60 - 61. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :