zaterdag 19 oktober 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 12-13

Marine gewoonten en gebruiken
Misschien toch wel een prestatie, vooral omdat ik de vergaderingen, die minstens eens per jaar gehouden werden, steeds bezocht en soms zelfs in de oppositie was. Me dunkt !. . . Maar medailles, expeditiekruisen zijn eereteekenen voor belangrijke krijgsverrichtingen. Gek, dat dit eigenlijk nooit duidelijk tot me doorgedrongen is.
Belangrijke krijgsverrichtingen ! Hoe lang is 't geleden, dat onze mannen ten oorlog trokken ? Oorlog ! Behoudens den strijd in Indië, twintig, neen dertig, bijna veertig jaar geleden, zijn alle oorlogen sinds 1830 aan ons voorbijgegaan. Vôôr den Mei-oorlog 1940 — als een schrikbeeld drong ik de gedachte daaraan van mij weg — wisten slechts zij, die in Indië ten strijde moesten trekken, wat belangrijke krijgsverrichtingen waren. Ik haalde Vandersteng in, die rustig voortstapte en keek van ter zijde naar zijn medailles. Ze kwamen me ineens veel belangrijker voor en ik vond mezelf kinderachtig, omdat ik zooëven zooveel belangstelling getoond had voor een haaientand, en zijn medailles genegeerd had.
Kan ik 't helpen, dat ik met zoo weinig waardeering voor wat onze mannen deden, ben opgevoed ? Atjeh, Bali, Boni, Celebes, Djambi, Flores, Nieuw-Guinea. . . de namen der expedities herinnerde ik me wel, doch in de beteekenis ervan had ik me nooit verdiept. Trouwens : op 1 Januari 1940 waren bij de geheele marine, van hoog tot laag, de gemobiliseerden en hersteld actieven meegerekend, nog maar 20 dragers van expeditiekruisen. 1k wilde Vandersteng duidelijk maken, dat ik wel iets meer wilde weten, van zijn deelname aan de expedities, keek hem dus duidelijk merkbaar nogmaals van terzijde aan en zei ietwat aarzelend : „Is dat van Flores of van Djambi ?"
„Ampenan”, zei Vandersteng en ik zag een speelsche trek op z'n verweerd gezicht. Ik had nooit van een expeditie naar Ampenan gehoord, dat wil zeggen wel naar Lombok in 1894, waaraan ook de marine deelnam onder leiding van kolonel Quispel. Ik herinnerde me iets van een overval bij Tjakranegara en een terugtrekken op het landingsuitgangspunt te Ampenan, doch dat er expeditiekruisen, betrekking hebbende op Ampenan, waren uitgereikt, was mij niet bekend.
Ik zei het Vandersteng. „O", zei hij gemaakt verbaasd, „bedoel je die „rooie ridders" ? Die zijn van Atjeh en van Celebes. Maar ik dacht dat je die haaientand bedoelde. Die is van een haai, die we op de ree van Ampenan gevangen hebben".
De uitreiking van een onderscheiding had ik nog nooit bijgewoond. Ik ging dus tijdig naar boord, stapte de loopplank over, de valreep binnen, verzocht den onderofficier van de wacht den officier van de wacht te spreken en na me aan hem te hebben voorgesteld, deelde ik hem mede, dat ik gaarne bij de plechtigheid van vlaggeparade en uitreiking onderscheiding tegenwoordig zou zijn. De leerling werd gefloten en mij als geleide meegegeven naar den eersteofficier, aan wien ik m'n wensch herhaalde en toestemming van hem kreeg „ergens verdekt opgesteld en zonder hinderlijk te zijn" de plechtigheid van nabij mee te maken.
In het orderboekje, waarin de bijzonderheden voor elken dag reeds daags te voren worden opgenomen, las ik, dat na „overal", zindelijkheidsinspectie en dekspoelen, om kwart voor negen alle hens baksgewijs moest aantreden in Zondagsch tenue; negen uur vlaggeparade, direct daarna „alle hens voor den boeg" : uitreiking onderscheidingen, t.w. :
a. aan den luitenant ter zee der le klasse J. van Raemsbeck: de versierselen van ridder der orde van Oranje-Nassau met de zwaarden;
b. aan bootsman K. Maarten : de eere-medaille der orde van Oranje-Nassau in zilver.
Toen ik dit in het orderboekje las, moest ik onwillekeurig denken aan Vandersteng met zijn kleine gouden medaille voor 36 jaren trouwen dienst.
blz 12 - 13. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :