donderdag 17 oktober 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 08-09

Marine gewoonten en gebruiken
Hoofdstuk-I
De matroos Ie klas Vandersteng had zich in groot tenue gestoken : laken broek met baadje, wit-hemd met blauwe, stijf-gestreken braniekraag en daaronder, uitkomende langs de witte revers, de zwartzijden das met platte knoop, gelijk de „ouwe jongens" die gewoonlijk dragen. Zijn muts stond met een helling van twee graden over stuurboord op z'n rossige haren gedrukt, vastgehouden en achter zijn ooren geborgd door het stormbandje. De tot zwaluwstaarten geknipte uiteinden van het mutsenlint met zestien letters, wapperden in de vroege bramzeilkoelte. Op de linkerflank van zijn baadje thingen expeditiekruis met gespen en dienstmedailles waaronder de kleine gouden medaille voor trouwen dienst, die aan de groen-oranje gestreepte en geheel oranjekleurige linten bengelden. De punten van zijn baadje werden aan den onderkant van voren met een kleine ketting en twee baadjesknoopen bijeengehouden; in het midden van het kettinkje bengelde aan een klein montuur van doublé of goud een emaillewitte, scherp-gehoekte haaientand.
Ik keek Vandersteng goedkeurend onderzoekend aan. De uniform flatteerde hem. De snit van het baadje, breed in den rug doch sierlijk getailleerd, deed zijn forsche bovenlijf scherp uitkomen. Zijn lakenbroek met breede pijpen als olifantspooten en „scherp geperst tot op de klompen" gaven hem het uiterlijk als van iemand die stevig op z'n beenen staat, gelijk dit van den matroos met zeebeenen verwacht mocht worden. Achter het blauw-wit gestreepte frokje rees zijn roode, pezige nek omhoog als een eikenstam. Vandersteng salueerde. Hij salueerde correct, niet overdreven stram, doch op een manier, die den gedisciplineerden en geroutineerden marineman verraadt.
marine gebruiken

blz 8 - 9. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :