vrijdag 12 juli 2013

Schetsen en Humor 139

hoofdstuk 5 - BESLUIT.
In elk geval kloppen de namen van de reederijen zelden of nooit. Ik moet toegeven, dat de namen die mijn vriend in zijn zeemansverhalen neemt, het goed doen, zooals : ,,Johanna-Margaretha", „Vrouwe Maria”, ,,Zwerver", ,,Vijf Gebroeders", de ,,Goede Verwachting" en weet ik hoe nog meer.
Ja, van die koopvaardij en van die zeevaart in het algemeen is nog wel eens wat aardigs te vertellen. Er is toch niemand die het controleeren kan en fantasie van werkelijkheid te onderscheiden weet. Het kan immers wel eens zoo gebeurd zijn en niemand die er aan twijfelt, omdat men wel visscherslatijn, jagerslatijn, maar geen zeemanslatijn kent.
Waarom zou de vrouw van kapitein Van de Werven, die als zeemansdochter beter navigeeren kon dan haar man, niet stiekum — stow away's kent men immers alleen bij de zeevaart en niet bij de marine — aan boord gekomen zijn en haar eenzamen man op de brug zijn moeilijke uren hebben helpen verlichten, als de tegenslagen op de eindelooze watervlakten, als de stormen en de dreigende gevaren, mitsgaders gekanker onder de crew, als een looden last den kapitein down maakten.
Kom met zoo'n verhaal nu eens als een marineschets ! Bovendien, als je aan marineschetsen beginners wilt, moet je heel erg voorzichtig zijn. Sam Blok had eens een onschuldig schetsje -gepleegd- in het „Marine Weekblad", een marinekrantje waarin alle overplaatsingen en vele andere bijzonderheden, de marine betreffende, werden opgenomen. Dat krantje verscheen in 1934 en was na ruim twee jaar alweer ter ziele.
Enfin, Sam Blok schetste. Aldus : „Op Hr. Ms. pantserkruiser „Kangean" loeide de claxon. Nog wel die van „man over boord". „Stiekum laten luiden", dacht de matroos, die op de brug het tolkompas wat opknapte; „stiekum laten luiden", dacht ook de man die juist de tafels gereed maakte voor de ,makan".
En de arme drenkeling dan ? Ja, dat zit zóó : de „Kangean" lag in het droge dok te Soerabaia. Als je van de groote hoogte van het schip buiten boord keek, zag je niet de zilte golfjes ,om de boeg kabbelen", maar doodprozaïsch de beméniede en be-ratjepéde vloer van het droogdok. En dat was a] zoo sinds enkele weken.
Iedereen leefde in vol besef hiervan, omdat het huizen in een droogdok allerminst tot de genoeglijkheden des levens behoort. En dus reageerde letterlijk geen sterveling op het loeien van de claxon. En nog eens klonk het schorre geluid; even hooger, even lager, naar gelang de behandelende electroman de stelschroef draaide.
"Ziezoo, die is fijn in orde voor den tijd dat ie weer eens noodig is", verklaarde de monteur aan zijn helper, „dus hier zijn we mee klaar." Maar dat bleek mis gezien te zijn. Want op het geluid was een andere functionaris komen afzetten.
Begon zijn onderzoek bij de drukknop, waar de assistent van den electroman nog steeds gereed stond om opnieuw ,,op 'z'n knopje te drukken..." „Wie geeft jou 't recht om „man-overboord" te seinen." Ik heb orders van den majoor, om telkens als hij wenkt, op deze knop te drukken !"
„Majoor wie geeft jou het recht om..” „Het was geen oogenblik de bedoeling om te seinen, meneer, maar wij hebben de installatie eenig onderhoud gegeven en probeeren nu het geluid..."
Weet u, lezer, wat een „robot" is. Dat is een mechanische mensch... een pracht vinding. Je stelt hem op ,,split", golflengte zoo en zooveel en zonder aarzelen brengt hij een — koude —whisky-soda.
Je hebt je stopwatch vergeten op te winden en je stelt hem op „time" en je krijgt den tijd op de minuut af. Mis je een vierden man bij het bridgen... hindert niet ... hij callt evengoed drie harten als een ander, wanneer u twee schoppen annonceert.
De functionaris, die op het geluid afkwam was zijn tijd verre vooruit. Meende toch, dat er op Hr. Ms. ,Kangean" reeds robots waren ingevoerd en verstrekt... „Bedoeling of niet, je gaf sein, en dat zonder toestemming." -0, stellig meneer, maar het schip ligt toch droog en dan kan er immers nooit sprake zijn van „man over boord"."
,,Mensch !... hersenlooze... wat had ik moeten beginnen indien nu eens plotseling op dat geluid iedereen een reddingboei had gepakt en overboord geworpen ? Dan zouden ze alle stuk gevallen zijn in het dok !" Twee dagen nadat het „Marine Weekblad" met deze schets verschenen was, werd den redacteur een wenk gegeven.
Wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :