dinsdag 9 juli 2013

Schetsen en Humor 133

hoofdstuk 4- Marineschetsen van 1900 tot den Mei-oorlog 1940.
Aangewezen voor de leiding aan boord van de schokkers werden de Luitenant ter Zee F. Kruimink en de Korporaal-Adelborst O. van der Gronden.
Tegen donker werd aangevangen met het laden der schepen, hetgeen met groote moeilijkheden gepaard ging, daar met tusschenpoozen vanuit de duinen op de schepen werd geschoten. Om half tien in den avond verliet de schokker onder leiding van den Korporaal-Adelborst van der Gronden het eerst de haven, een kwartier later volgde die van den Luitenant ter Zee Kruimink.
Daar de schepen sterk afstaken tegen den helderen avondhemel en dus een goed mikpunt vormden, werd er op grooten afstand (pl.m. 7 mijl) uit de kust gevaren. Dit kon niet worden volgehouden in verband met het groote mijnengevaar voor den Nieuwen Waterweg, Daar de geheele kust verduisterd was, was het navigeeren moeilijk en duurde het geruimen tijd alvorens de havenhoofden van den Waterweg werden gevonden.
Dit werd zeer vereenvoudigd, doordat er op dat moment een bombardement op Hoek van Holland plaats had en de juiste richting door de oplaaiende vlammen aangewezen werd. Eerst werd aangelegd in de Berghaven, doch daar durfden de leiders van het transport niet te lang te blijven, daar het gevaar, dat er scherven van de uiteen spattende bommen in de munitielading zouden komen, groot was.
Nadat de schepen gelegitimeerd waren, werd hun toegestaan naar Rozenburg over te steken, waar geland werd aan een pier van ongeveer 80 meter lengte en met een breedte van 1.5 meter. Dit landen leverde niet zulke groote moeilijkheden op, daar de heele kust verlicht werd door de enorme branden, die er in Hoek van Holland en in de omgeving woedden.
Bij het lossen had de Adelborst de leiding aan boord van de schepen, terwijl de Luit. ter Zee aan den wal de noodige instructies gaf. De manschappen, die belast waren met het lossen van de lading, waren moreel zeer geschokt, daar zij reeds eenige dagen bombardementen hadden meegemaakt en bij elken hernieuwden vliegtuigaanval werd alles door hen in den steek gelaten en zochten zij dekking in de duinen. Doch zij werden daarna met de pistool gedwongen, aan het werk te blijven, daar de lading voor daglicht moest zijn gelost.
Om 6 uur in den ochtend was de lading gelost en vertrok de Adelborst van der Gronden om terug te varen naar Scheveningen, terwijl de Luit. ter Zee Kruimink eerst om 7 uur vertrok.
Bij het afvaren van den Nieuwen Waterweg kwamen er opnieuw vijandelijke vliegtuigen, die wederom tot een aanval op de stellingen overgingen. De schepen legden echter een uur na elkaar ongedeerd aan in de buitenhaven van Scheveningen.
„Wat zal ik nu nog over marinehumor vertellen?" vroeg Vandersteng. „Die proef je of je proeft ze niet uit de schetsen die ik citeerde." „Jawel," zei ik, ,doch ik bedoel „moppen" !" Vandersteng lachte. ,Dat is minder eenvoudig dan marine. schetsen citeeren. lk heb dikwijls geprobeerd ze te verzamelen, maar de oogst was zeer schraal.
Daarmede was ik in goed gezelschap van het maandblad ,,Onze Vloot", dat in de hernieuwde uitgave van Februari 1937 een rubriek ,Marinemoppen" aankondigde : ,kort en goed; hoogstens een repel of tien" en de redactie gaf: „een voorbeeld (uit duizenden)" : Op parade : Ze hadden aan den wal wat gevochten.
Commandant : „Hoe kwam dat zoo Jansen ?" Jansen : ,Ziet u, commandant, we waren in een café. En er was ook een meisje. Nou, en toen zei ik niks en mijn maat zei ook niks en zoo lokte het eene woord het andere uit. Nou en toen begrijpt u. ..."
Een maand later verscheen er nog een „marine-mop" in dit maandblad : Kerkparade a/b van het opleidingsschip ,,Buffel" te Hellevoetsluis, tijdens den cursus 1897/'98. Bootsman (rasechte Amsterdammer) in philosophische overpeinzing, terwijl hij de ,,leerlingen" nakijkt, die naar de kerk afmarcheeren, tot officier van de wacht : „Al worre se niet soalig, se benne fen de floer".
Sindsdien verschenen er peen „marine-moppen" meer in dit maandblad. Dat is niet veel ! Maar zijn dat marine-moppen ? Neen In het Julinummer 1934 van het maandblad ,,Onze Marine" werd van marinehumor het volgende gezegd : „De beste zeelieden-, of juister matrozenhumor is internationaal.
Wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :