donderdag 13 juni 2013

Schetsen en Humor 089

hoofdstuk 3- Marineschetsen van 1860 tot 1900.
Nog zoo iets van de opleiding aan boord van Hr. Ms. instructieschip ,Admiraal van Wassenaer". 1 October 1900 : 250 jongens, waarvan 115 tot de 2e of oudste afdeeling in opleiding voor matroos 3e klas : -Het eindexamen — stel je voor : in 1900 moeten de matrozen 3e klas een eindexamen afleggen — gaf aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Schriftelijk : Het schrijven, beoordeeld naar een opstel over een onderwerp naar keuze, op de vaderlandsche geschiedenis betrekking hebbende : 21% zeer goed, 23% goed, 52% voldoende, 4% onvoldoende. Aardrijkskunde : 30% zeer goed, 40% goed, 22% voldoende, 8% onvoldoende. Rekenen : 39% zeer goed, 39% goed, 19% voldoende, 3% onvoldoende.
Mondeling : Lezen en het weergeven van het gelezene : op twee na allen voldoende, velen zelfs zeer goed." Ik spreek natuurlijk niet van de kennis van het matrozenvak, het hoofdvak bij de marine, dat uiteraard voor 90% practijk was en er wel stevig ingehamerd werd. Wie durfde er toch in 's hemelsnaam in 1913 in de Volksvertegenwoordiging, zooals het kamerlid mr. Mendels dat deed, nog te spreken van „de meest arme proletariërs, jongens die gerecruteerd zouden zijn uit de laagste klasse der samenleving" ! ? Voor de monteurs — dat zijn de ,,electriciëns" — bij de marine, die in den stand van matroos in dienst kwamen, werd kort na 1900 middelbaar technische kennis vereischt ! Mijn hemel, wat heeft de doorsnee Nederlander zijn eigen marinepersoneel toch slecht gekend....en gewaardeerd !
Want zoo'n goede, breed opgezette, voor zijn taak berekende marine — het Vaderland eventueel te moeten verdedigen — werd te duur geacht en er werd beknibbeld op elke marinebegrooting en op elk gevraagd nieuw schip, telkens en telkens weer.
Ik zal niet verder ingaan op deze kwestie. Het is een verhaal op zichzelf, waarin het noodig zou zijn ook te schetsen hoe langzamerhand bepaalde maatschappelijke denkbeelden tot den marine-man doordrongen. Niet van het Marxisme allereerst. Want aanvankelijk zochten de schepelingen omstreeks 1900 steun bij den christendemocraat Andries Popke Staalman. Maar voor de daarna losgeslagen geesten — het waren er in wezen toch altijd slechts, enkelen, doch die hadden door hun optreden veelal vat op de overigens onverschillige maats — ging de democratie, getemperd als zij werd door de christelijke beginselen, niet ver genoeg. En zoo ontstond het contact van den ,,Matrozenbond" met het marxistische socialisme. In het parlement streed de minister tevergeefs voor een goede marine; op de vloot begon de strijd van de leden van den „Matrozenbond" voor een betere materieele positie.
Die strijd zou er nooit gekomen zijn, als de marineleiding de breed opgezette en goede marine, naar de planners van 1890-1900 verder had kunnen uitwerken. Nu echter overheerschte de materieele zorg, de zorg voor het geestelijk welzijn. Dat moest tot conflicten leiden.
Minister Ellis, die in 1902 als commandant te Curacao, en in hetzelfde jaar als commandant der marine te Willemsoord de eenzijdige materialistische ontwikkeling van het personeel in betere banen trachtte te leiden, gaf in 1903 schoorvoetend en wat onbeholpen nog, officieel den godsdienst wederom een plaats op de vloot.
De geestelijke ontreddering voltrok zich echter naarmate de zorg voor het materieel grooter werd. In het parlement werd de verdere versterking van het materieel der vloot bemoeilijkt doch vond de zorg voor de materialistische nooden van het personeel weerklank.
Onder het marinepersoneel vertoonden zich de aanhangers van de marxistische beginselen, die het gezag aan boord zouden ondermijnen, steeds driester.
Minister Ellis trachtte de marine van deze ongewenschte elementen te zuiveren. Het was negatief werk, omdat het positieve hem onthouden werd. Experimenteeren met het personeel begon; het materieel der vloot was reeds op den terugweg, nauwelijks 10 jaar nadat de marine meende een goede toekomst tegemoet te kunnen gaan.
De besten onder de marinenmannen zelve, hielden vast ! De opleidingen werden beter, het gehalte van het personeel evenzoo... Het oude type stierf — door de wisselingen, afvloeiingen en proeven — snel uit. In 1910 echter werd... maar neen... ik zit met mijn marineschetsen nog pas rondom 1900. En daarom wil ik van de 19e eeuw eenige fragmenten citeeren van Ewoud van Everdingen.
Allereerst een citaat uit een zijner marineschetsen, die sedert 1905 geschreven werden en omstreeks 1927 gebundeld bij Ruygrock en Co. te Haarlem, en wel over den eersten reis van Hr. Ms. Pantserschepen ,,Kortenaer", ,,Evertsen" en „Piet Hein" in 1896 naar de Middellandsche Zee : ,,De storm in de ,,kikkersloot" bracht het beste in den mensch naar boven. Zelfs ,,Isegrim", de eerste-officier, dacht aan geen ,,kadaver-discipline", aan geen gekleed tenue en nog meer van die helsche plagerijen voor janmaat."
Je voelt wel," onderbrak Vandersteng zichzelve, ,,dat we reeds in een ander tijdperk leven. Ik zeg niet ,,een beter tijdperk", maar na hetgeen ik je zooeven vertelde over de periode van 1890-1900 kan de veranderde toon geen verrassing meer zijn.
Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :