woensdag 1 mei 2013

Schetsen en Humor 019

hoofdstuk 1- Marineschetsen na den 4en Engelschen oorlog en voor den Franschen tijd.
Zij lagen thans O.N.O. aan en rekenden zes streken wraak of afdrijving te hebben, waardoor zij alsdan Z.O. behielden. Dus over dien boeg, welken de zeemanschap aan ons als den besten voorschreef, liggende blijvende, bragten zij den nacht evenwel niet zonder vrees door. Omtrent ten elf uren des avonds zagen wij het Fregat -Medea" over den anderen boeg leggen en een schot doen, terwijl het ons voorbij dreef; dit gaf aanleiding dat de kapitein ons nogmaals bij zich ontbood om op nieuw te beraadslagen wat het beste was, daar hij niet volkomen met ons gevoelen instemde; doch een elk bij zijn meening blijvende en zulks, al mede op hoop dat de wind met middernacht bedaren zoude; voegde hij zich ook weder bij de meerderheid. Met den middernacht evenwel zagen wij onzen wensch verijdeld, de storm groeide aan en het groot stagzeil, dat men nu wilde bijzetten, was nauwelijks geheschen of het vloog uit de lijken en aan flarden.
Het aanbreken van den dag gaf even zoo min voedsel aan de hoop van beterschap, de storm woei nog even sterk en sterker kon hij niet; de lucht stond vreeselijk en was zoo dik er dampig, dat wij het verste water naauwelijks een half mijl van ons zagen; de zee werd van tijd tot tijd woedender en kookte aan alle kanten; de gansche oppervlakte was met schuim bedekt en het anders blaauwgroene water was nu wit als melk. De spatten der golven vlogen over de toppen der groote en kruisstengen; de slingers waren zoo geweldig dat het bovenste van het potdeksel der verschansing op het halve dek, vijftien voeten boven water staande, onderslingerde en niemand dan langs opzettelijk daar toe gespannene touwen een voet verzetten konde : sommige golven kwamen te loefwaard, anderen aan lij binnen; geen oogenblik was de kuil zonder water en alles spoelde weg; omlaag dreven de kisten,het water stond drie en vier voeten tusschendeks en niet dan door gestadig en onafgebroken pompen werd het met vier pompen gaande gehouden.
Des morgens omtrent de acht uren sloeg een zware, een vreeselijke golf, die wij van verre zagen aanrollen en tegen welker hoogte men moest opzien achter tegen de bil van het schip aan, liep over de kampanje henen en sloeg de ijzeren en houten roerpen, een nooit gehoord geval, tegelijk aan stukken. Daar lag onze hoop ! In een vreeselijken storm, in het midden van schepen en digt bij een lager wal, zonder roer te zijn, is een ijselijke omstandigheid. Wij stopten de kop wederom met kooyen, bultzakken, randsels en al wat er maar te vinden was en maakten zoo goed en spoedig mogelijk van de gebrokene stukken een andere roerpen, doch naauwelijks was ook deze uitgestoken of de zee sloeg ze weder in stukken met het gedeelte van de ijzeren hetwelk tot behulp gebruikt werd. Alles liep ons tegen, de sjorringen van het daags anker braken, waardoor het gaande raakte en reeds een kuil van anderhalven duim diepte in het boord had gewerkt voor wij het weder meester worden en vast maken konden; op een oogenblik dat het water binnen boord sterk was, brak een onzer beste pompen; wij herstelden haar zoo spoedig mogelijk en kregen, doch niet zonder moeite, het schip eindelijk weder lens.
In zulke tijden werkt officier en gemeene schier ieder om het sterkst, een elk doet al het mogelijke. en ofschoon de orde blijft stand houden de afstanden schijnen verminderd. De bedroefde schepelingen die als dan hun eenig vertrouwen op den Kapitein en Officieren stellen, vroegen mij dikwijls wat ik dacht ? en of er wel iets anders dan vergaan te wachten was ? Ik moest, ofschoon ik het gevaar allerduidelijkst zag, hen aanmoedigen en hoop geven.
Maar even na de middag, hoe schetse ik U het akelige van deze oogenblikken ! ziet de Opperstuurman, die eenige trappen van het kampanje was opgeklommen, na dat wij kort te vooren eenige verandering in de kleur van het water meenden bespeurd te hebben, op nog geen half mijl afstand van ons, het land en de witte branding hemelhoog tegen de klippen aanslaan. Almagtige God ! was alles wat hij met een verschrikkelijke stem, bevend uitriep en daar hij te gelijk de handen eerst ten hemel en daar na naar de branding uitstak, werd ons gezigt werktuigelijk daar heen bepaald en wij zagen met hem het aangrijnzen van den verschrikkelijksten dood in alle zijne ijselijkheid. Weg was alle hoop; afhouden was niet meer mogelijk, alle man werd opgeroepen, het bezaanstagzeil, de stormfok en het qrootzeil werden dadelijk bijgezet, doch het laatste sloeg aanstonds aan flarden en het schip dreef onder het vreeselijk geweld der grondzeëen vliegend naar den wal, die met klippen omzoomd was. Het sterven was op ieders aangezigt geschilderd en vertoonde zich van oogenblik tot oogenblik onder het naderen dier klippen akelig en nader.
Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :