dinsdag 6 maart 2012

Matroos Vandersteng 002

MarineTermen-02
Anderen kwamen met hun vrienden en Indische geburen aan boord en drukten bij den valreep vele handen van de afduwers en wenschten, goed gemeend doch niet zonder sarcasme, hun „een aangenaam en langdurig verblijf in de tropen". Straks zouden zij het immers ook weer aan anderen toewenschen als zij naar patria vertrokken. Dat was nu eenmaal zoo de gewoonte.
Zij hadden bovendien de kans op hun rug thuis te varen, terwijl Vandersteng en de overige opvarenden, het nu met een schip van de Nieuwedieper Lloyd moesten doen. Op de thuisreis werd Sabang, Colombo, Port Said en de vorige week de laatste haven Algiers aangeloopen.
Vandaar ging het in één ruk naar Nieuwediep, Gepassagierd was er weinig. Je had er geen behoefte aan. Met uitzondering van Algiers, was er in die plaatsen niets te beleven. Neen, het was geen uitbundige thuisreis geworden; het leven aan boord verliep normaal; allen waren in een opgewekte stemming, in het vooruitzicht spoedig binnen te loopen en thuis te zijn.
Wel moest je wat harder aanpooten, omdat er op een oorlogsschip, en zeker op de thuisreis, altijd wat te doen is, En als de schipper niet zoo liep te kankeren en te stoomen, dan zou het met de werkzaamheden ook wel gaan. Waarom zou men zich druk maken ?
De inspectie van den admiraal bij het binnenloopen op de ree van Nieuwediep, zou best in orde komen. De ketelkappen en de zeerampvictualiekasten, de bakkerij en de kombuis, stuur- en bakboordsloopplank, kortom alles aan het dek zag er uit, alsof het schip zóó van de werf kwam.
Van het dek kon je eten, al doe je het van een Airing smakelijker. De baggers hadden het koperwerk gezogen met blauwsteen a la Martinique, zoodat de betings, de luchtkokers, de leuningen van de afgangers en de horretjes van de koekoeken geelblinkend glinsterden.
„Present", herhaalde Vandersteng nogmaals op den roep van den schipper. Met een ruk stond hij vierkant en in de houding, maar omdat hij de balie, die achter hem stond, niet gezien had, scheelde het maar een streek of hij was over z'n stamboeknummer gevallen.
„Wat is er van Uw orders ?", vroeg hij den kaan, die van het half dek genaderd was. „Roep alle gasten bij elkaar en laat ze aantreden op het tentdek bij de barring", beval hij. „Alle gasten ?" zei Vandersteng vragend. Want er ging hem een vijfpitter op, dat enkele van hen beslist niet op het eerste sein met hun werk gereed konden zijn. Als 't nou nog tegen vastwerken liep,
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :