woensdag 7 maart 2012

Matroos Vandersteng 003

MarineTermen-03
„Je hoort toch wat ik zeg ?'' zei de kaan, niet zonder wrevel in z'n stem. „Jawel, schipper, maar Willemse is op den bak aan 't schalmen. Er is slecht weer op komst. Het tentje op de duiventil is al uit de lijken gewaaid. Uitdeketting ligt op stootgaren om met den blinder man of te lossen aan het wiel, Verdulmen is droogwant maken voor de barang doorwaternat wordt en Heukels staat de knoopen te tellen bij de log.
„Goed, goed", deed de kaan gebarend. Want daarmede was het aantal gasten toch niet uitgeput. „Barendsen is er toch nog, en van Klampen, en de Vries, en... wat voert van Leeuwen uit ? „Die is 't pardoen van den voortop aan bakboord aan 't lapzalven", zei Vandersteng. „Is tie bela... , maakte de kaan zich kwaad. „Daar is het nu geen tijd voor. Laat 'm direct uit het twig komen en het bootsmansstoeltje afgeven bij den paai van het voorschip. Vooruitt, commandeerde de kaan, „schiet op, en zorg dat ze voorgaats komen".
Binnen enkele minuten had Vandersteng z'n collega's bij elkaar. ,,Wat is er loos ?", vroegen ze. „'t Is weer pen uit", zei Vandersteng. „De kaan loopt op uiterst vermogen en is ver over de rooie streep". „Nou", zei Barendsen, „wat kan je gebeuren ? 't Is zoo dadelijk handen schoon. Ik heb den eersten platvoet als dienstdoende. Hij knipperde met z'n rechter blindeerklep als een teeken van „begrijp je wel ?" en trok aan z'n stutten naar omlaag.
„'t Is wat moois", gromde van Leeuwen, die z'n met Zweedsche leer bevuilde handen trachtte schoon te maken met een dot bruin werk. „Ik had nog maar een klein stukje te doen. Nou moet ik natuurlijk op de dagwacht dat pardoen afwerken. Want als we morgen op de ree komen is er geen kijk op".
„Waar moeten we zijn ?", vroeg Uitdeketting, wien dat nabreeuwen maar matig beviel. „Laten we opschieten, want ik moet zoo dadelijk aan het roer". „Dan kan jij wel verdwijnen" meende Vandersteng, die intusschen de koppen telde. „Maak jij maar klarigheid, zei hij tot Uitdeketting, „dan zal ik wel zeggen dat jij en Barendsen voorschaf ten, omdat jullie den eersten platvoet hebben.
Met hoevelen zijn we... acht man ? Waar is de kabelgast en de paai...?" Langgerekt en hoog sjilpend snerpte het bootsmansfluitje van de kaan over het dek, gevolgd door een kort afgebeten roep : „Vastwerken".
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :