maandag 5 maart 2012

Matroos Vandersteng 001


Matroos der 1e klasse van der Steng.
MarineTermen-01
Met groote halen onder uit den mok, terwijl hier en daar heilige dagen waren achtergebleven, had de matroos 1e klas Vandersteng een koekoek getjet op de campagne. Een presenning, die hij op 't dek gelegd had om niet te knoeien — dat zou maar psalmen zingen geven — wilde hij juist pakken, toen de kaan hem praaide.
„Present !", antwoordde Vandersteng schreeuwend, terwij1 hij gelijk werk maakte en den leegen mok in de bootsmanskist gooide. „Wat moet de kaan nou weer ?" mompelde hij. Sedert zij de vorige week met hun schuit uit Algiers vertrokken waren, hadden de opvarenden poot aan moeten spelen om het schip als nieuw in de vaderlandsche haven te laten binnen vallen.
Een maand geleden waren ze uit Soerabaja onder stoom gegaan. Deze Indische turn zat er weer op. Velen hadden van hun kadje een behoorlijke aap kunnen overhouden, ondanks het feit, dat ze een enkele of een dubbele delegatie hadden loopen. Op de thuisreis was dan ook zwaar geboomd over blauw goed en zomerverlof. Want daarop waren de verlangens bij allen aan boord ingeschoren.
Niet alleen bij de maats vooruit. In den gouden bal en in den longroom was het niet anders. De vrije jongens verlustigden zich in het vooruitzicht bij het ouwe wachtschip met hun aanhangmotor eenige weken in een zalig niets doen te kunnen doorbrengen.
De gehuwden zouden natuurlijk met hun botermaat strafdienst loopen in de gezellige winkelstraten van de vaderlandsche grootstad, ter vervanging van de Japaneesche bullen, die ze dezen keer niet hadden meegebracht, „omdat je van den vorigen keer wist, dat je die in elke winkel in Nederland net zoo goed en minder duur kon krijgen".
Daarvoor immers had men in Indië maandenlang op de kist gezeten, had men het passagieren beperkt tot oploopen; was er niet een van de kist aan boord gekomen. Nu ja..., daags voor het vertrek uit de marinestad Soerabaia hadden de meeste opvarenden van het thuisvarende schip, op een ouwerwetsche manier hun krakbroek nog eens aangetrokken om met de afduwers uit te eten, op Simpang, bij Stalk, of wie 't minder grootscheeps konden doen, bij den vreetchinees.
Sommigen waren daarna ietwat afgeladen eenzaam aan boord teruggekomen, omdat ze, sentimenteel als ze waren, dat afscheid nemen aan boord niet al te best verstouwen konden. Ook in Indië worden vriendschapsbanden gelegd !
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :