zaterdag 31 maart 2012

Matroos Vandersteng 022

Marine abc vervolgB
Binnenboord.
Was tot voor enkele jaren nog een signaal (hoewel het geroepen werd). Het hield verband met „aan je bakken. Tegenwoordig blaast de tamboer of pijper een „stoot" op den hoorn, hetgeen tevens beteekent, dat men aan de bakken kan komen om te schaften. Aan de opleiding voor matroos te Vlissingen en die van de miliciens te Den Helder, moeten de schepelingen uit het benedenschip en uit de kazerne blijven, althans ter plaatse waar de bakken in gereedheid gebracht werden om te schaften, totdat het tijd voor schaften is.
In Hellevoetsluis tot omstreeks 1913, voor de jongens aan boord van de „Van Galen" en de „Buffer en daarvóór ook te Amsterdam, althans nog tot omstreeks 1906 aan boord van de „Wassenaar", moesten de jongens op het terrein voor de schepen verblijf houden. Om vijf minuten voor schafttijd klonk dan aan den valreep de kreet „Binnenboord" ten teeken, dat men zich naar de bakken begeven kon.
Er ontstond dan een soort van Indianengehuil en een run naar het schip. Later en op andere schepen, is daarvoor in de plaats gekomen de stoot op den hoorn. De uitwerking is dezelfde gebleven... een run naar de bakken. Gezonde Nederlandsche jongens hebben altijd honger !
Bijdraaien.
Het schip of de sloep draait bij; komt naar ons toe. Is geen speciale marineterm, hoewel deze uitdrukking tijdens het convoyeeren in de Spaansche wateren in 1938-1939 bij onze marine weer bijzonder veel gebruikt werd voor een deel van een marinetaak. Het bijdraaien had dan de beteekenis, dat men naar het schip kon gaan en er den onderzoekingsofficier aan boord kon afzetten om het schip in convooy te nemen. Figuurlijk wordt bijdraaien gebruikt om iemand tot een gesprek te praaien, ook wel als iemand zich aanvankelijk onwillig toonde, doch tot betere gedachten komt en dus bij draait.
Blauw goed en zomerverlof.
Men spreekt over blauw goed en zomerverlof met een heimweevol verlangen naar de Vaderlandsche haven en het verblijf in den familiekring, vooral als men op lange buitenlandsche reizen of in Indië is.
Blauwsteen.
Een steensoort, waarvan men door wrijving een poeder krijgt, dat bijzonder geschikt is voor het poetsen van koper.
Toen Hr. Ms. „Koningin Regentes" op 19 Mei 1902 deelnam aan de hulpverleening bij de ontzettende ramp op het eiland Martinique, waardoor de geheele stad Saint Pierre met pl.m. 45.000 inwoners werd bedolven, kreeg het schip daags na de ramp ook zijn deel van de vulkanische asch, die het geheele land met een dikke laag bedekte.
Deze vulkanische asch bleek bijzonder geschikt te zijn voor poetsmiddel en werd daarvoor dan ook gebruikt. Aan boord gaf men daaraan den naam „blauwsteen a la Martinique", zooals men dit zelfs nu nog wel hoort zeggen.
Blikkie.
Van hetzelfde blikkie (blikje) ,van dezelfde opleiding of van denzelfden bak. Denk aan schaftblikje.
Blindeerklep.
Elke patrijspoort aan boord van een oorlogsschip is voorzien van een blindeerklep, die bij nachtelijke oefeningen het uitstralen van het licht voorkomt en ook bij zwaar weer, wanneer er gevaar is voor het inslaan van het glas in de patrijspoort, wordt dichtgemaakt. Figuurlijk. Hij knipperde met zijn blindeerkleppeit: Hij knipperde met zijn oogleden.
Blindeman.
Handlanger (helper-tweedeman) aan het roer. Vooral thans nog noodzakelijk op de oudere kanonneerbooten (de z.g. „strijkijzers").
Bloemkool.
„Er staat heel wat bloemkool". Dit is een uitdrukking, die bij de opname (hydrografie) aan boord van onze marineopnemers in indie gebruikt wordt om aan te duiden dat er veel rif is.
Blok.
Het aantal blokken (katrollen zou een burger zeggen en dat klinkt den marineman als een vloek in de ooren) — het aantal blokken aan boord van een oorlogsschip is legio. Vroeger, op de volgetuigde schepen, gaf men aan deze twee- of drieschijfsblokken namen, waarvan men nu de beteekenis veelal moet zoeken.
De blokken dienden in het algemeen om meer kracht te zetten op het loopend touwwerk voor de zeilen en de ra's. Tegenwoordig worden de blokken alleen gebruikt, om deze met de daarvoor bestemde touwen als hijschwerktuig te gebruiken, voorzoover althans daarvoor geen mechanische kracht beschikbaar is. Men spreekt dan van wipper, klaplooper e.d. of takels en talies. Er zijn echter nog blokken, die voor loopend touwwerk gebruikt worden, zooals kinnebaksblokken en voetblokken.
Bodem.
Bij de marine hoort men deze uitdrukking nog dikwijls gebruiken voor schip. „De Kapitein ter zee voerde het bevel over dezen bodem", „Ik was geplaatst aan boord van dezen bodem".
Boegbuis.
Boegbuiskamer. Hekbuis, hekbuiskamer. De boeg is het voorste, het hek het achterste gedeelte van het schip. De boeg en hekbuis werd ingevoerd toen de schepen met vischtorpedo's werden uitgerust. Dat was niet alleen het geval bij de vischtorpedobooten (de „Etna" van 1882 was onze eerste visch-torpedoboot), doch ook met onze pantserschepen en pantserdekschepen, resp. type „Kortenaer" (1893) en type „Gelderland" (1898). Ook de „Hertog Hendrik", „Koningin Regentes", „Jacob van Heemskerk" (1906) werden van een boegbuis, deze laatste en de pantserdekschepen ook van een hekbuis voorzien tot het lanceeren van torpedo's. Het gedeelte van het schip, waar deze torpedolanceerinrichtingen stonden opgesteld, werd boegbuiskamer en hekbuiskamer genoemd, gelijk dit thans nog het geval is bij de onderzeebooten.
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :