maandag 19 maart 2012

Matroos Vandersteng 015

Marine abc vervolgA.
Anker.(vervolg)
Het zinnebeeld van onze marine is het onklare anker met kroon, d.w.z. 'dat zich om de ankerschacht een touw slingert. Op de uniform van een groot deel van het personeel komt het anker dan ook voor. Doch lang niet voor allen.
Het onklaar anker wordt gedragen op de pet, jas-revers en op de knoopen van de uniform van de zeeofficieren, de officieren van administratie, de officieren-vlieger en alle onderofficieren, behalve van het Korps Mariniers. De officieren, onderofficieren en manschappen van het Korps Mariniers dragen een klaar anker.
De matrozen dragen een onklaar anker alleen op de knoopen, doch een klaar anker op de linkerbovenmouw, voor den matroos tweede klas; twee gekruiste klare ankers voor den matroos eerste klas en twee gekruiste klare ankers met een H (huishoudelijke dienst) er doorheen voor den barbier, kleermaker en schoenmaker.
Eén klaar anker op de linkerbovenmouw dragen ook de opperschipper, schipper, bootsman en de kwartiermeester. De reeds genoemde officieren dragen op den kraag van hun jas (aan stuuren bakboord) een onklaar anker. De overige officieren, onderofficieren en manschappen dragen geen anker als distinctief. Wie daarvan meer weten wil moet bij „uitmonstering" zoeken.
Twee gekruiste klare ankers voert de minister van defensie in zijn vlag, als hij op marineterrein of aan boord is. De vlag bestaat uit twee Nederlandsche vlaggen, die met een breede witte baan aan elkaar verbonden zijn. In deze witte baan zijn de twee gekruiste klare ankers aangebracht. Deze vlag werd in 1932 ingevoerd.
Het anker als zinnebeeld van de marine vindt men ook in de vlag van de kapiteins ter koopvaardij, die tot de marinereserve behooren. Het onklaar anker met kroon wordt gevoerd in een wit medaillon in het midden van onze rood-wit-blauwe vlag.
„Het Anker" heeft gedurende een reeks van jaren, en wel van 6 April 1901 tot 29 April 1921, een zeer belangrijke rol gespeeld. „Het Anker" was n.1. het weekblad van den Matrozenbond, den lateren Bond voor Minder Marinepersoneel, die in 1934 werd ontbonden.
Ankerketting.
Deze bestaat uit 8 stukken, ieder van 15 vaam. In het eerste en in het laatste stuk zit een wartel om het kinken to voorkomen. De harpen waarmede de stukken aan elkander verbonden worden, zijn met den ronden kant naar het anker toe geplaatst, zoodat ze bij het uitloopen van den ketting nergens achter kunnen pakken.
De azijnzuurhoutenkettingkabelopsluitpen werd tot ongeveer 1890 gebruikt om de bout van de harp te borgen; nadien werden metalen pennen gebruikt. Om de 10 vaam is een merk aan een schalm aangebracht, bestaande uit een eindje touw met een of meer knoopen. De schipper kan daaraan zien hoeveel ketting uitgeloopen is (gestoken is). Men steekt den ketting gewoonlijk drie maal de diepte van de ankerplaats; staat er dus 10 vaam water, dan steekt men tot 30 vaam. Ankerlichten.
Er gaat een verhaal, dat een adelborst opdracht kreeg voor ankerlichten te zorgen, en dat hij daartoe naar den bak ging om het ankerspil in gereedheid te brengen, hoewel hij niet begreep, waarom en hoe hij het anker alleen moest lichten. Toen hem duidelijk gemaakt werd, dat hij de ankerlichten moest ontsteken, was 'het geval ineens opgelost. Als een schip voor anker ligt, wordt 's avonds op den bak aan den geusstok een wit licht ontstoken en achteruit het heklicht.
Ankerspil.
Op onze oorlogsschepen worden de ankers gelicht met de daarvoor bestemde draaispillen op den bak, Misschien is er nog een enkel heel oud en heel klein scheepje, dat een pompspil heeft, een hefboomwerktuig, dat wel iets heeft van een handbrandspuit, met dit belangrijke verschil echter, dat er geen water uitkomt, doch dat men er den ankerketting schalm na schalm, bij elken op- en neergang, mee binnenboord haalt en het anker voor het kluisgat brengt.
De ankerspillen (op de grootere schepen staan er twee op den bak) hebben nog vrijwel denzelfden vorm als de oude hand-draaispillen op de zeilschepen en kunnen desnoods ook nu nog met windboomen bediend worden. Uiteraard zijn zij tegenwoordig ingericht met een ankermachine, die via het spil den ankerketting en daarmede tevens het anker indraait. Het inhieuwen van het anker, met mannen aan de windboomen zal tegenwoordig geen gemakkelijke taak zijn.
De ankerketting van de „De Ruyter" weegt „maar" 20.000 kilo en het anker 4000 kg. Overigens wordt het ankerspil niet alleen gebruikt voor het indraaien van den ankerketting, doch ook, bij wijze van lier of winch voor het indraaien van trossen bij het meren en op sommige schepen ook voor het hijschen van sloepen.
Apentafel.
Is het bordes van den standaard voor het peilkompas. Waarom men dit zoo noemt, ‘blijft een van de vele raadselen van de marineterminologie.
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :