zondag 18 maart 2012

Matroos VanderSteng 014

Marine abc vervolgA.
Amusementsbak.
Met taptoe, dat tijdens reewacht om 9 uur n.m. geblazen wordt, behoort iedereen aan boord, die geen wacht heeft, in z'n kooi te liggen, alhans zeker, als direct na de taptoe de ronde gedaan wordt. Verlof tot opblijven na de ronde kan gegeven worden tot 10 uur, mits niet hinderlijk voor de nachtrust van hen die naar kooi zijn. In het volksverblijf is een tafel beschikbaar waar de „opblijvers" kunnen vertoeven. Men noemt dit de amusementsbak.
Anker.
De ankers op onze oorlogsschepen zijn tegenwoordig bijna alle stoklooze ankers, d.w.z. dat men het rechte gedeelte, dat men schacht noemt, door het kluisgat kan halen, zoodat alleen de armen, en de handen (men zegt ook wel : vloeien) zichtbaar zijn. Op sommige schepen en zeker op de nieuwere, zooals „De Ruyter", „Tromp", Heemskerck" en op de onderzeebooten, heeft men om het kluisgat een inbouw, zoodat ook de vloeien van het anker niet buiten het schip uitsteken. Aldus „gestroomlijnd" is er minder weerstand in het water.
Een ouderwetsch anker bestaat uit een schacht, twee gebogen armen, aan de einden voorzien van handen of vloeien, die loodrecht staan op het vlak van de armen, een stok en een ring aan de schacht waar de ankerketting aan opgesloten wordt.
Een plattehandsanker heeft 2 armen met vloeien in hetzelfde vlak gelegen. De armen vormen een stuk, dat draaibaar is over een korte boog in de schacht. De stok is zwaar en ineengedrongen, dient hoofdzakelijk voor gewichtsvermeerdering. Het latere type is het stokloos anker, dat geheel in de kluis verdwijnt, zoodat er glad werk gemaakt wordt.
Het voordeel van de nieuwere types is, dat 2 vloeien in den zeebodem pakken en het anker daardoor steviger houvast heeft dan het oud model, waarvan maar één hand in den grond komt. Een werp is een anker, dat o.a. gebruikt wordt om een schip te verwerpen, naar een andere plaats te brengen, bijvoorbeeld naar een gunstiger plaats op een reede.
Verhalen doet men met trossen aan de kade en verwerpen met trossen aan het werp.
Drijfanker is een groote drijvende massa, met veel weerstand tegen bewegen door het water, met weinig boven water uitstekende deelen, dus met bijna geen windvang. Het wordt gebruikt op diep water om verlijeren door den wind zooveel mogelijk tegen te gaan.
Een drijvende schijf kan b.v. van een drijfanker voorzien worden. Een schip kan er mede met den kop op de zee gehouden worden.
Parapluie-ankers hebben den vorm van een parapluie en worden gebruikt om lichtschepen te verankeren.
Een dreg heeft geen stok noodig, want er pakken altijd twee vloeien. (De stok bij een oud model anker dient om het anker te laten kantelen, zoodat een vloei pakt).
Is een anker verloren, dan tracht men dit te visschen door een lijn, bezwaard met 2 looden, tusschen twee sloepen over den zeebodem te sleepen, in de hoop dat de lijn achter een vloei zal komen. Zou hier wellicht aan gedacht zijn bij de uitdrukking „Ergens naar visschen"; trachten achter de waarheid te komen ? Een modern anker is lastig te visschen.
Is een ketting verloren, dan vischt men met een klein anker dwars op de vermoedelijke richting, waarin de ketting ligt over den bodem om een bocht te pakken te krijgen.
Hr. Ms. „Gelderland" verspeelde 23 Juli 1907 op Bonaire een anker met ketting, doordat de wrijfstopper weigerde en de sliphaak of wel duvelstoejager afbrak. Het visschen naar den ketting mislukte, omdat de kracht van het spil niet groot genoeg was om de bocht boven water te krijgen. Men bedenke daarbij, dat bij het naar boven halen de zware ketting en bovendien het gewicht van de bocht over een koraalbodem gesleept moesten worden. Niettegenstaande het gebruik van een lijn stopte het spil. De ketting lag op ± 40 vaam diepte. Bij het uitloopen van den ketting sloeg het eind wild om zicb heen, waardoor den matroos bij den wrijfstopper het rechterbeen werd stuk geslagen; bovendien werd de beugel van den boegstopper buiten boord geslingerd.
Het aantal zegswijzen en spreekwoorden, waarin het anker symbolisch gebruikt wordt, is zeer groot, doch aan boord hoort men ze zelden of nooit. Ook de figuurlijke toepassing van werkzaamheden, die op het anker of het ankeren betrekking hebben, hoort men aan boord weinig. Een enkele maal zegt men wel eens „we lieten ons anker vallen in dit of 'dat café". Ook hoort men wel de uitdrukking : „Vast ketting steken" als er iemand met zilvergeld rammelt, een geluid dat eenigszins overeenkomt met dat van het vallende anker, of juister van het uitloopen van den ketting.
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :