donderdag 16 januari 2014

Marine Gewoonten en Gebruiken 134-135

Marine gewoonten en gebruiken
Ik behoef ook niet verder uit te weiden over de gewoonten om een schip uitgeleide te doen. Want iedereen weet, of kan het althans weten, dat, wanneer een schip uit Nieuwediep vertrekt, de marine-autoriteiten zich op het Wierhoofd nabij en de adelborsten zich op het plankier aan het havenhoofd opstellen en met een driewerf „Hoezeer het schip en zijn bemanning een goede reis toewenschen.
Natuurlijk is er, behalve de zooeven genoemde groepen ook veel ander marinepersoneel en ook de Stafmuziek bij het vertrek van een schip voor een lange reis aanwezig. Want iedereen, die gemist kan worden, wordt in de gelegenheid gesteld, de vertrekkende collega's een goede reis toe te roepen. Ook is het voldoende bekend, doch voor wie 't niet weet zeg ik 't nog even, dat het een goede gewoonte is, den commandant van het schip, door den chef van de equipage, namens de bemanning een goede reis te wenschen, zoodra het schip de uiterton gepasseerd is.
Van diezelfde uiterton gaan zoute verhalen rond, waarvan het onschuldigste dit is, dat de gehuwden in het rieten mandje, dat zich boven op de uiterton bevindt, hun trouwring plegen te deponeeren en deze na terugkomst er weer uit visschen, op gevaar of van een verkeerde in handen te krijgen. Marinevrouwen die achterdochtig zijn, mogen wel goed uitkijken als hun imannen weer thuisvaren. Maar beter is, dat achterdochtige vrouwen niet met marinemannen trouwen.
Ik zou ook nog kunnen vertellen van de bezoeken aan boord in vreemde havens, als vriendelijkheden aan den wal gereciproceerd worden met een instuif aan boord, waaraan iedereen ongenoodigd kan deelnemen, als hij relaties aan boord heeft. En dat is voor de leden van de Nederlandsche kolonie ergens in het buitenland, dikwijls heel rekbaar. Zoo'n instuif is natuurlijk een gezellige fuif op het met vlaggedoek — en als 't aan de wal te krijgen is — en groen versierde halfdek, waarbij de commandant en de Etatmajor gastheeren zijn.
Ik weet wel dat een instuif vroeger alleen van „achteruit" uitging, hetgeen overigens van zelf spreekt. Maar sedert enkele jaren houden ook de onderofficieren zich bezig met het aan boord beantwoorden van aan den wal ontvangen uitnoodigingen, althans zeker voor militaire collega's van andere naties. Ik zou ook nog kunnen vertellen van de verhoudingen onderling, van de zeeofficieren tegenover hun collega's van den Marinestoomvaartdienst, of tegenover de officieren van 'de mariniers, van administratie e.a.
Want, och ... waar in het verleden de zee-officier de zeeman was en zeeman zijn tot de opperste waardigheid aan boord verheven was, is het niet zoo wonderlijk, dat al het „overige"... nu ja, niet tot de zeelieden, werd gerekend, hetgeen in de gesprekken, in plagerijen, in geestige opmerkingen e.d. tot uiting kwam. Wie zich daarvan te veel aantrok, had veelal geen leven aan boord, totdat hij 't spel door had en op zijn beurt zich van scheepsplagerijen bediende.
Maar sinds de opleidingen van alle officieren op het Kon. Instituut voor de Marine samenvallen en de techniek aan boord gelijkwaardige vakken schiep, is er veel van de controversen tusschen de verschillende groepen verdwenen. Ook die tusschen de matrozen en de mariniers.
Ik zal daarop niet verder ingaan, want het zou een verhaal op zich zelf worden als ik van de verhoudingen tusschen de matrozen en de mariniers — later kwamen daar de stokers nog bij — zou vertellen. Het heeft ook geen zin meer, dit te doen, omdat in den tegenwoordigen tijd de scherpe kantjes finaal zijn afgesleten. De scherpe kantjes ! Van wat er ,overbleef 'heb ik bij de marinetermen voldoende gezegd."
Ik voorzag, 'dat Vandersteng met deze opmerking zijn mededeelingen over gewoonten en gebruiken aan boord zou besluiten. Hem kennende zou het vergeefsche moeite zijn hem daarover verder uit te hooren. Ik gooide het dus over een anderen boeg en zei: „Hoe zit dat eigenlijk met dat ongeval op Colombo ?"
blz 134 - 135. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :