zaterdag 11 januari 2014

Marine Gewoonten en Gebruiken 126-127

Marine gewoonten en gebruiken
Hoe men ook zocht en over geheel Curacao nairraag deed, het beeld was weg. Het verhaal gaat, dat marinemannen in West- Indië, van de geschiedenis van de „Alphen - hoorende, van oordeel waren, dat het schegbeeld aan de marine moest worden teruggegeven.
Vermoedelijk hebben eenige mannen in een jolige bui op een vroolijken avond het schegbeeld naar boord gesleept, in het kabelgat geborgen en op de thuisreis voor den dag gehaald. Oorspronkelijk is het schegbeeld wit geweest, zooals op de schepen in de 18e eeuw gebruikelijk was, maar op Curacao had men het met kakelbonte kleuren, den kop met roode haren, geschilderd, waardoor het onder de maats de „roode verrader" genoemd werd.
Toen het schip, met den gestolen „roode verrader" in Nederland aankwam, werd het bij de inventarisgoederen op de marinewerf gedeponeerd en na „onderhoud", voor de reis naar de West, aan het eerstvolgend vertrekkend schip meegegeven en bij de firma Maduro thuis bezorgd.
Hoewel het schegbeeld nu met weer zorg door de heeren Maduro bewaard werd, wisten marinemannen het nog verscheidene keeren te „ontvreemden -. Na enkele maanden, soms na enkele jaren, kwam de „roode verrader" weer in 'Curacao terug.
De naam „roode verrader" is in den loop der jaren veranderd in „looden verrader", althans tegenwoordig draagt dit schegbeeld dezen naam, terwijl de overlevering zegt, dat het oorspronkelijk de „rode verrader" genoemd werd.
Aanvankelijk werd dit ontvreemden en weer terugbrengen als een sportieve aardigheid opgevat. De heeren Maduro, die sinds menschenheugenis te Curacao leveranciers zijn van de marine, begonnen echter veiligheidsmaatregelen te nemen, opdat het ontvreemden van den „looden verrader" niet meer mogelijk zou zijn.
Door het nauwe contact van de firma Maduro met de marine, was zij er steeds van op de hoogte, wanneer een schip naar Nederland moest terugkeeren. Het schegbeeld werd dan tijdig en veilig opgeborgen, totdat het schip buitengaats was.
Toch hebben de marinemannen van een naar Nederland vertrekkend schip, zoo omstreeks het einde van de 19e eeuw, nog meermalen kans gezien zich van het schegbeeld meester te maken en het -mee te nemen naar Nederland. Daar werd het dan, zooals gebruikelijk was, op de marinewerf in Nieuwediep afgegeven, opnieuw geschilderd en met het volgende schip naar West-Indie teruggebracht.
Het is zelfs voorgekomen, dat men de ontvreemding van den „looden verrader" in Curacao enkele uren voor het vertrek van het schip ontdekte en dat men het op vertrek liggende schip zonder resultaat geheel doorzocht.
De commandant wist natuurlijk van niets, zooals geen enkele commandant voor hem iets van het gebeurde wist. De eerste-officier wist al even weinig en de schipper deed ook alsof hij nooit van den „looden verrader" gehoord had.
Toch werd het schegbeeld naar Nederland gebracht en per volgende gelegenheid in Curacao weer afgegeven. Ongeveer zestig jaar geleden maakten de heeren Maduro er een einde aan door den „looden verrader" in het archief van de Maduro-bank te Curacao op te bergen.
In 1938, toen Hr. Ms. pantserdekschip „Gelderland" voor de voortzetting van de opleiding kanonnier en konstabel, gedurende 4e wintermaanden in West-Indië vertoefde, werd het aloude ge. bruik van het „ontvreemden- van den „looden verrader" aan boord besproken door een kleine groep, die plannen beraamde de traditie voort te zetten en desnoods het schegbeeld te stelen. Als men eerst maar wist, waar het thans verborgen was.
Dat gelukte. Want nog steeds bestond er een belangengemeenschap tusschen de firma Maduro en de marine te Curacao, zoodat het niet zoo moeilijk was, tijdens een bestelling voor nieuwe leveranties of het bespreken van financieele aangelegenheden, ongemerkt het gesprek op den „looden verrader" te brengen, het interessante beeld, waarover in den loop der jaren bij de marine zoo veel te doen geweest was. „Of ik 't eens zien mag ?" had een der officieren, belangstellend in oude schegbeelden, gevraagd. Dat mocht, en daarmede werd de plaats bekend, waar de „looden verrader" veilig geborgen was.
blz 126 - 127. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :