donderdag 9 januari 2014

Marine Gewoonten en Gebruiken 124-125

Marine gewoonten en gebruiken
Hoofdstuk XV.
Op 29 Juni 1778 was het fregatschip „Alphen - onder den kapitein ter zee Van der Feltz te Curacao uit Nederland aangekomen. De toestand in West-Indië was critiek. De Noord-Amerikanen hadden zich onafhankelijk verklaard, natuurlijk tegen den zin en zonder erkenning van de Engelschen.
De eerste expansietochten van de Noord-Amerikanen strekten zich uit naar de West-Indische havens, hetgeen de Engelsche' autoriteiten al evenzeer met leede oogen aanzagen. De moeilijkheden hoopten zich op, toen ook de Franschen hun havens in West-Indië voor de Noord-Amerikanen openstelden, zoodat er een levendige handel tusschen de Noord- Amerikanen eenerzijds en de Franschen en Nederlanders in de havens van West-Indië anderzijds, ontstond.
De „Alphen", een fregat met 36 stukken, kwam de Nederlandsche vloot in West-Indië voor mogelijke gebeurtenissen versterken. Op 15 September 1778, toen de „Alphen" in de St. Annabaai te Curacao lag, werd het schip in den vroegen morgen, omstreeks acht uur, door een ontzettende ramp getroffen. Met een zwaren slag „alsof hemel en aarde verging", gepaard gaande met veel rook, zoodat niet aanstonds te bespeuren was, wat er gebeurde, bleek de „Alphen" in de lucht te zijn gesprongen.
Andere schepen en vele huizen waren zwaar beschadigd. Het vlaggeschip van den schout-bij-nacht Lodewijk graaf van Bylandt, de „Princess Royal", dat slechts een scheepslengte van de „Alphen" voor anker lag, kwam er wonder boven wonder goed af. Met kapitein Van der Feltz verloren weer dan 200 man van de „Alphen" het leven. Slechts 25 personen, die zich niet aan boord bevonden of met de sloepen gered werden, bleven gespaard. Het schip was volkomen wrak geslagen en gezonken.
In de eerste helft van de 19e eeuw haalden Curacaosche visschers in de St. Annabaai een schegbeeld boven water, een groot ruw houten beeld, dat na onderzoek het schegbeeld van de in 1778 in de lucht gevlogen „Alphen" bleek te zijn. Het werd door de firma Maduro te Willemstad opgekocht en in den tuin van het huis geplaatst. Hoe lang het daar gestaan heeft, vermeldt de overlevering niet, doch omstreeks 1875 was het verdwenen.
steng12
blz 124 - 125. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :