maandag 6 januari 2014

Marine Gewoonten en Gebruiken 118-119

Marine gewoonten en gebruiken
Vervolg van blz 117
Is'er niet een van onze Knapen,
Die binnen 't Schip nog leid te Slapen,
Die onzen God en Vader eerd,
Moeder en Broeder Zuster weerd.
De Heer die wil ons Schip bewaren
En al degeen die daar mee Varen,
Met al zijn Toebehooren goed,
't Staat altemaal in Gods behoed.

Bewaar dog Heer ons Schip geprezen
Voor eenig Ongeluk mids dezen
Voor Vuer voor Storm voor Waters-nood
En voor den boozen Vijand snood.
Heer helpt ons in behouwen Haven,
Daar wy bevryd zyn voor Angst en Slaven
En daar wy danken uwen Naam,

Kwartier her uit kom aan 't Roer staan.
Kwartier kom boven met verblijden,
Bid God den Heer ten alien Tijden,
Van gantscher Herten geeft het Eer.
Zo krygen wy goe Wind en Weer.
Kwartiers Volk wilt dan boven komen,
Leg of de Slaap en wilt niet schromen,
Ziet dat je jou niet zeer en doed,
Voor Ongeluk ons God behoed.

Kwartiers Volk boven wy verlangen,
Wil haast ons Man aan 't Roer vervangen.
Zyn Glas is uit laat 'hem niet staan,
Zo mogen wy naar Kooy toe gaan.
Kwartiers Volk moet vier uuren Waken,
Dan Pompt men 't Schip, de Klok die luid,
Een ander aan 't Roer zonder staken,
Want ziet, de Wagten die zyn uit.
Merkwaardig is, dat in het vierde couplet twee regels voorkomen, die ook te vinden zijn in een oud kinder-nachtliedje, dat wij van onze ouders leerden :
„Nacht engeltje zoet
Die mij vannacht bewaren moet
Van water en vuur en krankavontuur
En van den boozen vijand. Amen."
Overstrooming, brand, besmettelijke ziekte en plunderende troepen, waren zoo de „kwalen van den ouden tijd. Nu moet men bij 't lezen van dit lied niet denken, dat tijdens 't uitporren de maats „zacht wiegelend" gewekt werden, zooals „Ziet dat je jou niet zeer en doed" zou doen vermoeden.
Integendeel, het geratel der korvijnagels langs de traptreden werd maar al te dikwijls onderbroken om de maats, met een wat te vasten slaap, wakker te slaan en menige kooi vierde, zoo niet aan het hoofd-einde, dan toch zeker aan het voeteneinde, met een slag tegen het dek.
blz 118 - 119. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :