donderdag 19 december 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 108-109

Marine gewoonten en gebruiken
steng5
Hoofdstuk XIV.
Voor den marineman is er eigenlijk niets nieuws onder de zon — zei de matroos 1e klas Vandersteng. Sinds eenigen tijd wordt er in ons land nogal werk gemaakt van zingend marcheeren. Dat zingen bij je werk — en in je vrijen tijd — is een oeroud gebruik bij de marine.
Natuurlijk waren het geen marschliederen, die gezongen werden. Want aan alles wat militair gedoe leek, had de zeeman geen broertje, maar een heele familie dood. Ik werd daaraan onlangs nog herinnerd door een van mijn kameraden.
Daar heb je weer zoo'n uitdrukking, die men in den tegenwoordigen tijd gebruikt, als het summum van gemeenzaamheid : kameraad of kameraden ! In de baksorder, die reeds omstreeks 1775 door Van Kinsbergen werd samengesteld, wordt de nadruk gelegd op de noodzakelijkheid van het „leven in goede kameraadschap zoowel in dienst als daarbuiten".
Toen vice-admiraal F. Bauduin, die commandant was van het Nederlandsche eskader in Oost-Indië gedurende 1914-1916, een boek geschreven had over de verrichtingen van dit eskader, droeg hij zijn boekwerk op „aan mijn kameraden bij de Koninklijke Nederlandsche Marine".
Als er dus in den tegenwoordigen tijd van kameraden en kameraadschap gesproken wordt, dan is dit voor den marineman „oude kost". En wat het „militair" gedoe betreft, de discipline aan boord was anders. Zooals gezegd werd ik daaraan dezer dagen herinnerd. Dat ging over de invoering van het „enter op" bij de marine.
Van oudsher had enteren de beteekenis van „aan boord klampen" en het overspringen van een deel der bemanning op het vijandelijk schip met de wapens in de hand. Men had dan ook enterdivisies, enterdreggen en enterbijlen — deze laatste waren zelfs nog in de 20ste eeuw op sommige schepen aan boord, niet om bij enteren, doch wel om eventueel voor het kappen van het tuig in geval van nood dienst te doen.
blz 108 - 109. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :