donderdag 14 november 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 52-53

Marine gewoonten en gebruiken
Rood Wit Blauwe wimpel

Bij schepen met drie masten was de middelste de groote top. Op de afbeeldingen van schepen, die twee even hooge masten hadden, zien we, naar het aloude gebruik, den wimpel aan den achtersten mast wapperen. Maar op de torpedobootjagers wappert de wimpel van den voorsten mast, zooals dit ook het geval is op een afbeelding van het opleidingsschip „Noordbrabant", dat tot den Mei-oorlog 1940 in Vlissingen lag.
Welke de redenen zijn van deze afwijkingen, is mij niet bekend. In elk geval moet de wimpel aan den grooten top geheschen worden. Hoe ? Natuurlijk weet iedereen, dat de wimpel vrijuit moet wapperen. Wat een last en een moeite gaf de onklare wimpel om dezen weer te moeten klaren ! Op het onklaar waaien van vlag en wimpel werd en wordt steeds streng gelet.
Er is echter een heele lange periode geweest in onze geschiedenis ter zee, waarin twee manieren voor het voeren van den gespleten wimpel werden toegepast. De eerste manier was de z.g. drijvende wimpel, die als een vaan voorgeheschen was. Men ziet dat nog wel aan den wal, als bij feestelijke gelegenheden met de Nederlandsche vlag een oranje of een geel-witte (bij katholieke feestelijkheden) wimpel aan denzelfden vlaggestok is geheschen.
De tweede manier, die tegenwoordig wordt toegepast aan boord is den wimpel tot den kloot voorhijschen. Wel spreken de voorschriften, die in 1934 werden vastgesteld, dat de wimpel een smalle gespleten Nederlandsche scheepsvaan is, doch als vaan of drijvende wimpel wordt hij aan boord niet meer geheschen. Er is an uitzondering; de gouverneur-generaal van Nederlandsch-Indie voert, als hij aan boord is, een vlag met drijvende wimpel.
Een sierlijke lange wimpel is de trots van een oorlogsschip, want het duidt op een langjarigen dienst. Er zijn marines waar men voor elk jaar dienst van het schip den wimpel een meter verlengt. Ook in onze marine werd deze traditie gehandhaafd. Toen Hr. Ms. „Gelderland" in 1938 veertig jaar oud was, werd dit fejt feestelijk herdacht en hing de wimpel van den top van den mast tot bijna op het water.
Behalve de wimpel kan ook de commandovlag of een standaard kenteeken zijn voor een oorlogsschip. Hoewel bij de Nederlandsche marine geen luit.-admiraal in functie is, wordt de commandovlag toch onderscheiden in een rood-wit-blauwe vlag met 4, 3 of 2 sterren in het rood aan de broekingzijde (resp. admiraals-, vice-admiraalsen schout-bij-nachtsvlag ).
Deze commandovlag wordt gevoerd aan den grooten, den voor- of den kruistop (resp, middelsten, voorsten of achtersten mast). De vlag van den vice-admiraal wordt dus aan den voortop geheschen, die voor schout-bij-nacht aan den achtersten mast (of kruistop) , maar als het schip twee masten heeft, aan den voortop.
De standaard is een Nederlandsche vlag met een hoek er uit, officieel omschreven als volgt : een Nederlandsche vlag, waarvan de lengte gelijk is aan de breedte, in de breedte driehoekig uitgesneden over de halve lengte van de vlag. Deze standaard als commandovlag voor den kapitein ter zee, divisie-commandant (cdt. over een groep of eskader) wordt aan den grooten top gevoerd.
De wimpel voor den oudst-aanwezenden zee-officier of oudsten commandant (zooals in Nederland wanneer de vlootvoogd niet in de stelling Den Helder is of in West-Indië aan boord van het daar vertoevende schip) wordt niet in den top van den mast geheschen, doch aan den seinwipper. Is deze officier echter vervanger van den commandant marine (vlootvoogd), dan wordt de standaard van top gevoerd.
Voor den divisie-commandant van een divisie jagers, torpedobooten, onderzeebooten, een flottille mijnenvegers, -leggers of andere kleinere vaartuigen wordt een gele wimpel met een zwarte D geheschen.
Alle onderscheidingsvlaggen voor het staatshoofd, de leden van het Vorstelijk Huis, de vlag van den minister van marine en van den gouverneur-generaal van Ned.-Indië worden van den grooten top gevoerd. Maar als aan boord van een schip met een mast de vlag van het Staatshoofd van top waait, dan wordt de commandovlag of de standaard aan een seinwipper geheschen.
blz 52 - 53. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :