zaterdag 26 oktober 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 24-25

Marine gewoonten en gebruiken
Deze officieren van het korps leggen den eed of met de linkerhand aan het vaandel van het Korps Mariniers. De geschiedenis van beide vaandels zou een verhaal op zichzelf vormen. Het vaandel van de adelborsten werd op 14 September 1904 koninklijk erkend, doch het was reeds in 1830 — de juiste datum is niet bekend — in het bezit van het Korps Adelborsten. Vermoedelijk is het door Prins Frederik of door Prinses Marianne aan het korps geschonken. Uit de kringen van het Korps Mariniers werd reeds in 1867 het verlangen geuit een eigen vaandel te bezitten, waaraan op 26 Sept. 1926 door Koningin Wilhelmina werd voldaan.
Bij de eedsaflegging aan den wal staan de troepen gewoonlijk in carrê opgesteld; aan de openzijde bevinden zich de familieleden en genoodigden. De toekomstige officieren staan in het midden van het carrê der troepen. Als de vlootvoogd, in wiens handen de eed afgelegd wordt, op het terrein verschijnt, speelt de stafmuziek der marine de eerste vijf maten van het „Wien Neërlandsch bloed". Voor enkele jaren sprak men alleen van het spelen van het Volkslied, doch dit gaf aanleiding tot misverstand, omdat wij naast het „Wilhelmus" ook nog het „Wien Neërlandsch bloed door d'aderen vloeit", als volkslied kennen.
Daarom werden de bepalingen betreffende de eerbewijzen aangevuld en spreekt men thans van het „Volkslied" of het „Wien Neërlandsch bloed", terwig in de practijk het „Wilhelmus" als volkslied steeds geheel wordt gespeeld en van het „Wien Neerlandsch bloed" als persoonlijk eerbewijs de eerste vijf maten gegeven worden. De gewapende troepen presenteeren dan het geweer. Daarna wordt het Kon. Besluit, waarin de benoeming van de officieren is afgekondigd, voorgelezen. Eerst daarna wordt door de tamboers en pijpers de ban geopend, de geweren gepresenteerd en de eed individueel afgelegd.
Tijdens de eedsaflegging staan de troepen in de houding en heerscht een indrukwekkende stilte onder allen, die bij deze plechtigheid aanwezig zijn. Na de eedsaflegging wordt de ban gesloten en houdt de vlootvoogd een toespraak; waarna de troepen voor de beëedigde officieren defileeren en een militairen marsch door de stad maken.
Soms wordt de eed afgenomen aan boord van een schip door den commandant. Dit is bijna altijd het geval bij het beëedigen van reserve-officieren. Ook dan is de bemanning in groot tenue en sluiten de tamboers en pijpers, de stafmuziek of het eigen muziekcorps van de bemanning en de gewapende wacht zich bij de ceremoniën aan. Op de groote schepen wordt dan een groote parade gehouden en daarna „alle hens voor den boeg". Maar op de kleine schepen van om en nabij 100 koppen, is de beëediging in eenvoudiger omlijsting gehouden en is er geen parade aan boord.
De eedsaflegging aan boord heeft altijd plaats onder het houden van „alle hens voor den boeg". Dan wordt eerst de ban geopend door de tamboers en pijpers, daarna het Kon. Besluit der benoeming voorgelezen, de eed afgelegd en de ban weer gesloten. Gewoonlijk spreekt de commandant met zijn gelukwensch tot den beeedigden officier en de bij deze plechtigheid aanwezige familieleden, ook nog een kort woord tot de voor den boeg opgestelde bemanning. Afhankelijk van omstandigheden, die voor elk schip anders zijn in verband met eventueel te vervullen opdrachten, is het dien dag Zondagsche dienst. . . of niet.
De eedsaflegging is en blijft altijd een indrukwekkend ceremonieel, dat bij onze marine sedert het herstel van Neerlands Onafhankelijkheid in 1813 alleen plaats heeft voor de officieren. Vóór dien tijd, dat wil zeggen ook voor den Franschen tijd, werd de eed meermalen van de bemanning „en masse" afgenomen.
blz 24 - 25. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :