donderdag 24 oktober 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 20-21

Marine gewoonten en gebruiken
Ineens laten de aangetredenen hun stramme militaire houding los, en stellen allen zich „voor den boeg" op in een verward kluwen dicht opeengepakt op het halfdek, in een grooten boog van stuur- naar bakboord, een ruimte vrij latend voor den commandant. Uit het kluwen hebben zich de luitenant ter zee der Ie klasse J. van Raemsbeck en de bootsman K. Maarten losgemaakt en treden „voor het front" van de aldus verzamelde bemanning, nabij den commandant.
Nadat de schipper gerapporteerd heeft, dat „alle hens voor den boeg" is, begroet de commandant, telkens afzonderlijk, doch kort na elkaar : „Heeren officieren. . . onderofficieren. . . en manschappen." Allen die tot een der groepen behooren, brengen gelijktijdig den militairen groet. In een korte toespraak, marinemannen zijn geen langsprekers, richt de commandant zich tot de bemanning, spreekt over de verdiensten van den officier en de redenen welke geleid hebben tot het aanvragen van een onderscheiding voor den officier en wenscht hem van harte geluk met de onderscheiding.
Op het commando : „open den ban" laten tamboer en pijper het signaal op trom en fluit hooren. De geheele bemanning brengt den militairen groet, terwiji de commandant het Kon. Besluit voorleest, waaruit de toekenning van de onderscheiding van ridder der orde van Oranje-Nassau blijkt. Dan speldt hij hem de versierselen op de Borst, geeft den officier een stevige hand, treedt eenige stappen terug en brengt den militairen groet. Daarna wordt met het voorgeschreven signaal de ban wederom gesloten, waarbij de geheele bemanning wederom den militairen groet brengt.
Ditzelfde ceremonieel van toespraak, openen van den ban, voorlezing van het Kon. Besluit, opspelden van de zilveren medaille, handdruk en sluiten van den ban, herhaalt zich voor de toekenning van de eere-medaille der orde van Oranje Nassau aan den bootsman. Met een groet trekt de commandant zich terug, commando's worden gegeven, het hoorngeschal „af trap" van den tamboer klinkt en de schipper laat na een voorafgaanden haal op z'n bootsmansfluitje weten „dat 't Zondagsche dienst is", hetgeen door een goedkeurend gemompel, met hier en daar een rumoerige stoeipartij onder uitgelaten jonge matrozen, wordt begroet.
De collega's van den officier en van den bootsman complimenteeren hen, die de onderscheiding hebben ontvangen om zich daarna in de longroom resp. in „den gouden bar terug te trekken. Ik heb dit alles van mijn verdekt opgestelde plaats aan dek met belangstelling gevolgd. Niet alleen om het ceremonieel als zoodanig, doch vooral ook om den gemoedelijken kameraadschappelijken geest, die er heerschte ondanks — is het niet juister te zeggen : vooral door de militaire verhoudingen.
Merkwaardig vond ik het openen en sluiten van den ban. Want in wezen is dit geen marine-ceremonieel. Oorspronkelijk was de ban een afkondiging of bekendmaking door de overheid van een gebod of verbod; hij vergroeide tot een rechtsterm, een plechtige handeling, waarmede de rechter in gebanne dingen een eigenaar uit het goed bant, een ander persoon in het bezit er van stelt en over dit bezit en den nieuwen eigenaar den vrede bant. Bij de marine is de ban gebleven wat deze oorspronkelijk was : de afkondiging van een gebod, een officieele bekendmaking.
blz 20 - 21. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :