zaterdag 29 juni 2013

Schetsen en Humor 117

hoofdstuk 4- Marineschetsen van 1900 tot den Mei-oorlog 1940.
Althans ik vond een overdruk — in brochurevorm — uit ,,Onze Eeuw", Jaargang 1918 aflevering 3-4 gedrukt bij de Erven Bohn te Haarlem, waarin een aardig ,,stemmingsstukje" voorkomt als aanloopje voor een meer uitvoerige beschouwing over een thuisreis via Nagasaki. Hij noemde zich -Wiboka-, waarachter de oud-luitenant ter zee 2e klas Willem Boudewijn Karel Verster schuil gaat, die in 1919 de marine verliet. Ik citeer dit aanloopje en laat het overige — een verdienstelijke beschouwing over Japan en de Japanners, die hier niet ter zake doet — zwemmen :
-In deze vreemde tijden gebeurt alles onverwacht en snel. Het Nederlandsche Eskader lag op de reede van Ampenan ten anker, de schepen slingerden traag op de lange lage deining. Alleen het volk van de dagwacht was wakende en in kleine groepen liepen de matrozen op het halfdek te ijsbeeren, want het was koud. De landwind, die 's nachts van de hooge bergen van Lombok neerstroomt in de vallei van Mataram en Narmade, waait krachtig en frisch naar het Westen over de Ampenansche ree.
In het Oosten komen bleeke glanzen in de lucht en de hoogste grillige kammen van de geweldige vulkaanreuzen der machtige Rindjanigroep krijgen zilveren randen. De Piek van Lombok, die door een muts van witte wolken heen boort, staat plotseling in hellen vuurgloed. De weg is geheel met goud geplaveid als eindelijk de groote felle zonneschijf snel boven uit de gloeiende toppen omhoog stijgt en alles overstort met hevig licht. Weg glijden de laatste newels aan het strand, waar de aanrollende branding ruischt en schuimt. Boven de westelijke kim staat stram omhoog Bali's scherpe vulkaankegel, de Goenoeng-Agoeng.
De ankerlichten zijn gedoofd, het bootsmansfluitje klinkt en het waterballet begint. Het heele wachtsvolk verdeelt zich over de dekken met putsen en bezems en zwabbers, de kranen vol open; matrozen met naakt bovenlijf en blootvoets smijten met water, daar is genoeg van buiten boord en schrobben de dekken tot ze boter blank zien.
En daar, voor 't eerst, hoor je het. Waar het vandaan komt weet niemand. Of ze het uit de piknaden van het dek hebben los geschrobd, of ze de wijsheid uit het vroege pijpje tabak hebben ingezogen, of ze het visioen in den damp van hun mokje heete morgenkoffie bij den scheepskombuis hebben gezien — geen weet het, maar het gerucht is geboren en niemand wil de vader zijn of slikt het weer in.
Kombuispraatjes worden zulke nieuwtjes genoemd, omdat de kok in den gloed van zijn vuurtje en door de scherpe geuren van zijn snert of rotmok, rats of raasdonders, het gezag over zijn verstand wel eens verliest en dan helderziende wordt. Het vreemde is, dat bijna immer minstens de helft van die verhalen tot waarheid wordt. Ook ditmaal, en wel na twee dagen kwam de officieele bevestiging : draadloos sein uit Batavia : „Tromp opkomen naar Soerabaia met spoed gereedmaken voor thuisreis".
We stoomden langs de prachtige Noordkust van Bali, die zoo steil uit zee oprijst dat je pal onder den wal kunt langs varen om ten volle van het mooie bonte landschap te genieten. Van nabij zie je de fraaie oude Hindoetempels onder de hooge waringins, en het landvolk, dat met zijn karbouwen over de wegen uit de kampongs naar buiten trekt.
Langs het wilde bergland van Java's Oosthoek wordt door het Oostgat naar Soerabaia opgestoomd. Daar neemt het spel onmiddellijk een aanvang in razend tempo. De inlandsche stokers en matrozen en allen, die nog een tamp tropendiensttijd voor den boeg hebben, gaan van boord en worden door nieuwe schepelingen afgelost.
Timmerman en smeden tijgen aan het werk. Barkassen en sloepen worden af- en aangesleept, volgeladen met kisten en pakken en balen, touwwerk en zeildoek en hout en vlaggen en munitie, kaarten, zeemansgidsen en instrumenten. Geweldige voorraden zee-victualie worden weggestuwd in de bergplaatsen. Ankers en kettingen worden extra nagezien; alles zeevast gesjord.
Het schip wordt in het droogdok gezet om de huid schoon te maken en te schilderen, zoodat het glad en snel de golven zal snijden op de lange thuisreis. Duizend ton kolen worden geladen en dagenlang, in dolle jacht, gaat het werk door.
Nog een vage indruk van afscheidsfuifjes, een handdruk van een goeden vriend hier, een kus van een lief vriendinnetje daar... „de trossen los !"
Wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :