donderdag 16 mei 2013

Schetsen en Humor 043

hoofdstuk 3- Marineschetsen van 1860 tot 1900.
— Dat wou ik je juist vertellen, nicht, maar je bracht me d'r af, en tot Klaas :
— hou jij nou even je tanden op mekaar, hé !
Toen ik nou met Klaas van boord kwam, liepen we voorbij het huis waar Z.M. — Toon sloeg op militaire wijs even aan den slaap van zijn hoofd — logeert. Hij zag me en wenkte met z'n vinger, zoo !
— Nou, je begrijpt, als je koning je praait, dan moet je wel bijleggen, is 't niet zoo Klaas ?
— Ja, natuurlijk, anders ga je de gribus in, bevestigde deze.
— Wel maar, zei de koning, je komt als geroepen, kom binnen, ga zitten, wie heb je daar bij je ?
— Ik maakte dadelijk saluut en zei : Klaas Stammers, om je te dienen, Sire Majesteit !
— Hou toch je snavel, Klaas, wie vertelt er nou, jij of ik ?
— jij, maar ik help je, je kon 'reis wat vergeten !
— Dat hoeft niet, ik ben mans genoeg.
Toon vervolgde : — Toen vroeg de koning : wat zal je gebruiken ? — 'n Brandy soda, of drink je ze liever droog ?
— Droog ? vroeg nicht verwonderd.
— Nou ja, dat noemen ze aan het hof zoo, als je d'r geen water bij doet.
— Toen schelde Z.M., hij had zóó'n bel — Toon wees een paar voet hoog — op tafel staan, maar d'r kwam niemand. Hij belde nog 'ris, maar ze hoorden 'm niet. Daarom deed ie nijdig, stond op en riep aan de deur : — waar zit de bediening toch ? En de koningin riep uit de achterkamer : — 't Is immers Donderdag, de meissies hebben uitgaansdag en ik zit met 't kind.
— Och heeren hebben ze dan geen hoflakeien, zei ze dat zoo gewoon familiaar maar weg ? vroeg nicht, erg ongeloovig kijkend.
— Ja, juffrouw, ze bennen daar heel gezellig onder mekaar, bevestigde Klaas — en Toon een oogwenkje gevend, zei hij leuk : — ik liep naar binnen en zei : Majesteit—Koningin, geef mijn de kleine maar zoolang om zoet te houden, dan kun jij inschenken.
— Och, kun je begrijpen ! 't Kornetje wiegelde verbaasd heen en weer.
— Nou geloof 't niet, voor mijn part — ik nam het prinsesje op m'n schoot : 'n allemachtig lief kind, ze was dadelijk zoet bij me... — Zeg, Klaas, bromde Toon, laat ik nou vertellen he ? — en haastig fluisterde hij hem toe : — Je maakt 't te erg; zij, — en hij wees op nicht, die net even bukte, om haar zakdoek op te rapen.
— zij is pienter, pas op !
— En wat deed de koning ? vroeg nicht, zich oprichtend, achter haar zakdoek glimlachend.
— Wel, die liep ondertusschen een beetje te regeeren !...
De rest schenk ik maar, zei Vandersteng. Ik herinner me, dat deze marineschets, die heelemaal geen marine-schets is — want de twee hoofdfiguren konden, zonder bezwaar voor het heele verhaal, evengoed twee studenten zijn — veel opgang gemaakt heeft.
Jaren nadat deze schets in druk verscheen, kon men nog met smaak vertellen van die „Twee Jantjes" en van den Koning „die ondertusschen een beetje te regeeren liep !"
Intusschen — ik zeg dit niet om afbreuk te doen aan het werk van Justus van Maurik — bleek ook hier, dat buitenstaanders nimmer in staat zullen zijn marineschetsen te schrijven. Zij voelen de sfeer niet aan, die er aan boord van het oorlogsschip leeft en zij zullen den marineman nooit leeren kennen, zooals hij werkelijk is.
Onthoud even, dat ik er straks nog even op, terugkom, omdat ik van 1898 — dus 18 jaar later — nog een schets heb, waarin matroos Brandsma, Justus van Maurik disqualificeert.
Werumeus Buning kende de marine. Ik geef toe, dat hij zijn schetsen eerst publiceerde, toen hij reeds los van de marine was. In 1861 was hij in opleiding voor zee-officier gekomen in het „Koninklijk Instituut voor de Marine" te Willemsoord.
Hij werd op 1 Sept. 1864 adelborst lste klas, op 1 Dec. 1867 luit. ter zee 2e klas en ging op 1 Febr. 1876 met pensioen om tot 30 Sept. 1879 de functie van directeur der modelkamer en bibliotheek van het departement van marine te vervullen en voor het eerst het bekende Jaarboekje van de marine samen te stellen.
Daarna publiceerde hij in 1880 zijn eerste marineschetsen. ,Nergens werd het leven van den kloeken ronden zeeman met zoo groote aanschouwelijkheid en, vooral in den bijna gefonografeerden gesprekvorm, met zooveel liefde voor de werkelijkheid voorgesteld, als in de ,Marineschetsen" van Arnold Werumeus Buning, die later nog meer dergelijke schetsen leverde, bestemd om in onze letterkunde klassiek te blijven, o.a. den bundel ,Uit en thuis met de Tromp" (1887) en ,,Binnen en buiten boord" (1894)" — zoo schreef dr. J. te Winkel, hoogleeraar aan de gemeentelijke universiteit te Amsterdam in 1898.
Wordt vervolgd

Geen opmerkingen :