vrijdag 16 maart 2012

MatroosVandersteng 012

Marine abcA.
Admiraal.
Opperbevelhebber van de oorlogsvloot. Het woord is afkomstig uit het Arabisch, emir el mar, generaal ter zee. Tijdens de kruistochten is het in de scheepstaal overgenomen. Bij onze marine kent men den admiraalsrang niet meer, omdat deze rang sedert 1813 aan den Koning is voorbehouden. De hoogste rang is thans die van vice-admiraal. De marineman spreekt den vice-admiraal aan met admiraal; in correspondentie gebruiken zij echter : excellentie. Burgers gebruiken steeds : excellentie. Zijn viag is in het spraakgebruik de admiraalsvlag: de Nederlandsche vlag met drie witte sterren in de roode baan bij de broeking.
Als de vice-admiraal of de schout-bij-nacht niet in de stealing (zijn commandement) is, dan voert de oudst-aanwezend zee-of ficier een standaard (Ned. viag met een hoek er uit) aan den seinwipper, dus niet in den top van den mast. Is de commandant van een eskader kapitein ter zee-divisie-commandant, dan wordt dezelfde standaard in den top van den mast geheschen.
Admiraal, vice-admiraal en schout-bij-nacht zijn vlagofficieren. Als zegswijze bij een reunie van oud-zee-officieren of als men gasten aan boord heeft, zegt men nog wel: „de admiraal heeft geschoten":, de gastheer heeft zijn glas geheven ten teeken dat de maaltijd begint.
Admiraalzeilen.
D.w.z. in admiraalschap zeilen, komt alleen nog maar voor bij de zeilsport. Het is het gezamenlijk varen van jachten, sloepen e.d., op één waarvan de leiding over den tocht geplaatst is.
Admiraalszwaai.
Met een sierlijke ruime bocht achter het schip om, met een sloep (roeiende of zeilende) stuurboord aan boord komen.
Aeolus-feesten.
Sedert enkele jaren worden bij den marineluchtvaartdienst Aeolus-feesten (Aeolus, de god van den wind) gevierd, in den geest als de Neptunus-feesten. De god der winden komt dan met een vliegtuig — gewoonlijk na de voltooiing van de opleiding van een groep vliegers — op het vliegkamp een bezoek brengen en leidt de feestelijkheden in.
Afduwers.
Vrienden en bekenden van, de opvarenden, die een vertrekkend schip in Oost-Indie uitgeleide doen, quasi helpen duwen om het schip van den wal te krijgen en het een goede vaart naar Holland te geven.
Afgang.
Trapafgang; de trap naar kuildek, tusschendek e.d. Men spreekt ook van afgang Commandant, de trap waarlangs alleen de Commandant gaat; afgang officieren, de trap waarlangs alleen de officieren gaan. Men spreekt aan boord zelden of nooit van de trap naar doch altijd de afgang naar... De eenige trap aan boord is de statie-trap, die aan stuurboord langs boord hangt. Dat is de officieële trap voor den commandant, de officieren en hooge gasten, als zij aan boord gaan. Aan bakboord was vroeger geen trap doch een jacobsladder. Later — en tegenwoordig is dit nog zoo — is aan bakboord ook een trap langs boord aangebracht in denzelfden geest als de statietrap, doch eenvoudiger van uitvoering; deze wordt valreeptrap genoemd.
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :