zondag 11 maart 2012

Matroos Vandersteng 007

MarineTermen-07
Iedereen aan dek bleef in de houding staan, totdat het saluut aan den wal vanaf het Wierhoofd, door de saluutbatterij was beantwoord en of trap geblazen werd. Meteen sloeg de leerling acht glazen. „Vastwerken, reewacht !" verordineerde de kaan,
„Moeten er nog beurtgasten in de sloepen ?" vroeg Vandersteng hem. „Ja- , antwoordde de kaan, „en zeg ze, dat ze ketelaar zijn van theewater. Zorg er voor, dat na laagwater de aflossers gereed zijn en waarschuw den monteur voor een ankerlicht op de geus".
„Ei, ei", zei Vandersteng. Meteen zag hij, dat de sloepen aan de bakspier gierden. „Je moet de vanglijn niet op den kikker beleggen", riep hij naar den beurtgast in de werksloep. „Neem maar een slag rond de doft, da's veiliger. En leg een wil buitenboord, anders schaviel je 't berghout of breek je de scheehoutjes. Verhaal de stoomsloep maar naar de bakspier, onder de Jacobsladder, want er moet nog een roethaan in -.
Terwij1 hijzelf de sloeptakels van de barkas kruislings naar de davits voerde, overzag Vandersteng of alles nu wel vierkant was. „Keen, daar heeft me zoowaar een derde talje een tamp om een paddestoel gelegd, inplaats van om een bolder. Die stommelingen leeren het nooit-, zuchtte Vandersteng.
„En op de apentafel hebben ze weer vergeten de zeildoeksche kap over het peilkompas te leggen. Zoo is het altijd wat". Meteen kreeg hij een pijpluis in z'n rechteroog. „Dat moet er nog bijkomen", meende Vandersteng. Hij trachtte dat ding te verwijderen, doch het lukte hem niet, zoodat hij den ziekenvader te hulp moest roepen.
„Zeg Pa", vroeg Vandersteng hem, nadat deze in den ziekenboeg de pijpluis met een dotje werk in sublimaat verwijderd had, „jij bent nogal goed bij. Ik verzamel marine-termen...- „Verzamel wat ?", vroeg de ziekenvader.
,,Marine-termen", herhaalde Vandersteng. Toen zei de ziekenvader een leelijk woord, dat iets met gebrek aan adem te maken heeft. „Ik hoor 't al", zei Vandersteng, „jij kent ze ook niet !"
wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :