dinsdag 29 oktober 2013

Marine Gewoonten en Gebruiken 28-29

Marine gewoonten en gebruiken
Bij de indienststelling van een schip wordt voor het eerst het marineceremonieel toegepast. Het schip is dan geheel gereed, de proeftochten hebben plaats gehad, het geschut is beproefd, de kompassen zijn gesteld, de bemanning is reeds aan boord, de overdracht van het schip door den scheepsbouwer aan den Staat heeft plaats gehad, kortom het schip is klaar.
Op den dag van de indienststelling zijn alle opvarenden in groot tenue, de eerewacht is in 't geweer, de tamboers en pijpers en — bij bijzondere gebeurtenissen de stafmuziek der marine, doch dikwijls ook een muziekcorps van personeel van de scheepswerf of de gemeente waar het schip gebouwd is — staan in afwachting van „de dingen die komen zullen".
Ik heb daarvan geen bevestiging kunnen vinden, doch ik heb de overtuiging, dat het militaire gedeelte, waarvoor het detachement mariniers of de wacht in het geweer geroepen wordt, afkomstig is uit den tijd, toen de Staten van Holland en Westfriesland op 10 Dec. 1665, „ingevolge uitgebragt advies, waarop tevens gehoord zijn de consideratiën van lieutenant-admiraal De Ruyter" besloten tot oprichting van het regiment scheepssoldaten, het tegenwoordige Korps Mariniers.
Als gevolg van artikel X van genoemde resolutie der Staten van Holland en Westfriesland, moesten de kolonel, de luit.-kolonel en de majoor van dit regiment, alsmede de kapiteins, luitenants en vaandrigs „in alle notabele expeditien op zee gecommandeerd zullen worden' en het spreekt vanzelf, dat, toen de eerste kolonel van 'het Korps Mariniers W. J. baron van Ghent, belast word met het bevel over de „Gelderland'', een schip met 66 stukken geschut, 305 matrozen en 45 mariniers, de militaire puntjes wel dadelijk op de ietwat losse zeemans-I gezet zullen zijn. Daarom zullen ook de verschillende gebeurtenissen aan boord reeds toen zijn aangevuld met militair vertoon.
Natuurlijk niet zonder stil of openlijk verzet van den zeeman, die destijds nog niets van militair vertoon hebben moest; niet omdat hij tegen orde en tucht was — want orde en tucht waren altijd de noodzakelijk bindende elementen aan boord — doch omdat zeemansorde en zeemanstucht een ander karakter had, dat zich, naar het oordeel van den zeeman, beter verdroeg aan boord van een schip. Het militair vertoon heeft het ten slotte gewonnen.
De marineman van tegenwoordig weet niet beter of 't hoort zoo. Maar hij weet het ook te waardeeren, al zal hij altijd nog iets behouden hebben van het karakter van den zeeman van den ouden stempel. Ook thans, op den dag van de indienststelling van de „Tromp", waardeert hij de aanwezigheid van het detachement mariniers aan boord, dat de gewapende wacht of de eerewacht in 't geweer vormt. Hij zou het vreemd en leeg vinden als dit deel van de plechtigheden achterwege zou blijven.
Als het Staatshoofd of de minister of diens plaatsvervanger (als deze vlagofficier is) aan boord komt, worden zij met gewone eerbewijzen ontvangen en hun vlag aan den mast geheschen, doch zij worden niet gesalueerd met het scheepsgeschut. Het schip is immers officieel nog geen oorlogsschip. Op kleinere schepen zijn gewoonlijk geen bijzondere autoriteiten bij de indienststelling tegenwoordig; behoudens het hoofd van de afdeeling Materieel Zeemacht. Ook zijn er altijd vertegenwoordigers van de scheepswerf, die het schip bouwde, aanwezig.
Zoodra het vooraf vastgestelde uur van indienststelling is aangebroken, worden de opvarenden door den chef van de equipage „alle hens" en „voor den boeg" gefloten. De officieren stellen zich aan stuurboord, de eerewacht en de onderofficieren aan bakboord op het achterschip op, de overige leden der bemanning staan over de geheele breedte van het schip daarbij gegroepeerd.
blz 28 - 29. wordt vervolgd..

Geen opmerkingen :