donderdag 9 augustus 2012

Matroos Vandersteng 041

Marinetermen vervolgP
Paai.
Is ontleend aan het Portugeesch: vader. Bij de marine heeft men tal van paai's; vroeger o.a. van den voortop, grooten top en kruistop. Tegenwoordig heeft men nog de paai van den bak, van de campagne, van de stoomsloep, officierssloep, kapiteinssloep e.d. Ook paai van de walegangen enz. De paai's zijn speciaal belast met onderhoud of in orde houden van al deze deelen. Bij de adelborsten op het Kon. Instituut was de paai, ook wel zeevader, de oudste, de vice-paai de daaropvolgende en het zeuntje de jongste van een jaarklasse of promotie.
Paarden.
De paarden aan boord waren op de zeilschepen de touwen, die in bochten onderaan de ra hingen. De verticale touwen die van de ra naar de paarden liepen, noemde men springpaarden en de laatste bocht was het nokpaard. Aan het onderste bordes van de statietrap en van de valreeptrap heeft men twee, van onderen met leeren stootkussen bekleede palen aangebracht, bijeengehouden met een verticaal rooster. Men noemt deze de paarden. (Zie ook bij Valreep).
Paddestoel.
Kleine luchtkoker aan dek.
Pagaai.
In de roeisloep heeft men niet alleen riemen, doch — en zeker in Indië — ook pagaaien. De pagaai bestaat uit een handvat, stok en peervormig blad, aan an stuk en van hout gemaakt. Ze wordt gebruikt in kreken of smalle rivieren, waar het gebruik van de riemen niet mogelijk is. Om te pagaaien plaatsen de roeiers zich op het dolboord van de sloep, het gezicht naar voren en de beenen binnen boord. Door den krachtigen achterwaartschen druk van den roeier op de pagaaien, schiet de sloep vooruit. Om de maat te houden wordt na elke drie slagen de pagaai met een lichten slag op het dolboord gehouden.
Papegaaistok.
Men gebruikte ze nog, 'de papegaaistokken, aan boord van de pantserdekschepen. Op de campagne aan stuur- en bakboord, iets achterlijker dan het halfdek, waren ze op dezelfde hoogte als het dek, horizontaal opgesteld en dienden voor het hijschen van de vlet of de giek. Ze zijn een overblijfsel van de zeilschepen, waar de papegaaistok gebruikt werd om den springschoot van den bazaanboom op uit te halen, daar deze nog achter het schip uitreikte. Op de oudere schepen sprak men ook wel van hekdavits.
Parade.
Menigeen zal bij het woord parade denken aan een groot militair vertoon met talrijke onderdeelen van de weermacht. Deze vorm van parade kent men natuurlijk bij de marine ook en wordt of aan boord door eigen bemanning of aan den wal gehouden b.v. op den verjaardag van het Staatshoofd in samenwerking met andere schepen of onderdeelen van de landmacht. Maar met de parade aan boord is hier bedoeld de vlaggeparade, het hijschen van de vaderlandsche driekleur elken morgen op den daarvoor vastgestelden tijd en de daarbij behoorende ceremonien plus het uitbrengen van rapporten.
Paradeeren.
Sinds de zeilschepen verdwenen zijn heeft het paradeeren veel aan luister ingeboet. Het joelen in het want en op de rats heeft plaats gemaakt voor het joelen aan dek, waar de bemanning volgens de paradeerrol in groot tenue van vooruit tot achteruit opgesteld staat. Dit heeft plaats als vorstelijke of hooggeplaatste personen het schip passeeren.
Paravanes.
Paravanes dienen om den kabel van de verankerde mijnen door te snijden. Het lichaam van de paravaan is sigaarvormig. Aan het dunne einde zijn twee staartvormige vlakken aangebracht; aan den kop een schuinstaand vlak van plm. 1 m, dat aan den onderkant verzwaard is om een verticalen stand te houden in het water.
De paravanes worden aan stuur- en bakboord buitenboord gezet met een over den boeg gehouden kabel. Door de kracht van het vooruitstoomende schip worden de paravanes onderwater en ver van het schip getrokken. Een diepteregelaar, die op elke paravaan is bevestigd, zorgt voor de vereischte diepte.
Elke mijn, die nu voor het schip komt, wordt langs den kabel naar den kop van de paravanes geleid. Aan den kop van de paravanes is een veerend mes aangebracht, dat den kabel en zelfs kleine kettingen van de verankerde mijnen doorsnijdt, waardoor de mijnbol boven water komt en Onschadelijk wordt gemaakt.
Over het nut van paravanes bestaat meeningsverschil. Het is duidelijk, dat ze alleen nuttig kunnen zijn voor verankerde mijnen en niet voor magnetische of drijvende mijnen. Sedert het begin van den wereldoorlog 1939 worden de verankerde Duitsche mijnen zoo gesteld, dat deze explodeeren zoodra ze los van het anker aan de oppervlakte komen. Daardoor is het vegen van mijnen door middel van paravanes, die soms dicht bij het schip den kabel der verankerde mijnen doorsnijden, niet zonder gevaar,
De paravaan is een Nederlandsche vinding, n.l, van wijlen Dessellout en Schout bij nacht G. L. Geedhert.
Passagieren aan de waschlijn.
Het waschgoed van den marineman wordt niet met knijpertjes of mikje aan de lijn bevestigd, doch men draait een tier van het touw open en steekt daarin een punt van het waschgoed. De humor van den marineman bracht hem op de gedachte het passagieren onder geleide, tegenwoordig noemt men dit excursies — te noemen : „passagieren aan de waschlijn.
Pen uit.
Is een uitdrukking, ontleend aan den torpedo- en onderzeedienst en is de voorlaatste waarschuwing voor het lanceeren van de torpedo. Dit moment is een oogenblik van bijzondere spanning. Figuurlijk zegt men „het is pen uit" als er iets verkeerd gegaan is en de verantwoordelijke persoon al kankerende een of meer zondebokken zoekt. De uitdrukking „pen uit-schijnt ook vroeger reeds gebruikt te zijn, n.l. bij het ankeren.
Periscoop
(Grieksch : periskopeo : ik zie rondom). Hoewel de periscoop geen instrument is, dat speciaal voor de zeevaart of de marine werd ontworpen, is het door de toepassing aan boord van de onderzeebooten tot grootere bekendheid gekomen. Door het plm. 5 cm groote oog aan het dunne einde van den periscoop en het stelsel van spiegels en glazen, kan men op een onderzeeboot binnen deze lengte onder water zijnde, door de pl.m. 4 m lange buizen, toch de oppervlakte van de zee afzien. De meeste onderzeebooten hebben twee, sommige drie periscopen aan boord, die alle via den bovenbouw, in de centrale uitkomen. Ze kunnen naar omstandigheden in- of uitgedraaid worden.
Piasterwals.
Een Turksche wals, die in de havenplaatsen Smyrna en Constantinopel bekendheid kreeg ook bij de passagierende maats aan boord van de schepen, die in 1896—'97 en 1912— '13 in de Levant vertoefden. De naam van deze wals was natuurlijk anders, doch omdat ze gedanst werd aan den wal, te Smyrna en te Constantinopel, waar men zijn piasters (een Turksch geldstuk ter grootte van een dubbeltje) rijkelijk kwijt kon raken, noemde men deze wals op onze schepen : piasterwals. Als de maats op vervelende reizen zich onder elkaar trachten te vermaken en zich daarbij wel eens aan exotische buitelingen, die men dansen noemt, te buitengaan, dan zegt men nog wel, dat ze een piasterwals dansen. De oorsprong ligt echter, zooals gezegd, niet bij den pias, doch bij de Turksche piasters.

Geen opmerkingen :