zondag 13 november 2011

Roeisloepen 7

Uit het Handboek Zeemiliciens van 1917.
Reglement op de commando's voor het roeien en het pagaaien met sloepen :
Het wederom gaan zitten geschiedt op het commando:
w. c. Zit
u. c.
neer !"
Op het w. c. laten de roeiers de rechterhand vlug vallen. Op het u. c. wordt door ieder de positie van „Riemen,op" aangenomen.
Dit commando behoort te worden gedaan, nadat de sloepcommandant de order heeft ontvangen om af te zetten. „Zet af voor I" Op de fluit een stoot.
Op dit w. c.' plaatst de roeier met den voorhaak deze zoodanig, dat de sloep daarmede dwars kan afgezet worden, de andere voorste roeier haalt de vanglijn binnen en schiet deze op of gooit het smaktouw los, en neemt daarna den wimpelstok gereed om in te zetten. Moet de wimpel niet gevoerd worden, dan gaat hij op zijne plaats zitten in de vroeger aangegeven positie.
De roeier met den voorhaak zet de sloep zoo krachtig mogelijk af, en gaat op zijne plaats zitten in de vroeger aangegeven positie, na den haak met de punt naar voren tegen boord gelegd te hebben; de andere voorste roeier zet den wimpelstok in en gaat eveneens zitten.
Indien de achterhaak gebruikt is, wordt deze nu door den achtersten roeier met de punt naar voren tegen boord gelegd aan de andere zijde als de voorhaak ligt; hij neemt daarna van zijn nevenman den riem over en gaat in de vroeger aangegeven positie op zijne plaats zitten.
„Riemen toe !" Op de fluit „roffel".
Op dit com. lichten de roeiers met beide handen de riemen een weinig rechtstandig op en worden deze vlug doch met niet te groote kracht in het scheegat gelegd, hetgeen geschieden kan door met de buitennhand den riem tegen te houden.
De bladen mogen hierbij niet te water komen; de riem wordt zoo noodig dadelijk zoodanig gedraaid dat het blad horizontaal komt; de achterste roeiers zorg dragende dat hunne riemen in elkanders verlengde komen, de andere roeiers hunne riemen op de beide achterste riemen richtende.
De roeiers blijven rechtop zitten en houden de riemen vast met beide handen op ongeveer i d.M. van elkaar en de binnenhand op ongeveer 1 d.M. van het binneneinde af, beide handen met de nagels naar beneden, de ellebogen aan het lichaam gesloten, het oog gericht op den onderofficier der sloep.
Wanneer de riemen te voren niet zijn opgezet, wordt eerst gehandeld geheel als is voorgeschreven bij het w. c. van „Riemen op"; daarna worden zij vlug in het scheegat gelegd.
Als de tent is uitgehaald, worden op het commando eerst de kaailijntjes losgemaakt en na de uitvoering weder vastgezet.
„Haalt op gelijk !" Op de fluit „halen".
Op dit com. laten de roeiers het bovenlijf goed voorover vallen (zonder nochtans den rug te krommen) het hoofd in dezelfde strekking, tegelijkertijd den riem met gestrekte armen voorwaarts brengende en 1/4 slag draaiende, zoodanig dat de achterkant van het blad onder komt, en het gezicht naar het blad van den riem keerende.
Daarop brengen zij de bladen loodrecht in het water, zoodanig dat het blad bijna geheel ondergedompeld is, het bovenlijf wordt daarna krachtig naar achteren gebracht en de armen gebogen, zoodanig dat de ellebogen voorbij het lichaam heenschieten en de handen nagenoeg tegen de borst komen ; de beenen worden hierbij gestrekt.
Wanneer het blad van den riem even voorbij het scheegat is gekomen, wordt dit uit het water gelicht en 1/4 slag gedraaid in omgekeerden zin en een oogenblik de positie van „Riemen toe" aangenomen, waarna de volgende slag als hierboven aangegeven gemaakt wordt.

Geen opmerkingen :