dinsdag 22 november 2011

Russisch-Japanse Oorlog 1904/1905 - 10


Russisch-Japanse Oorlog 1904/05

Aan het einde van de 19de eeuw breidde Rusland zijn Aziatische bezittingen tot aan de Gele Zee uit. Het pachtte in 1898 de belangrijke haven Port Arthur als eindpunt van de spoorlijn van Harbin en weigerde ook na de Bokseropstand van 1901, ondanks een gezamenlijk protest van Japan, de Ver. Staten en Groot-Brittannië, de bezetting van Mantsjoerije op te geven.
In 1902 staken Russische troepen de Yalu over en betraden daarmee Koreaans grondgebied. De Russische expansiedrift was een bedreiging voor Japan en belemmerde de eigen plannen van dat land voor uitbreiding naar het Aziatische vasteland.
Japan sloot daarom op 30 jan. 1902 een defensieverdrag met Groot-Brittannië en deed in aug. 1903 in St. Petersburg het voorstel om de belangen van beide landen in Mantsjoerije en Korea officieel vast te leggen.
Rusland weigerde om over Mantsjoerije met een andere mogendheid dan China te onderhandelen, en schoof deze kwestie op de lange baan, terwijl het Port Arthur tot een vesting uitbouwde, zijn nieuwste oorlogsschepen naar Oost-Azië stuurde en troepen uit Europa naar Azië verplaatste. Daarop mobiliseerde Japan op 5 febr. 1904 zijn 1ste leger en verbrak de diplomatieke betrekkingen met Rusland.
Slag bij Chemulpo Zonder feitelijke oorlogsverklaring viel de Japanse admiraal Togo op 8 febr.1904 de in Port Arthur gelegen Russische vloot verrassend met torpedoboten aan, beschadigde verscheidene van de beste Russische schepen en blokkeerde de vloot in de haven. Een ander eskader vernietigde twee Russische kruisers bij Chemulpo en dekte de landing van troepen in Korea.
Het 1ste Japanse leger onder Kuroki dwong op 1 mei 1904 de overgang over de Beneden-Yalu bij Wiju af, het 2de leger onder Oku bezette Dalny en sneed Port Arthur aan de landzijde af. Met het 3de leger onder Nogi versterkt, kon Oku een Russische ontzettingsmacht onder Stackelberg bij Wafangku op 14 en 15 juni 1904 terugwerpen. Het door Stössel verdedigde Port Arthur werd nu door Nogi ingesloten en belegerd.
Toen de Russische vloot vanaf land beschoten werd, probeerde deze uit te breken, maar werd op 10 aug. 1904 bij Kaap Shantung door Togo teruggeslagen, en daarna in de haven vernietigd. Nu richtte de Japanse veldheer Oyama de gezamenlijke aanvalskracht van zijn 1ste, 2de en een 4de leger onder Nodzu, totaal 120.000 man, op Liauyang, waar de Russische opperbevelhebber Koeropatkin zijn strijdmacht, ongeveer 145.000 man, in een defensieve stelling had geposteerd.
Door gelijktijdig frontaal en op beide vleugels aan te vallen greep Oyama bij Liauyang (30 aug. - 4 sept. 1904) de overwinning, maar slaagde er niet in het Russische leger te vernietigen. Koeropatkin week terug naar Moekden en bouwde een nieuwe verdedigingsstelling aan de rivier de Hunho.
Ook Oyama wachtte eerst op versterking alvorens opnieuw aan te vallen. Toen de troepenmacht van Koeropatkin 210.000 man telde en een 2de leger onder Gripenberg was gevormd, besloot hij tot een aanval op de Japanse stelling aan de Shaho. De Japanners waren hiervan echter via Europese bronnen al op de hoogte en beantwoordden het Russische offensief met een tegenaanval.
In een worsteling, die 11 dagen duurde (8-18 okt. 1904), putten de tegenstanders elkaar volledig uit, en de Slag aan de Shaho bleef onbeslist.
Meer dan 4 maanden lagen beide legers daarna in een loopgravenoorlog tegenover elkaar, tot het 3de Japanse leger (Nogi) door de val van Port Arthur (2 jan. 1905) vrij kwam. Een sterk ruiterkorps onder Misjtsjenko kon de opmars van Nogi niet tegenhouden.
Koeropatkin probeerde nog door een aanval van zijn 2de leger (Gripenberg) op de Japanse linkervleugel bij Sandepu (25-28 jan. 1905) een totale aanval in te leiden, wat echter mislukte, omdat hij Gripenberg niet ondersteunde.
Nadat Nogi was gearriveerd volgde de onstuimige Slag van Moekden (1-10 mrt. 1905), waarbij de Russen andermaal voor een hevige Japanse aanval moesten wijken. Ze verloren meer dan 90.000 man, de Japanners 41.000.
Koeropatkin legde het opperbevel neer, en werd opgevolgd door Linewitsj. De Japanners rukten slechts langzaam op, en weldra kwam er een eind aan de gevechtshandelingen.
Om Port Arthur te bevrijden, hadden de Russen in Kronstadt (bij St. Petersburg) het 2de Pacifische eskader onder admiraal Rosjestwenskij uitgerust. Het duurde 6 maanden voor dit, Kaap de Goede Hoop rondend, ter plekke was; het kwam te laat voor het ontzet van Port Arthur en werd 28 mei 1905 op weg naar Wladiwostok bij Tsushima door Togo vernietigend verslagen.
Deze slag besliste de oorlog. De Russen hadden bijna hun hele vloot (behalve het Zwarte Zee-eskader) verloren. De veel geringere verliezen van de Japanners tijdens de zeeoorlog zijn voornamelijk aan het gebruik van mijnen toe te schrijven.
Op 6 juni 1906 stelde president Roosevelt van de Ver. Staten vredesonderhandelingen voor. Op 5 sept. 1906 kwam het Vredesverdrag van Portsmouth tot stand.

Geen opmerkingen :