donderdag 27 april 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 20

Ze hebben niet voldoende munitie en door hun afwijkende matensysteem kunnen wij ze daar ook niet aan helpen. Wel houden ze liederlijke slemppartijen in onze marine-kantine in de stad en vallen de vrouwen van onze bemanning lastig. Uiteindelijk leidt dat er toe dat hen de toegang tot deze accomodatie wordt ontzegd en worden verbannen naar de marinekantine beneden op de werf.

Ik begin een beetje een hekel aan de Engelsen te krijgen. De onderlinge verhoudingen aan boord worden er niet beter op, met name tussen manschappen en officieren. Zij leven ver weg op het achterdek en geven ons de indruk dat wij, als volk voor de mast, maar een storend, zij het noodzakelijk element aan boord zijn. Afgezien van een enkeling, zoals artillerie-officier Van Geen, wenst bijna niemand te erkennen dat het personeel voor de mast tot het menselijk ras zou kunnen behoren.

Officieren hebben bij hun opvoeding met de paplepel ingekregen dat er standsverschil behoort te zijn en ze gedragen zich daar dan ook naar. Met de jongere officieren, die wegens de oorlog aan boord komen, gaat het gelukkig over het algemeen was beter. Omdat onze 15 cm kanonnen niets kunnen uitrichten tegen vliegtuigen, is de procedure bij een luchtaanval dat iedereen benedendeks moet blijven en zich achter luiken en deuren op moet sluiten. Dat is zo'n benauwende ervaring dat Wim en ik besluiten voortaan aan dek te blijven.

Ons schip is menigmaal het doelwit van Japanse bommenwerpers, maar we worden nooit geraakt. Zouden de propaganda en de persvoorlichting dan toch gelijk hebben ? Daar wordt met stelligheid beweerd dat een Jap Scheel is en dus niet kan richten. Wij gaan het geloven, want geen enkel projectiel kan de 'Java' vinden. In de haven in Soerabaja is het op, 3 februari bijna wel raak. Van onder het schild van kanon één zie ik hoe een man uit zijn auto rent naar een aan de steiger afgemeerd schip. Een Japanse bommenwerper gooit zijn lading af, en enkele seconden later herinnert alleen een gat in de straat eraan dat daar net nog een auto stond, terwijl de chauffeur verbijsterd naar het gat staart. Er is geen schip, geraakt, alleen maar die auto. Had hij beter gericht dan hadden wij de volle laag gekregen. Honderd meter naar links en we hadden het niet kunnen navertellen. Even later wordt één van de loodsen in puin geschoten; wij blijven ongedeerd. Later maken we tussen Banka en Biliton ook een paar angstige uren door.

We varen op 15 februari door de Stolzestraat, hetgeen geheel tegen de zin is van de Japanners, die ons met aanhoudende bombardementen de doorgang proberen te verhinderen. De Japanse strijdmacht is op weg naar Palembang op, Sumatra en onze offensieve vloot staat hun opmars in de weg. Hun vliegtuigen blijven komen als muskieten in de nacht, uur na uur na uur.

De angst die je voelt als de eerste bom valt is verstikkend. je voelt het in je buik en krijgt een geweldige aandrang om je darmen te gaan legen. Het beneemt je de adem en er zijn momenten van totale radeloosheid. Hoe vaker ze ons schip missen, des te sneller maakt een zekere rust zich van je meester. We slalommen de zeestraat door. Als je onder normale omstandigheden als roerganger van de officier van de wacht het commando stuurboord of bakboord krijgt, doe je dat met een graad of tien tegelijk. Nu is het stuur- of bakboord aan boord, dat wil zeggen voluit van koers veranderen, waardoor we vervaarlijk overhellen. Het is etenstijd en alle tafels zijn net gedekt; in het gehele schip vallen alle glazen, Hessen en borden aan scherven. Soms verdwijnt het gehele achterdek onder de golven als we met een snelheid van 30.6 mijl (55 km) aan het laveren zijn.

Commandant 'Buikie' van Straelen toont zijn militaire klasse. Het bombardement duurt de hele middag, maar het schip slingert zich, zonder geraakt te worden, tussen de bommen door. De Jappen proberen het een keer in kruisformatie, om het beweeglijke schip geen leans te geven te manoeuvreren. De Java' vaart dan gewoon rechtdoor. Het schip wordt als het ware opgetild door de kracht van de bommen in het water, maar blijft ongedeerd. De bommen slaan splinters in het dek en zelfs onze koningin wordt door een scherf geraakt.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :