donderdag 13 april 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 15

Als op 4 mei 1940 Duitsland Nederland binnenvalt, doet aan boord een virus van een geheel andere aard zijn intrede: een hand over hand toenemende moffenhaat. Er wordt radicaal huisgehouden om het schip te zuiveren van iedere Duitse invloed. Zelfs een collectie klassieke grammofoonplaten met componisten als Strauss, Mozart en Haydn wordt buiten boord gegooid. Het gevolg is wel dat we nu verstoken zijn van muziek. De collectie vormde het enige dat we Is zondags aan boord konden beluisteren. Nu zijn het alleen nog maar de mededelingen. Een korporaal-konstabel die een liefhebber is van deze muziek vindt dat dit toch wel wat ver gaat en maakt bij wijze van tegenactie aanstalten om een kanon te gaan slopen. Het kanon is, zoals vrijwel al het geschut aan boord, namelijk van de firma Krupp en wat voor Strauss geldt, geldt dus ook voor Krupp. Deze actie wordt gelukkig in de kiem gesmoord. Voorlopig hebben we ze nog nodig voor kanonexercitie en later, wie weet... De exercitie bestaat uit snelladen en richten op schijven die in zee drijven. Dat gebeurt meestal met een geweerloop op het kanon, af en toe met een inzetloop voor de vijf centimeter granaatjes en heel af en toe met het echte geschut, de vijftien centimeter granaten.

Wij leren de granaten met een gewicht van achtentwintig kilo op te tillen en ze voor de borst te brengen. Als dat lukt, stoten we ze boven het hoofd met gestrekte armen. De vijand zou immers wel eens heel dichtbij kunnen komen met bijvoorbeeld een onderzeeër. Op zo'n moment moet je de granaten hoog in de kulas brengen. Het is mijn taak de granaat in de loop te brengen en deze met een aanzetstok door te duwen totdat zeker is dat het projectiel voorin steekt. Het is de taak van Wim om vervolgens de huls in te brengen. Wij trainen dikwijls samen. Zo vaak dat we zelfs 's morgens voor het ontbijt nog kans zien de 28 kilo vijfentwintig keer achter elkaar boven ons hoofd te krijgen. We hebben ook een oefenkanon aan boord, waarmee we dezelfde handelingen moeten verrichten, zij het met namaakmunitie, die overigens wel even zwaar is. Wij halen negen schoten per minuut en voelen ons flink en sterk, want het betekent dat we als schip met tien stuks geschut tenminste tachtig granaten per minuut kunnen afschieten.

Onze artillerie-officier is jonkheer van Geen. Een prima vent, die ons stimuleert en zich met iedereen afzondelijk onderhoudt. Hij brengt voortdurend verbeteringen in de houding aan door de handelingen eerst zelf duidelijk voor te doen. Deze officier is voor mij een van de weinige leidinggevenden op het schip die door zijn adequate manier van optreden respect afdwingt. Over anderen ben ik aanzienlijk minder te spreken. Als ik een keer vergeet een bonnetje van 45 cent in de kantine te betalen, zet de officier die mijn divisie-chef is en die gelijktijdig tweede vader en raadsman voor me zou behoren te zijn, me op rapport bij de commandant. Dat levert mij veertien dagen categorie-passagieren op, hetgeen betekent dat ik iedere avond om tien uur aan boord moet zijn. Het is gebruikelijk in de kantine te poffen en eens per maand te betalen. Ik dacht alles te hebben betaald, maar kennelijk zijn ze dat bonnetje later nog tegengekomen en hebben het naar boord gezonden. Ik kan aantonen dat ik geen schuld had, maar de officier adviseert niettemin straf. Voor hem heb ik wat minder respect.

We zwerven door de gehele Oost en bezoeken de ene na de andere haven. Een enkele keer maken we vanuit zo'n haven een excursie en soms zijn we in het weekend te gast op een plantage. In vredestijd keuren plantersfamilies marinemensen nog geen blik waardig, maar naarmate de oorlogsdreiging toeneemt maakt de angst dat men steeds vriendelijker wordt.

De weekeinden op de plantages zijn verplicht. De dienst bepaalt dat je er naar toe moet. De planters nodigen dan uit de wijde omgeving andere families uit, in een poging het voor de marinemannen plezierig te maken. Het blijkt voor deze Nederlandse kolonie in Indië vaak slechts een alibi om weer eens ongegeneerd de beest te kunnen uithangen. De gasten gooien meteen een flinke hoeveelheid drank naar binnen, waarna een lallerige en losbandige stemming ontstaat. Vanzelfsprekend is er een zwembad, en als de eerste gast zich 's nachts geheel ontkleedt om in het water te springen, pellen velen zich snel uit hun kleding en duiken ook in het zwembad. Nu de dames en heren toch geheel ontkleed zijn, en rondom het zwembad enige gastenverblijven staan, is het een komen en gaan van wisselende partners.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :