vrijdag 7 april 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 14

Hennie is een vrouw die mijn bloed sneller doet stromen. En dat gevoel is wederzijds. Ik maak mezelf wijs dat de omstandigheden mijn eventuele ontrouw tegenover Loes weet te rechtvaardigen. Wim heeft een kamer, maar ik slaap die eerste nacht zonder klamboe op de galerij. Ik word opgevreten door de muskieten. Het maakt me gek en ik vlucht bij Hennie onder de klamboe. Ze wil me wegsturen, maar ik stel haar gerust. "Ik heb veel te veel gedronken om voor jou interessant te zijn," fluister ik en val in slaap.
De volgende morgen kruip ik voor dag en dauw weer onder de klamboe vandaan. De nacht daarna nodigt ze me zelf uit. Mijn relatie met haar zal anderhalf jaar stand houden. Inmiddels ben ik een vermogend man aan het worden. Ik ben flessenboer in de toko en moet er voor zorgen dat er steeds voldoende bier aanwezig is en de lege flessen worden opgeruimd. Het is een zware klus, want je moet onder het pantserdek, naast de ketels van de machinekamer, de voorraad opslaan. De volle en lege flessen worden in manden vervoerd. In de tropische hitte gutst het zweet langs je lijf bij het op- en aflopen van alle trappen. Als de laatste lege fles is opgeborgen en de koelkist is bijgevuld, kun je naar bed. Dan is het meestal al een uur of elf.
Het aantrekkelijke van het baantje als flesseboer is dat je geen wacht hoeft te lopen en je krijgt voor iedere lege fles een halve cent. Die andere halve cent is voor de tokobaas. Het komt voor dat ik de maand afsluit met ruin honderd gulden extra. Ik had voordien nog nooit de smaak van bier geproefd, maar de tokobaas adviseert me af en toe een slokje te nemen om de waterhuishouding op peil te houden, want van ijswater en limonade word je op den duur misselijk. Ik wen aan de smaak, begin het steeds lekkerder te vinden en word zelfs een liefhebber.
Als ik een keer plotseling word overvallen door hevige koortsaanvallen kan de arts de oorzaak niet onmiddellijk doorgronden. Het schip staat op het punt weer uit te varen, en men vindt het niet verantwoord dat ik in die conditie meega. Dus naar het Marinehospitaal, waar ze maar moeten uitzoeken was er met me aan de hand is. Als ik er een dag lig, verdwijnt de koorts even snel als ze is opgekomen, en na twee dagen loop ik weer kiplekker rond. De medische wetenschap staat voor een raadsel, want bij mij zijn geen bijzondere ziekteverschijnselen te ontdekken. Ik vind het prima, het schip blijft veertien dagen weg dus ik heb zeeën van tijd, die ik onder andere besteed om te leren bridgen.
Na veertien dagen word ik weer teruggestuurd naar de Java' en kan mijn werk hervatten. Na enkele dagen word ik bij de arts geroepen. "Ben je hier in de tropen wel eens met een vrouw naar bed geweest ?", Ik knik. "Met wie ?" Ik onthul de identiteit van Hennie. "Heb je je elke keer ontsmet nadat je met haar naar bed was geweest ?" Ik antwoord ontkennend, want het betreft hier een vaste relatie. Hennie is geen hoer. Ik krijg een rapport. Het is bij de Marine volstrekt uit den boze om buitenechtelijk geslachtsverkeer te hebben zonder je daarna te laten behandelen. Ik ben in overtreding en krijg vier dagen cel.
Voor wie het niet weet : bij de marine bestaat de voorgeschreven behandeling na sexueel verkeer uit goed wassen met water en zeep en het geslachtsdeel vervolgens afnemen met sublimaat. In het urinekanaal wordt protargol gespoten, dat enkele minuten wordt vastgehouden. Daarna loopt het er weer uit en wordt alles ingesmeerd met kwikzalf. Een pijnlijke behandeling, maar wel effectief. geslachtsziekte is uitgesloten. Ik heb de behandeling zelf nooit ondergaan, maar zal deze later als ziekenverpleger wet toepassen bij anderen. Sommigen gaan door de grond van de pijn, anderen reageren er nauwelijks op.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :