woensdag 5 april 2017

Eindeloze Nacht van Jan Douwes 13

Zouden ze soms de pik op me hebben ? De reeks aanvaringen met het gezag begint me behoorlijk op m'n zenuwen te werken. De druppel die de emmer doet overlopen is een aanmerking van mijn baksmeester, die me ook dat een rapport wil aansmeren. Ik kan me niet langer beheersen en een rode waas trekt voor mijn ogen. Ik timmer hem op z'n gezicht en word meteen in de cel gegooid. Er verschijnt onmiddelijk een dokter, die me een spuitje geeft om te kalmeren. Hij beslist dat ik in de ziekenboeg moet worden opgenomen. Als ik tot rust ben gekomen, volgt er een gesprek.
Ik vertel over m'n verloving en dat wij vrij frequent als man en vrouw verkeerden. Over m'n opgekropte verlangens en m'n reserves om, met andere vrouwen mee te gaan, reserves uit morele overwegingen, maar ook omdat ik als de dood ben voor geslachtsziekte. Ik vertel van mijn frustratie dat ik ben afgekeurd als radio-telegrafist wegens slechte ogen. En dat ik geen trek heb om mijn leven lang matrozenwerk te doen. En van m'n verbazing over het feit dat ik de kwartiermeester heb geslagen; hij is immers best een reële kerel.
Ik krijg het advies vaker de wal op te gaan en te proberen mijn spanningen af te reageren, maar dan liever niet op de kwartiermeester. Ik krijg geen rapport en heb daarna van niemand meer last, ook niet in situaties, waarvan ik denk dat ze daar zeker aanleiding toe geven. Ik neem de ruimte die me wordt geboden en sta verbaasd over de coulance van mijn meerderen. Ik blijf soms hele weekeinden weg en verdwijn vaak midden op de dag met een rotsmoes om de wal op, te gaan. Er gebeurt niets. Een gemeenschap die uit louter mannen bestaat, levert vanzelfsprekend ook sexuele spanningen op. Naarmate we minder vaak aan wal komen nemen die in hevigheid toe.
Zelfbevrediging is regel om de driften enigszins te kalmeren, maar het schenkt geen werkelijke voldoening. Wat je mist is het contact en de genegenheid van een ander. Het zal velen vreemd voorkomen, maar Frans en ik, beiden overtuigd heterosexueel, 'helpen' elkaar wel eens. Wij hebben daar beiden geen moeite mee, hoewel deze spelletjes tot een paar keer beperkt blijven. Niet omdat we het niet vaker willen doen, want wij vinden het prettig, maar je krijgt daar op een marineschip maar sporadisch gelegenheid voor.
Tijdens het douchen, waarbij ongeveer twintig jongens in één ruimte staan te poedelen, gebeurt het wel dat het lid van een badgenoot in de hand van een ander wordt genomen. Een jongenshand is dan snel gevuld. Het is geen afdoende oplossing, want het douchen moet snel gebeuren en er is teveel toezicht. Het probleem blijft niet beperkt tot de manschappen. Ook het kader kampt met de sexuele nood. Een sergeant nodigt me uit in zijn hut. Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Toch is die uitnodiging reden voor veel onrust als ik weer in mijn kooi lig. Eigenlijk wil ik wel, maar ik durf niet.
Ik word heen en weer geslingerd tussen gevoelens van walging en nieuwsgierig verlangen. Na een dag of veertien trek ik de stoute schoenen aan. Het blijkt een prettige ervaring. We halen elkaar aan en de strelingen geven een aangenaam gevoel. Dat is eigenlijk het enige waar we behoefte aan hebben : warmte en genegenheid. Uiteindelijk draait het dan toch uit op de bevrediging van de wederzijdse lusten. Ook aangenaam, maar toch niet het voornaamste doel van dit samenzijn. Na een uur ga ik weer terug naar mijn eigen kooi. Ik realiseer me het riskante van dit avontuur, want bij ontdekking word je meteen oneervol ontslagen.
Dit aspect van het marineleven wordt overigens in alle toonaarden ontkend. Officieel is het volstrekt onmogelijk dat zoiets bij de marine voorkomt. Het tegendeel wordt overvloedig aangetoond. Voor mij blijft het bij die periode aan het begin van ons verblijf in de Oost. Na het eerste jaar ben ik gewend aan de regel- maar waarmee we aan wal kunnen en ik kom wat meer order de mensen. Zo ontmoet ik Hennie. Ze is de vrouw van een kapitein van de KNIL die op Bali is gelegerd. Ik kom haar tegen als Wim een kamer vindt bij een Surinaamse. Hennie logeert daar. Ze lacht me vriendelijk toe, en ik nodig haar uit om iets met me te gaan drinken in de stad. Het gevoel is niet te onderdrukken.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :