zaterdag 1 april 2017

Eindeloze Nacht door Jan Douwes 11

We varen naar Lissabon waar we een week zullen moeten wachten op de 'Marnix van St. Allegonde', waarmee we naar Indie zullen varen. De J.P. Coen' is een gewoon koopvaardijschip waarop wij als passagier meevaren. Maar we zijn niet de enigen, het schip is bomvol en wij reizen 4e klas, hetgeen inhoudt dat onze verblijven zich helemaal voorin het schip bevinden, onder de ankerspil. We moeten de hut met z'n zessen delen en het is allesbehalve comfortabel.

We zijn blij als we in Lissabon aankomen, waar we van boord mogen om te passagieren. Langs de kade staan tientallen kraampjes waar ze van alles en nog wat aanbieden. Als we er langs lopen horen we opeens een vrouwenstem die roept : "Verrek, Hollandse matrozen. Kom eens hier, dan krijgen jullie wat te drinken van me." Wij gaan op de lage bank voor haar kraam zitten en genieten van de aangeboden limonade. "Noem mij maar Moeder Marie," zegt ze en ze vertelt dat ze uit Amsterdam komt, met een Portugees is getrouwd en nu deze nering drijft. De volgende glaasjes zijn voor eigen rekening, maar het spul is zo overheerlijk dat er nog drie, vier volgen. "Waar kan ik even plassen," vraagt een collega. Achter de kraam in de haven natuurlijk. Hij staat op en klapt met een smak voorover. Ik wil opstaan om hem overeind te helpen en merk dat alles om mij heen begint te tollen. Moeder Marie slaat zich op de dijen van het lachen. "Niks limonade," giert ze. "Dat was Muscadet en heel koppige ook!" Het was voor ons alle vier de eerste keer dat we wijn hadden gedronken. Ze trommelt wat mensen bij elkaar die ons naar het schip terugbrengen, waar we onze roes uitslapen.

De volgende morgen gaan we weer bij haar langs. Dit keer om af te rekenen en meteen een mandfles met tien liter mee aan boord te nemen. De eerste kennismaking met deze heerlijke wijn is ons ondanks het gebeurde toch prima bevallen. We schepen ons in op de 'Marnix van St. Aldegonde', waar onze accomodatie niet veel beter is dan op de JP Coen'. Het Suezkanaal is afgesloten, dus we varen via Zuid-Afrika naar de Oost. We vervelen ons te pletter en brengen de avonduren meestal in opperste verveling door. Favoriet tijdverdrijf is het helpen van de kok. Niet uit hulpvaardigheid, maar om te snaaien wat er te snaaien valt. Wat we kunnen bemachtigen wordt in onze hut met z'n zessen verdeeld.

Om de tijd te doden ga ik ook wel eens worstelen met Frans van Haarlem. Ik leer veel van hem, maar hij heeft een rare gewoonte; hij moet altijd laten merken hoe sterk hij is. Als je hem bijna in een greep, hebt weer hij er door z'n ervaring toch onderuit te komen en dan neemt hij jou te pakken, want als je aftikt drukt hij toch nog even door. Voor de rest van de dag loop je dan met je hoofd in je handen of met een arm die niet meer naar behoren wil functioneren. Op een keer lukt het me toch hem in een dubbele Nelson te krijgen. Hij tikt af maar nu druk ik nog even flink door. Hij is woest en kan de hele avond zijn hoofd niet optillen zonder zijn handen te gebruiken. Een uitnodiging voor een revanche sla ik wijselijk af.

Zestig handschoentjes mee naar Indie
Er reizen aan boord zestig handschoentjes mee, zo genoemd omdat ze in Nederland waren getrouwd met een koloniaal in Indië. De huwelijken waren via advertenties, correspondentie en uitwisseling van foto's tot stand gekomen. De bruidjes trouwen met de handschoen voor eon Nederlandse ambtenaar en in Indië doer de bruidegom hetzelfde. Zij reizen derde klas, net iets beter dan wij, en genieten enig comfort in hun verblijven achter de brug. Enkele van de handschoentjes nemen het er nog even flink van en zoeken iedere avond sexueel vertier op ons dek. Een van hen maakt het wel heel bont. Ze kan er geen genoeg van krijgen en het maakt haar niet uit met welke matroos ze de liefde bedrijft en ze maakt er evenmin een punt van dat het er verschillende achter elkaar zijn. Ze gaat met haar rug tegen de railing staan en gebruikt de bolders om op te staan. Zo manoeuvreert ze zich in een positie die het voor de een na de ander gemakkelijk maakt om bij haar binnen te dringen. Ze helpt niet alleen alle manschappen aan hun gerief, maar beleeft er zelf ook veel plezier aan, getuige de luide kreten die van het dek opstijgen. Ik beklaag de echtgenoot die deze afgelikte boterham straks als eega in Indië mag begroeten.
Wordt voortgezet

Geen opmerkingen :